← België

Arrest 248671 - Examens (onderwijs) - 20/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.671 Rolnummer: A. 231991/IX-9781 Zaak: Arrest 248671 - Examens (onderwijs) - 20/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-22 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.671 van 20 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.671 van 20 oktober 2020 in de zaak A. 231.991/IX-9781 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Descheemaeker kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VZW SINT-LODEWIJK BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 13 oktober 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van de vzw Sint-Lodewijkscollege van 2 oktober 2020 waarbij aan XXXX een oriënteringsattest B wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2020, om 11.00 uur. IX-9781- 1/17 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sabien Lust, die loco advocaat Michiel Descheemaeker verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2019-2020 leerling in het tweede jaar van de tweede graad humane wetenschappen (ASO) in het Sint-Lodewijkscollege te Brugge. 3.
  5. Op het einde van het schooljaar kent de delibererende klassenraad aan verzoeker een oriënteringsattest B toe met clausulering voor ASO en gunstig advies overzitten. Overleg met de voorzitter van de klassenraad leidt tot een nieuwe samenkomst van deze klassenraad op 30 juni
  6. De klassenraad handhaaft het attest. Aan verzoeker worden per e-mail de volgende redenen meegedeeld: “Men ziet wel dat [verzoeker] het uitstekend doet voor zijn stamvakken uit de Humane Wetenschappen, maar de andere vakken lijken niet gestudeerd waardoor hij dreigt de noodzakelijke basis te verliezen om zijn studies verder te zetten. Daarom raadt de klassenraad aan om over te zitten in dezelfde studierichting die voor hem inhoudelijk een prima keuze is. Hij moet alleen alle vakken onder de knie krijgen om aan een derde graad te kunnen beginnen. Overzitten zal hem meer rust brengen. IX-9781- 2/17 Wij hebben de indruk dat [verzoeker] snel is van begrip, maar te weinig tijd spendeert aan het vastzetten van de leerstof, wat men doorgaans ‘blokken’ noemt.” Per aangetekend schrijven wordt verzoeker nog volgende motivering bezorgd: “De klassenraad heeft zich op 30 juni gebogen over uw vraag om het attest van [verzoeker] te veranderen naar een B-attest met uitsluiting richtingen met wiskunde 4, 6 of 8 uur. Het spijt me te moeten meedelen dat de klassenraad niet is ingegaan op die vraag. […] De klassenraad heeft daarover gedebatteerd en alle argumenten bekeken. - Men stelt vast dat [verzoeker] zeer goed scoort in zijn stamvakken, maar andere vakken totaal verwaarloost. Hij selecteert zijn vakken, werkt voor wat hem interesseert. - Hij zit in de juiste richting, nl Humane Wetenschappen, maar zijn grillig parcours tot nu toe zorgt ervoor dat hij veel leemtes in zijn kennis heeft. Als hij zijn jaar zou overdoen kan hij waar nodig zichzelf bijwerken om dan op alle vlakken in zijn richting te slagen. - Met de kerstexamens kreeg [verzoeker] vier remediëringsopdrachten van zijn zes tekorten. Enkel in Godsdienst was hij geslaagd, niet in Frans, Duits en wiskunde. - Bij de lockdown werden de adviezen geschreven waarbij [verzoeker] voorlopig aangeraden werd een richting in het TSO te kiezen. Kon hij dan niet in de drie examens van juni bewijzen dat hij de studies aankan? - De cijfers die hij haalt voor en in de Coronatijd zijn bijzonder laag: Frans (35 en 25%); wiskunde 40% voor de lockdown Om deze redenen heeft de klassenraad beslist het attest B-ASO te handhaven.” 3.
  7. Tegen deze beslissing stelt verzoeker beroep in bij het schoolbestuur. Op 26 augustus 2020 handhaaft de beroepscommissie het attest. Van die beslissing vordert en verkrijgt verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij arrest nr. 248.306 van 18 september
  8. 3.
  9. Op 29 september 2020 beslist de beroepscommissie om haar beslissing van 26 augustus 2020 in te trekken. IX-9781- 3/17 Tegelijk beslist zij opnieuw om aan verzoeker een B-attest toe te kennen. Dat is de thans bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motieven: “
  10. De beroepscommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de representativiteit van de voorliggende resultaten die [verzoeker] behaalde in de loop van het studiejaar. Tijdens het eerste trimester, nog lang vooraleer er sprake was van Corona en lockdown, waren zijn punten niet goed en had hij voor toetsen en eindtoetsen samen 6 tekorten (Frans: 45 %; Duits: 42 %; Wiskunde: 29 %; Biologie: 41 %; Fysica: 47 %; Godsdienst: 42%). Er waren ook zwakke scores voor Nederlands (55 %) en aardrijkskunde (53 %). Totaal gemiddelde: 55 %. Hij was tegen het advies van de school in, het schooljaar gestart in het ASO, richting economie, maar veranderde in de herfstvakantie naar de richting humane wetenschappen. Desondanks waren de resultaten zeer zwak. Hij kreeg de uitdrukkelijke waarschuwing in het rapport dat hij voor al zijn vakken grondiger moest werken en niet enkel voor de stamvakken (gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen) die hem meer interesseren. ASO is meer dan de stamvakken alleen en XXXX mocht zich niet permitteren om zijn vakken te selecteren waarvoor hij wilde werken. De zwakke studieresultaten waren kennelijk niet te wijten aan zijn disharmonisch intelligentieprofiel (hij behaalde wel goede punten voor de 2 stamvakken) maar aan zijn ontoereikende en nonchalante studiemethode, een tekort aan zelfdiscipline en een gebrek aan inzet voor de helft van de vakken. In januari kreeg [verzoeker] de kans om met vier remediëringen (Frans, Duits, Wiskunde en Godsdienst) een heel aantal tekorten recht te zetten, maar hij slaagde slechts voor één remediëring (Godsdienst). Ook in de periode januari-maart was er weinig positieve evolutie te zien in de resultaten. [verzoeker] slaagde voor een tweetal toetsen Frans, maar haalde daarna voor Frans en Wiskunde weer erg zware tekorten op toetsen. Ook voor andere vakken, bv. Nederlands, behaalde hij voor de laatste toets (over zeer beperkte materie) maar 37%. Onmiskenbaar was de lockdownperiode moeilijk om te werken voor de leerlingen. Toch belet dat niet dat leerlingen in gunstige zin kunnen evolueren en vooruitgang kunnen boeken of goede resultaten kunnen behalen. Bij [verzoeker] waren de examenresultaten van de vakken waar hij al het hele jaar niet goed voor scoorde opnieuw niet goed. Nochtans werden in juni slechts een beperkt aantal eindtoetsen afgenomen en dan nog in grote mate over leerstof die gegeven werd vóór de lockdown. Voor het vak Frans behaalde hij 30% op de eindtoets (35% voor vragen over de leerstof vóór Corona, 25% voor vragen over de leerstof daarna) en voor het vak Wiskunde behaalde hij 35,6% (40% voor vragen over de leerstof vóór Corona). Verzoekers verwijzen nog naar de gegevens op Smartschool waaruit zou blijken dat [verzoeker] als eindevaluatie een totaal behaalde van 60,3 %. Dit cijfer geeft evenwel een vertekend beeld en is niet representatief voor IX-9781- 4/17 een correcte eindbeoordeling. De leerkrachten hebben in de coronaperiode de punten voor kleine toetsen verder ingevuld, maar in opvolging van de richtlijnen van de overheid wilde en mocht de school die punten niet optellen bij de vooraf behaalde punten. Voor de leerkrachten was dit een vorm van communicatie over de behaalde punten. Bovendien komen de punten voort uit drie categorieën met een verschillend gewicht: toetsen, vakopdrachten en eindexamen. Het systeem Score heeft die punten echter gewoon samengeteld zonder rekening te houden met hun gewicht. De eindtoetsen (of examens) dienden vervolgens om de adviezen of attesten die in de deliberatie zouden uitgesproken worden te onderbouwen. Het zwaartepunt van de beoordeling lag bij de pre-coronapunten en de eindtoetsen. Het kan niet worden ontkend dat de klasmediaan laag lag. De klasmediaan illustreert dat de klas van [verzoeker] allesbehalve goed scoorde (6 van de 19 leerlingen kregen trouwens een B-ASO attest). Dit sluit niet uit dat XXXX betere resultaten moest behalen wil hij zich met succes handhaven in het ASO. Gezien de bijzondere omstandigheden (Corona) waren in juni trouwens slechts 3 eindtoetsen (er waren vier vakken, maar de twee stamvakken werden gereduceerd tot één examen) en werd ook leerstof bevraagd die de leerlingen vóór de lockdown in de les hadden gezien, en ook voor die onderdelen behaalde XXXX grote tekorten.
  11. De lockdown en zijn disharmonisch intelligentieprofiel zijn zeker niet het enige struikelblok in het parcours dat [verzoeker] heeft afgelegd. De rode draad bij [verzoeker] was dat hij enkel voldoende werkte voor vakken die hem interesseren, maar dat hij zich niet inzette voor de andere vakken De behaalde resultaten in de loop van het studiejaar illustreren de manifeste leemtes in zijn kennis. Nu het zeer duidelijk is dat hij voor een heel aantal vakken onvoldoende basiskennis heeft verworven, beantwoordt hij onvoldoende aan het profiel van een ASO-leerling. In het ASO moet de leerling goed scoren op alle vakken en niet enkel op de stamvakken van die richting. De resultaten over het hele jaar en een gebrek aan gunstige evolutie tonen aan dat de derde graad ASO voor XXXX onhaalbaar is geworden.
  12. Het is onjuist te stellen dat door de omstandigheden van Corona aan [verzoeker] kansen zouden ontnomen geweest zijn om zijn resultaten op te trekken. Door middel van de remediëringen en vooral via de beperkte eindtoetsen had hij kunnen aantonen dat hij beter kon, wat niet gebeurd is. Enkele kleine opflakkeringen na nieuwjaar niet te na gesproken, zijn de resultaten over het algemeen ondermaats gebleven (behalve voor de stamvakken, ook na de Coronaperiode) en zeker ontoereikend om met enige kans op succes verder te gaan in de ASO richting.
  13. XXXX werd gedurende het volledig studiejaar adequaat opgevolgd en ondersteund door de school. Er waren niet alleen de remediëringen na het eerste trimester. Ook tijdens de lockdownperiode waren geregeld contacten (per mail, chatsessies) waarbij aan alle leerlingen de kans geboden werd om problemen te melden. Daarop kwam nooit reactie, ook niet van [verzoeker]. Ook voor het vak Wiskunde werd door de vervangende leerkracht (zwangerschapsverlof van de titularis) geregeld contact IX-9781- 5/17 opgenomen met de leerlingen. Via Smartschool werden de verbetersleutels iedere keer zeer in detail uitgeschreven online geplaatst. Voortdurend was er de mogelijkheid om via het forum vragen te stellen over de oplossingen, wat niet gedaan werd, ook niet door [verzoeker]. In het verslag van Tol (stuk 3 verzoeker) wordt melding gemaakt van concentratiemoeilijkheden en passieve faalangst, met advies voor de ouders om [verzoeker] te duwen tot meer zelfdiscipline en het verhogen van zijn frustratietolerantie. Eventueel kan gedacht worden aan studiebegeleiding met het oog op het ontwikkelen van een efficiënte werk- en studiehouding. Daarin staat geen uitdrukkelijke vraag te lezen tot intensieve studiebegeleiding of maatregelen die nodig zijn om [verzoeker] tot goede resultaten te brengen, maar wel een aanpassing van zijn werkhouding.
  14. Het argument van verzoekers dat een vakantietaak voldoende zou geweest zijn om tekorten in te halen en bij te benen, kan niet gevolgd worden. De tekorten zijn dermate fundamenteel dat een vakantietaak geen soelaas zou brengen. Trouwens, op het einde van het vorige schooljaar had [verzoeker] al vakantietaken voor Wiskunde en Chemie gekregen. De resultaten van het eerste trimester hebben aangetoond dat deze vakantietaken geen baat hebben bijgebracht.
  15. Uit dit alles volgt dat verzoekers zich niet met succes kunnen beroepen op ‘het voordeel van de twijfel’. [verzoeker] kreeg na het tweede jaar al het advies om over te schakelen naar humane wetenschappen, maar koos dan voor Latijn. Na het derde jaar kreeg hij advies TS0 maar koos dan voor economie. Na de herfstvakantie in het vierde jaar schakelde hij over naar humane wetenschappen. Gezien de zwakke resultaten, de duidelijke lacunes in de basiskennis voor heel wat vakken (Wiskunde en talen) en vooral het feit dat er gedurende het hele schooljaar geen positieve evolutie is waargenomen, is het duidelijk dat [verzoeker] het vijfde jaar ASO niet tot een goed einde zal kunnen brengen. Dit geldt ook voor wat betreft de richting humane wetenschappen met 3 uur Wiskunde. De lacune in de basiskennis Wiskunde en voor diverse taalvakken is te groot. Ook een richting met drie uur Wiskunde zal voor de Wiskunde en de taalvakken te hoog gegrepen zijn. Vermits taal en Wiskunde de basis van het ASO vormen, moest hij voor die vakken een redelijke kennis verworven hebben, quod non.
  16. De beroepscommissie onderschrijft bijgevolg de beslissing van de klassenraad: - Hij kan het 4° jaar humane wetenschappen overdoen. - Hij kan positief georiënteerd worden naar een studierichting in het TS0 die aansluit bij zijn profiel.” Dat is de bestreden beslissing. IX-9781- 6/17 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  17. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  18. De verwerende partij betwist terecht niet het vervuld zijn van de eerste schorsingsvoorwaarde. VI. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  19. Het eerste middel is geput uit de schending van het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële- motiveringsplicht. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt volgens verzoeker dat de beroepscommissie in wezen enkel rekening heeft gehouden met de cijfers die hij behaalde en dan nog enkel met de cijfers die hij behaalde op toetsen met kerst, de remediëringstoetsen in januari en de eindtoetsen in juni. Met andere aspecten in zijn dossier, zoals zijn leerstoornis, het gebrek aan begeleiding dat hij daarvoor kreeg, en zijn evolutie in het tweede en derde trimester, wordt nauwelijks rekening gehouden, of er worden omtrent die aspecten conclusies IX-9781- 7/17 getrokken die haaks staan op gegevens uit het dossier van verzoeker. Het dossier van verzoeker is nochtans complex, en de cijfers alleen geven geen afdoende beeld van zijn kennen en kunnen. Verzoeker was zwaar aangedaan door een ongeval waarin zijn beste vriend betrokken was. De school was ervan op de hoogte dat hij een disharmonisch intelligentieprofiel heeft, maar liet na hem enige extra begeleiding of ondersteuning aan te bieden. Zijn ouders hebben via het CLB daarom gevraagd, maar er werd niets mee gedaan. De remediëring na de kerstvakantie was niet aangepast aan de situatie van verzoeker en stond volledig los van de problematiek van zijn leerstoornis. Er werden door de leerlingen, waaronder ook door verzoeker, aan de klastitularis signalen gestuurd over het gebrek aan begeleiding door de leerkracht voor wiskunde. Verzoeker heeft ook aan de leerkracht statistiek gevraagd om toch een live sessie te organiseren waarop vragen over statistiek konden worden gesteld. Verzoeker heeft deelgenomen aan alle live sessies en chat sessies die over de verschillende vakken werden georganiseerd en is hier niet één keer afwezig gebleven. Verzoeker wijst erop dat hij tijdens de lockdown toetsen wiskunde heeft afgelegd waarvan de resultaten opvallend beter waren dan voorheen. Met die progressie wordt in de bestreden beslissing geen rekening gehouden. De beslissing focust enkel op de eindtoets in juni. Bij dat cijfer moet bovendien nog worden aangegeven dat de klas van verzoeker geen les wiskunde meer heeft gehad na de lockdown, zodat volgens de richtlijnen van het VSKO zelfs geen summatieve eindtoets mocht worden georganiseerd. Die vooruitgang betrof overigens niet enkel het vak wiskunde, maar ook de andere vakken waarvoor verzoeker niet goed scoorde op de kersttoetsen. IX-9781- 8/17 Verzoeker geeft vervolgens een overzicht van zijn resultaten voor toetsen tijdens de lockdown. Hij betoogt dat hij zich wel degelijk over de hele lijn heeft herpakt in het tweede en derde trimester. Voor de vakken waar hij de kans daartoe kreeg, heeft hij de tekorten ook weten weg te werken tijdens de lockdownperiode. Hierover wordt evenwel met geen woord gerept in de bestreden beslissing en met die vooruitgang wordt op geen enkel moment rekening gehouden, wat strijdig is met de zorgvuldigheidsplicht. Op zijn eindtoetsen behaalde hij weliswaar opnieuw minder goede resultaten voor wiskunde en Frans, maar die resultaten moeten sterk worden gerelativeerd en ze moeten ook worden geïnterpreteerd in het licht van zijn leerstoornis en het gebrek aan adequate begeleiding. Voor de twee stamvakken van de richting scoort verzoeker goed en zijn eindtotaal was 60,3%. De redenen waarmee de beroepscommissie dit wegwuift vinden geen steun in het dossier. Ten slotte noemt verzoeker het onredelijk om hem in de voorliggende omstandigheden een B-attest te geven met clausulering voor alle richtingen binnen het ASO. Uit de gegevens van het dossier blijkt immers dat, ook al waren de resultaten van verzoeker niet goed in het eerste trimester, hij zich in de daaropvolgende trimesters heeft herpakt en in moeilijke omstandigheden er toch in is geslaagd om de tekorten weg te werken. Ook voor Frans en wiskunde, de twee vakken waarvoor hij niet slaagde op de eindtoets, behaalde hij tijdens de lockdown goede resultaten en maakte hij duidelijk vooruitgang. Uit het dossier blijkt dan ook hoegenaamd niet dat verzoeker, die wel geslaagd wordt verklaard voor de tweede graad humane wetenschappen, die richting niet met succes zou kunnen vervolgen in de derde graad. Daarbij dient dan ook nog rekening te worden gehouden met het gegeven dat hij tijdens het afgelopen schooljaar niet de gepaste begeleiding heeft gekregen die hem in staat had kunnen stellen om nog betere resultaten neer te zetten en ook te slagen voor de eindtoetsen van Frans en wiskunde. IX-9781- 9/17 Beoordeling
  20. Vóór alles wenst de Raad van State op te merken dat hij geen beroepsorgaan is dat belast is met een evaluatie van de prestaties van de leerling. Het valt de Raad niet toe om zich in de plaats te stellen van de klassenraad of de beroepscommissie en het dossier van de leerling te onderzoeken om uit te maken welke attestering hijzelf zou toekennen. Verzoeker lijkt dit in zijn uitvoerige betoog soms uit het oog te verliezen.
  21. De toelichting bij het eerste middel omvat tien bladzijden in lettergrootte ‘10’, In de nota met opmerkingen stelt de verwerende partij dat ingevolge het korte tijdsbestek waarin zij zich moet verweren in een procedure die een verzoekende partij inspant bij uiterst dringende noodzakelijkheid – en waarin de Raad de zaak moet onderzoeken – “een dwingende plicht op de verzoekende partij [berust] om helder, gebald en gestructureerd het middel te ontwikkelen”. De Raad valt die opmerking bij.
  22. Het komt de Raad van State voor dat een evaluatiebeslissing over een leerling evident moet vertrekken van de behaalde resultaten. Het valt aan een verzoekende partij toe om aannemelijk te maken dat die cijfers niet representatief zijn, dan wel dat ze de beroepscommissie tot conclusies hebben geleid die in rechte en in feite niet te verantwoorden vallen. 10.
  23. In punt 1 van de bestreden beslissing zijn de resultaten weergegeven waarmee de beroepscommissie rekening houdt. Wat de tekorten betreft, zijn dit zes tekorten met Kerstmis, drie onvoldoende remediëringsopdrachten na kerst, erg zware tekorten voor toetsen in de periode januari-maart en tekorten op de eindtoetsen. Wat de representativiteit van die cijfers betreft, stelt verzoeker daartegenover dat ook rekening moet worden gehouden met de resultaten van de opdrachten, taken en toetsen tijdens de lockdown. De beroepscommissie heeft in IX-9781- 10/17 punt 1 van de bestreden beslissing evenwel uitgelegd waarom zij dat niet doet. Verzoeker mag het anders wensen, maar hij toont vooralsnog niet aan dat het motief waarbij de beroepscommissie enkel rekening houdt met de “precoronapunten” en de eindtoetsen en zij die tussentijdse resultaten op kleine toetsen niet representatief acht, ondeugdelijk is. Dit betekent ook, dat het argument dat verzoeker zijn tekorten heeft weggewerkt tijdens het tweede en het derde trimester feitelijke grondslag mist. Dit heeft hij alvast niet gedaan met de aangeboden remediëringsopdrachten en met zijn cijfers tot aan de lockdown, integendeel. Dit heeft hij evenmin gedaan met zijn eindtoetsen. Anders dan verzoeker stelt, heeft de beroepscommissie ook rekening gehouden met de klasresultaten als geheel. Verzoeker overtuigt vooralsnog niet dat de beroepscommissie daaruit in feite of in rechte verkeerde conclusies heeft getrokken. Verzoeker betwist vergeefs de regelmatigheid van de eindtoetsen door te verwijzen naar een richtlijn van het “VSKO” – versta thans: Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Mogelijk is de verwerende partij aangesloten bij deze netwerkorganisatie, maar haar richtlijnen strekken de verwerende partij niet tot wet. 10.
  24. Eveneens met betrekking tot de representativiteit van de cijfers, wijst verzoeker op het gebrek aan begeleiding en remediëring. Hij erkent dat remediëring is aangeboden na het kerstrapport, maar dat was onvoldoende en ze was niet aangepast aan zijn situatie. Aan de Raad van State is echter geen begeleidingscontract voorgelegd of enige andere concrete afspraak die met verzoeker gemaakt is over de begeleiding van zijn leerstoornis, laat staan dat een tekortkoming wordt IX-9781- 11/17 aangevoerd die is terug te brengen tot een dergelijke afspraak en in rechtstreeks verband te brengen is met de vaststelling van de behaalde resultaten. De Raad kan dan ook enkel herinneren aan zijn vaste rechtspraak, dat een eventueel gebrek aan begeleiding – dat de verwerende partij overigens ontkent – ten hoogste de verantwoordelijkheid aan het licht kan brengen voor onvoldoende resultaten, maar niet vermogen die resultaten te maken tot wat ze niet zijn, namelijk slaagcijfers. Met andere woorden, het is kritiek die, ongeacht of ze in feite juist is, in rechte faalt. Ten overvloede valt de Raad de volgende opmerking van de verwerende partij bij: “De verzoekende partij schetst een oorzaak van het eigen minder presteren en dus van het niet verwerven van de nodige kennis om te kunnen overgaan met een A-attest. Waarvan akte. Maar de verzoekende partij legt helemaal niet uit waarom deze argumentatie met betrekking tot het eigen intelligentieprofiel dan volgens haar zou moeten leiden tot een andere deliberatie. […] Dit toont op geen enkele wijze aan dat het betwiste besluit niet gegrond zou kunnen zijn. Laat staan niet redelijk zou zijn.”
  25. De overweging van de beroepscommissie dat verzoeker werkt voor de vakken die hem interesseren en niet werkt voor de vakken die hem niet interesseren lijkt een overtollig motief, zodat de kritiek daarop rechtens niet relevant is. 12.
  26. Verzoeker kan in de huidige stand van de rechtspleging niet aantonen dat de beroepscommissie haar evaluatiebeslissing steunt op cijfers die niet representatief zouden zijn voor zijn prestaties tijdens het afgelopen schooljaar of niet dienstig zouden zijn om zijn capaciteiten in een derde graad oordeelkundig in te schatten. 12.
  27. De cijfers van verzoeker vertonen een zodanig tekort, dat de beroepscommissie er op het eerste gezicht terecht uit mocht afleiden, aangenomen IX-9781- 12/17 zelfs dat verzoeker in voldoende mate de leerplandoelstellingen heeft bereikt van de tweede graad, dat hij niettemin onvoldoende basis heeft, met lacunes in basisvakken voor heel wat vakken die de basis van ASO vormen, om de derde graad te kunnen aanvangen en dat hij vooralsnog niet beantwoordt aan het profiel van die derde graad ASO en dat ook een vakantietaak geen soelaas zou brengen. 12.
  28. De beroepscommissie heeft daarbij in het bijzonder en specifiek de richting humane wetenschappen met drie uur wiskunde van de derde graad onderzocht. Ook voor die richting oordeelt zij dat verzoeker vooralsnog de vereiste basiskennis mist. Verzoeker is het daarmee oneens, maar daarom is die beslissing niet onwettig.
  29. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  30. In het tweede middel voert verzoeker eveneens een schending aan van het redelijkheidsbeginsel. De bestreden beslissing clausuleert alle richtingen binnen het ASO, en dat louter op basis van cijfers, maar zonder afdoende rekening te houden met de omstandigheden waarin die cijfers werden behaald, en zonder rekening te houden met de vooruitgang die verzoeker nochtans heeft geboekt tijdens het tweede en derde trimester. In de gegeven omstandigheden is het onredelijk om te beslissen tot een algemene clausulering van alle richtingen binnen het ASO en had de school minstens moeten overwegen om de clausulering te beperken tot die richtingen waarvan de vakken waarvoor verzoeker in de eindtest uiteindelijk toch niet slaagt, een belangrijke poot vormen en dus tot die richtingen met een belangrijke poot wiskunde, of om zelfs een A-attest uit te reiken met zo nodig een waarschuwing of een vakantietaak die verzoeker in staat moest stellen om zijn IX-9781- 13/17 beweerde achterstand bij te werken. Verzoeker beklemtoont dat hij een B-attest kreeg, wat betekent dat de klassenraad heeft aangenomen dat hij wel degelijk de leerplandoelstellingen heeft behaald en dus de basiskennis en basisvaardigheden heeft verworven die in de tweede graad dienden te worden verworven. Beoordeling
  31. Bij de bespreking van het eerste middel is reeds overwogen dat de beroepscommissie naar recht en redelijkheid tot de conclusie mocht komen dat verzoeker niet beschikt over de vereiste basis om (nu reeds) een derde graad ASO aan te vatten. Het tweede middel voegt op het eerste gezicht geen argumenten toe die nog een bijkomend antwoord behoeven.
  32. Het middel mist ernst. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  33. Het derde middel is geput uit de schending van de materiëlemotiveringsplicht. Bij wijze van toelichting citeert verzoeker uit vroegere arresten van de Raad van State en citeert hij de bestreden beslissing. Hij meent dat de motivering ervan geen steun vindt in het dossier. Hij herhaalt vervolgens grosso modo dezelfde argumenten en opmerkingen die hij heeft uiteengezet in de toelichting bij het eerste middel: zijn tekorten zijn niet fundamenteel, hij heeft een B-attest en is dus geslaagd voor de tweede graad, hij heeft zijn tekorten weggewerkt tijdens het tweede en derde IX-9781- 14/17 trimester, hij heeft een aannemelijke vooruitgang geboekt, hij kreeg geen begeleiding of therapie tijdens de lockdown, de wiskundelessen waren ondermaats, vakantietaken zijn een probaat middel om bij te benen. Verzoeker is thans vrij leerling in het eerste jaar van de derde graad humane wetenschappen met 3 uur wiskunde. Zijn resultaten voor de toetsen wiskunde en Frans zijn positief. Beoordeling
  34. Opnieuw herhaalt verzoeker de argumenten die reeds bij de beoordeling van het eerste middel zijn onderzocht en voorlopig verworpen. Ze winnen niet aan kracht door ze ten derde male te herhalen.
  35. De resultaten van de toetsen die verzoeker behaalt als vrije leerling leiden niet tot een ander besluit. In de eerste plaats lijkt hij die resultaten niet aan de beroepscommissie voorgelegd te hebben, zodat hij haar niet kwalijk kan nemen dat zij ze niet in haar beslissing heeft betrokken. Voorts zijn de eerste toetsen van een schooljaar slechts herhaling en opfrissing van de leerstof van het vorige schooljaar en dus geenszins representatief voor de leerstof die komen gaat – ten minste toont verzoeker het tegendeel niet aan.
  36. Ook het derde middel mist ernst. D. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
  37. In het vierde middel noemt verzoeker het gelijkheidsbeginsel geschonden. IX-9781- 15/17 Verzoeker stelt vast dat een klasvriend van hem resultaten had die vrij vergelijkbaar en zelfs minder goed waren, maar die toch een A-attest heeft gekregen. Hij “vraagt zich dan ook af of hier niet met twee maten en gewichten wordt gemeten”. Ook een andere medeleerling behaalde een A-attest hoewel ook zij grote onvoldoendes had op de eindtoetsen Frans (39%) en wiskunde (37%). Beoordeling
  38. Wie een schending aanvoert van het gelijkheidsbeginsel moet daarvan het bewijs leveren, wat verzoeker niet doet door retorische vragen te stellen. Hoe dan ook blijkt uit de door verzoeker neergelegde documentatie prima facie dat de situatie van zijn klasvriend enigszins verschillend is van de zijne en dat het dan ook heel erg moeilijk is om de resultaten van beide leerlingen met elkaar te vergelijken. Zo, bijvoorbeeld, scoort de klasvriend over het algemeen veel beter op wiskunde. Precies omdat over elke leerling een deliberatie is vereist met inachtneming van de concrete elementen van zijn individuele dossier, slaagt verzoeker er met de door hem aangebrachte informatie vooralsnog niet in om aan te tonen dat de beroepscommissie een verschillende beoordelingsmaatstaf heeft toegepast op de leerlingen – daargelaten of en in hoeverre zij aan dezelfde maatstaf onderworpen is als de klassenraad die oordeelde over de klasvriend, in weerwil van haar autonomie op dat vlak als orgaan met hervormingsbevoegdheid.
  39. Door van de andere medeleerling enkel resultaten te noemen voor twee eindtoetsen, geeft verzoeker onvoldoende inzicht in haar leerlingendossier om een toets aan het gelijkheidsbeginsel mogelijk te maken. Een evaluatiebeslissing steunt immers op alle elementen van dat leerlingendossier.
  40. Het vierde middel is niet ernstig. IX-9781- 16/17 BESLISSING
  41. De Raad van State verwerpt de vordering.
  42. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  43. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9781- 17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.671 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.