← België

Arrest 248564 - Varia (onderwijs en cultuur) - 13/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.564 Rolnummer: A. 224963/IX-9280 Zaak: Arrest 248564 - Varia (onderwijs en cultuur) - 13/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-20 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 01:32 Fiche Arrest nr 248.564 van 13 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.564 van 13 oktober 2020 in de zaak A. 224.963/IX-9280 In zake: Nele DE GERSEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-Jacques Gernay kantoor houdend te 9000 Gent Molenaarsstraat 11 bus 1 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Logie kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27 B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van: “de beslissing welke werd genomen door het Bestuurscollege van de Universiteit Gent op 19 januari 2018 en waarbij werd beslist: ‘ALG/5 DINT/1 - Rapportage Internationale Thematische Net-werken en Regionale Platformen (…) Het Bestuurscollege beslist aangaande het India Platform unaniem over een stopzetting in zijn huidige vorm, over een eventuele terugvordering van de financiële reserves en over het ondernemen van juridische stappen tegen het verder gebruik van de naam India platform door individuele leden en bij de faculteiten het draagvlak te laten nagaan van een mogelijke heroriëntatie, conform het advies van de Expertengroep Internationalisering van 14/12/2017’” IX-9280-1/4 en van: “[d]e navolgende bestuurshandelingen van de rector […] daar waar hij in zijn brief dd. 31/01/2018 […] stelt: ‘Deze beslissing betekent concreet (sic) er vanuit de internationaliseringsbegroting 2018 geen middelen meer ter beschikking gesteld worden voor de werking en de personele ondersteuning van het India Platform. Het schrappen van de werkingsmiddelen voor het India Platform en het stopzetten van de activiteiten binnen het kader van de regionale platformen heeft tot gevolg dat ook de functie van coördinator van het India Platform stopgezet wordt’.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 242.414 van 25 september 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eyelenbosch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 1 juli
  3. Op 27 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. IX-9280-2/4 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. IX-9280-3/4
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9280-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.564 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.414 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.