← België

Arrest 248687 - Penitentiair recht - 21/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.687 Rolnummer: A. 226708/XIV-37874 Zaak: Arrest 248687 - Penitentiair recht - 21/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-04 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 248.687 van 21 oktober 2020 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 248.687 van 21 oktober 2020 in de zaak A. 226.708/XIV-37.874 In zake: Marten HOEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te 3730 Hoeselt Tongersesteenweg 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie woonplaats kiezend te 1000 Brussel Waterloolaan 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de gevangenisdirecteur van Turnhout van 19 september 2018 waarbij verzoeker een tuchtsanctie opgelegd kreeg van 4 dagen ATV van 20 september 2018 tot en met 23 september 2018.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. XIV-37.874-1/3 Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 juni
  3. Op 4 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. XIV-37.874-2/3
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-37.874-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.687 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.344 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.