id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.655 Rolnummer: A. 223856/IX-9189 Zaak: Arrest 248655 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 19/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-29 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:55 Fiche Arrest nr 248.655 van 19 oktober 2020 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 248.655 van 19 oktober 2020 in de zaak A. 223.856/IX-9189 In zake: Eliane ANDRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander De Becker kantoor houdend te 1170 Brussel Vorstlaan 90 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Kamer van volksvertegenwoordigers bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bruno Lombaert en Alexandre Peytchev kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 23 november 2017, strekt tot de nie- tigverklaring van de beslissing van het Bureau van de Kamer van volksvertegen- woordigers van 20 september 2017 waarbij Huguette François met ingang van 1 oktober 2017 wordt bevorderd tot eerste directie-assistente bij het Wetgevend Secretariaat. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 246.863 van 28 januari 2020 is het debat heropend. Auditeur Wendy Depester heeft een aanvullend verslag opge- steld. IX-9189-1/7 De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 september 2020. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter De Wortelaer, die loco advocaat Alexander De Becker verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Alexandre Peytchev, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in tus- senarrest nr. 246.863 van 28 januari 2020. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 4. Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van artikel 17 van het statuut van het personeel van de Kamer van volksvertegen- woordigers (hierna: het personeelsstatuut) juncto “[d]e beginselen van behoorlijk bestuur en inzonderheid het zorgvuldigheidsbeginsel in samenhang met het ge- IX-9189-2/7 lijkheidsbeginsel (artikel 10 van de Grondwet) alsook het adagium patere legem [quam] ipse fecisti”. Zij licht toe dat zij op 25 september 2017 geconfronteerd werd met de mededeling dat haar collega Huguette François met ingang van 1 oktober 2017 werd bevorderd van eerstaanwezend secretaresse/21 tot eerste directie-assistente bij het Wetgevend Secretariaat, maar dat “[e]nige vacature voor deze positie […] nooit [werd] bekendgemaakt aan [haar] of aan andere perso- neelsleden van de Kamer van volksvertegenwoordigers”, terwijl artikel 17, § 1, van het personeelsstatuut nochtans bepaalt dat een benoeming in onder meer de functie van eerste directie-assistent enkel mogelijk is in het geval van een vacature. Volgens verzoekster tast “[h]et niet openstellen van een vacature voor de positie van eerste-directieassistent in strijd met artikel 17 § 1 van het personeelsstatuut” haar rechten aan, aangezien zij zich als directie-assistente ook kandidaat had kunnen stellen. Voorts betoogt verzoekster dat “[d]e procedurele voorwaarden van artikel 17 § 4 van het personeelsstatuut van de Kamer van volksvertegen- woordigers […] evenmin (ten volle) [werden] nageleefd”. Ten slotte acht verzoekster ook de beginselen van behoorlijk bestuur “en in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel in samenhang met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel” geschonden, omdat “elke administratieve overheid de verplichting heeft om bevorderingsprocedures zorgvuldig af te werken om elke medewerker die zich in gelijke omstandigheden bevindt de kans te geven om met gelijke kans mee te dingen naar de nieuwe te begeven functie”. In dit geval, zo stelt verzoekster, heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers die verplichting “volledig nagelaten”. 5. In haar memorie van antwoord verweert de verwerende partij zich helemaal niet tegen het middel. IX-9189-3/7 In haar laatste memorie luidt het enkel dat naar haar oordeel “de inhoud [van] het auditoraatsverslag”, die het middel in welbepaalde mate gegrond bevindt, “niet van aard is om te besluiten tot de onwettigheid van de bestreden beslissing”. Beoordeling 6. In tussenarrest nr. 246.863 van 28 januari 2020 werd vastgesteld dat de door de verwerende partij – terecht of onterecht – uit welbepaalde stukken afgeleide en vooropgestelde bevorderingsvoorwaarde “dat de graad van eerste directie-assistent(
- e)uitsluitend kan worden toegekend aan „de medewerksters van de ambtenaren-generaal‟” zich hoe dan ook voordoet als een normatief voorschrift met een algemene draagwijdte dat niet aan verzoekster kan worden tegengewor- pen, omdat het niet is bekendgemaakt. 7. Het gevolg daarvan is dat toepassing diende te worden gemaakt – alléén toepassing diende te worden gemaakt – van artikel 17 van het perso- neelsstatuut, dat op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing als volgt luidde: “§ 1. Op het personeelskader van de diensten zijn een aantal bevorderings- functies buiten de vlakke loopbaan voorzien, bedoeld voor het plannen, orga- niseren en coördineren van de werkzaamheden in de afdeling of dienst en voor het leiding geven aan de mensen die er werken. Het gaat om de functies van [...] (eerste) directieassistent, [...]. Een benoeming in een dergelijke functie is enkel mogelijk in geval van va- cature. § 2. Indien een leidinggevende of coördinerende functie, met een graad buiten de vlakke loopbaan, vacant wordt, worden kandidaturen gevraagd met het oog op overplaatsing of bevordering. § 3. Om voor benoeming in een functie buiten de vlakke loopbaan in aan- merking te komen moet het personeelslid binnen de vastgestelde termijn zijn kandidatuur indienen en op de datum waarop de vacature ontstaat voldoen aan de volgende voorwaarden: - minstens vijf jaar anciënniteit tellen in de overeenstemmende of een gelijk- waardige vlakke loopbaan, voor een bevordering tot de graad onmiddellijk IX-9189-4/7 boven de vlakke loopbaan, en minstens twee jaar anciënniteit tellen in de on- middellijk lagere graad, voor de latere bevorderingen; - indien het kader van de dienst een verdeling volgens taal voorziet, in het bezit zijn van een diploma in de vereiste taal; - zich in een administratieve toestand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan doen gelden; - gedurende ten minste twee jaar tijdens zijn loopbaan deel hebben uitgemaakt van de betrokken dienst van de Kamer of een gelijkaardige functie hebben uitgeoefend in een andere dienst van de Kamer, en aldus de vereiste nuttige ervaring bezitten. Van deze voorwaarden kan worden afgeweken wanneer de betrokken hië- rarchische meerderen in een gemotiveerd advies aantonen dat het belang van de dienst dit vereist; - indien met het oog op de toegang tot de betreffende leidinggevende functie een examen wordt georganiseerd, geslaagd zijn voor dit examen. § 4. Over de benoeming in een leidinggevende of coördinerende functie met een graad buiten de vlakke loopbaan wordt beslist door het Bureau, op voorstel van het Bestuurscomité, en dit op grond van een gemotiveerd advies over de kandidaten, dat wordt geformuleerd door de betrokken hiërarchische meerderen en door de griffier. § 5. Er worden geen benoemingen of bevorderingen te persoonlijken titel verleend. § 5bis. […] § 6. De beslissing tot bevordering in een dienst mag niet worden ingeroepen om een gelijkaardige maatregel in een andere dienst te rechtvaardigen.” 8. In artikel 17, § 1, tweede lid, van het personeelsstatuut is uit- drukkelijk bepaald dat een benoeming in, onder meer, de functie van eerste direc- tie-assistent “enkel mogelijk [is] in geval van vacature”. 9. In dit geval blijkt uit geen enkel stuk van het door de verwerende partij neergelegde administratief dossier dat er bij het Wetgevend Secretariaat van de Kamer van volksvertegenwoordigers een betrekking van eerste direc- tie-assistent vacant was, laat staan dat een dergelijke betrekking door de verwe- rende partij vacant werd verklaard en dat die vacantverklaring werd bekendge- maakt aan al diegenen die voor de betrekking in aanmerking zouden komen. De verwerende partij toont het tegendeel niet aan en beweert dat zelfs niet. IX-9189-5/7 10. Bijgevolg moet worden besloten dat het eerste middel alvast gegrond is voor zover het de schending inroept van artikel 17, § 1, van het perso- neelsstatuut en van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel dat een gelijke behan- deling van alle gegadigden vergt. 11. Verzoekster heeft belang bij deze grief. Bij afwezigheid van een vacante betrekking van eerste directie-assistent, dient zij niet te verdragen dat een collega die in dat geval net zomin als zijzelf in aanmerking kon komen voor een benoeming in zulke betrekking, die benoeming toch zou verkrijgen. Indien daar- entegen wel een betrekking van eerste directie-assistent vacant zou zijn, vergt een gelijke behandeling van alle gegadigden dat zij allen in de mogelijkheid worden gesteld om zich kandidaat te stellen, zo ook verzoekster die door de verwerende partij niet wordt tegengesproken waar zij ervan uitgaat dat zij beantwoordt aan de bevorderingsvoorwaarden die bepaald zijn in artikel 17 van het personeelsstatuut. 12. Het eerste middel leidt in zoverre reeds tot de meest verregaande nietigverklaring van de bestreden beslissing, zodat de overige grieven die ver- zoekster in dit middel aanvoert, geen nader onderzoek behoeven. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt de beslissing van het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 20 september 2017 waarbij Huguette François met ingang van 1 oktober 2017 wordt bevorderd tot eerste direc- tie-assistente bij het Wetgevend Secretariaat. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nie- tigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9189-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9189-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.655 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.863 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div