← België

Arrest 248651 - Varia (onderwijs en cultuur) - 19/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.651 Rolnummer: A. 230764/IX-9708 Zaak: Arrest 248651 - Varia (onderwijs en cultuur) - 19/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-29 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.651 van 19 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.651 van 19 oktober 2020 in de zaak A. 230.764/IX-9708 In zake: de VZW SINT-PIETERSINSTITUUT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Maenhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen Filip Williotstraat 30 bus 0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 mei 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 2020 „tot goedkeuring van de programmatie van structuuronderdelen in het ge- woon voltijds secundair onderwijs‟, maar enkel voor zover “de aanvraag tot het programmeren van de richting 2de en 3de graad Humane Wetenschappen ASO voor het schooljaar 2020-2021 van [de vzw Sint-Pietersinstituut] impliciet wordt ge- weigerd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9708-1/5 Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Buket Karaca, die loco advocaat Koenraad Maenhout verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Ontvankelijkheid van het beroep, casu quo van de vordering
  5. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. IV. Spoedeisendheid
  6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling IX-9708-2/5 ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
  7. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be- streden beslissing is.
  8. Verzoekster beschrijft in het inleidend verzoekschrift “de feiten die de spoedeisendheid en het bevelen van de schorsing beantwoorden” (lees: verantwoorden). Die uiteenzetting bevat in de eerste plaats een herinnering aan de rechtspraak van de Raad van State over de draagwijdte van deze schorsingsvoor- waarde (zie ook sub 5). De Raad bedankt verzoekster ervoor om hem zijn eigen rechtspraak in herinnering te brengen. Zoals verzoekster het dus aangeeft zelf te weten, vereist de spoedeisendheid vóór alles dat zij aantoont het resultaat van de gewone procedure niet te kunnen afwachten om haar beslissing te verkrijgen, op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schade tot gevolg. IX-9708-3/5 Vervolgens gaat verzoekster zeer uitgebreid in op de diligentie die zij aan de dag heeft gelegd om haar vordering in te leiden. Ten slotte, wat minder omstandig, wijst zij erop dat zij de schorsing nastreeft, om tijdig te kunnen beslissen over de schoolorganisatie – zij vermeldt de samenstelling van de klassen en de opdrachtenverdeling – die zij moet kunnen communiceren “voor het einde van het huidig schooljaar 2019-2020”, “om de leerlingen tijdig in staat te stellen een definitieve keuze voor het schooljaar 2020-2021 te laten maken en de weerslag op de advisering bij de deliberaties, afhankelijk van haar mogelijkheden om de beoogde richting aan te bieden”: “Met het louter instellen van een vordering tot nietigverklaring zal ver- zoekster geen tijdige beslissing kunnen bekomen van de Raad van State met het oog op de inschrijvingen en organisatie van het komende school- jaar 2020-2021.”
  9. Waar verzoekster echter met geen woord over rept – terwijl zij wél aangeeft zeer wel te weten dat die bewijslast op haar rust – is de reden waaróm zij noodzakelijk dit schooljaar reeds het aangevraagde structuuronderdeel moet kunnen organiseren – met andere woorden, welke schade zij dreigt te lijden in- gevolge de weigering en waarom die schade een dergelijke omvang of impact heeft, dat van haar niet kan worden verwacht dit te moeten dragen totdat een uit- spraak ten gronde volgt.
  10. Verzoekster toont bijgevolg de spoedeisendheid niet aan. IX-9708-4/5 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9708-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.651 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.763 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.