← België

Arrest 248693 - Milieuvergunningen - 22/10/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.693 Rolnummer: A. 224160/VII-40163 Zaak: Arrest 248693 - Milieuvergunningen - 22/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-04 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.693 van 22 oktober 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 248.693 van 22 oktober 2020 in de zaak A. 224.160/VII-40.163 In zake : Maarten MAJOIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bram Van den Bunder kantoor houdend te 8580 Avelgem Kasteelstraat 15 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Frans SCHELLEKENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Colin De Beir kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Pastorijstraat 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 16 oktober 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 12 mei 2016, houdende het weigeren aan Frans Schellekens van de vergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een nertsenkwekerij, gelegen aan de Steenweg op Baarle 45 te Ravels, gegrond wordt verklaard en de gevraagde vergunning wordt verleend. VII-40.163-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Frans Schellekens heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 25 januari
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 oktober
  4. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Isabelle Lindskog, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Mathijs De Bruyn, die loco advocaat Colin De Beir verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De tussenkomende partij exploiteert een nertsenkwekerij aan de Steenweg op Baarle 45 te Ravels. Verzoeker is omwonende van de inrichting. VII-40.163-2/5 3.
  7. Op 19 januari 2016 dient de exploitant een vergunningsaanvraag in voor het verder exploiteren en veranderen van de inrichting. De beoogde verandering bestaat uit een uitbreiding van de nertsenkwekerij met bijkomende plaatsen voor 18.778 dieren (waarvan 3.291 moederdieren). 3.
  8. Bij besluit van 12 mei 2016 weigert de deputatie van de provincieraad van Antwerpen de gevraagde vergunning. 3.
  9. Tegen deze weigeringsbeslissing stelt de exploitant bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
  10. In het kader van de beroepsprocedure verlenen de afdeling Operationeel Grondwaterbeheer, het departement Ruimte Vlaanderen, het Agentschap voor Natuur en Bos, de afdeling Milieuvergunningen en de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie een gunstig advies. 3.
  11. Op 25 november 2016 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het beroep ongegrond en bevestigt zij de in eerste aanleg genomen weigeringsbeslissing. 3.
  12. Met arrest nr. 238.153 van 11 mei 2017 vernietigt de Raad van State voornoemde vergunningsbeslissing. 3.
  13. In het kader van de herneming van de beroepsprocedure worden opnieuw enkel gunstige adviezen uitgebracht. 3.
  14. Met het thans bestreden besluit van 16 oktober 2017 verklaart de bevoegde Vlaamse minister het beroep gegrond en verleent zij de gevraagde milieuvergunning voor een termijn van twintig jaar. 3.
  15. De corresponderende stedenbouwkundige vergunning werd op 15 september 2016 in laatste administratieve aanleg geweigerd door de deputatie van de provincieraad van Antwerpen. Bij arrest nr. RvVb/A/1819/0129 van 2 oktober 2018 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) de VII-40.163-3/5 vordering van de exploitant tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de deputatie verworpen. Het door de exploitant ingestelde cassatieberoep tegen voornoemd arrest werd door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 245.616 van 3 oktober
  16. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Verval van de bestreden milieuvergunning
  17. In het verslag van de auditeur wordt opgemerkt dat het cassatieberoep tegen arrest nr. RvVb/A/1819/0129 van de RvVb van 2 oktober 2018 door de Raad van State werd verworpen bij arrest nr. 245.616 van 3 oktober 2019, hetgeen impliceert dat “de stedenbouwkundige vergunning voor de inrichting werd verworpen, nadat de milieuvergunning werd verleend op 16 oktober 2017”, de bestreden milieuvergunning dientengevolge “vervallen” is en voorliggend annulatieberoep derhalve geen voorwerp meer heeft. Beoordeling
  18. De koppelingsregeling, zoals die was uitgewerkt in artikel 5, § 2, van het vroegere decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, ging uit van de vooronderstelling dat de milieuvergunning wordt verleend op een ogenblik dat nog geen beslissing is genomen over de aanvraag tot het verkrijgen van de voor het project vereiste stedenbouwkundige vergunning. Die regeling verhinderde in de eerste plaats de tenuitvoerlegging van de verleende milieuvergunning in afwachting van het verkrijgen van de vereiste stedenbouwkundige vergunning. Tevens regelde zij op dwingende wijze het lot van de verleende milieuvergunning als de bouwaanvraag later resulteert in een definitieve weigering.
  19. In dit geval wordt vastgesteld dat het verval van rechtswege van de bestreden milieuvergunning van 16 oktober 2017 afgeleid wordt uit het lot van een stedenbouwkundige vergunning die op 15 september 2016, dus voorafgaand aan de bestreden milieuvergunning, werd geweigerd. Zoals hoger wordt VII-40.163-4/5 aangegeven, ligt dergelijk rechtseffect niet besloten in voornoemde decretale bepaling.
  20. De exceptie wordt verworpen. V. Heropening van het debat
  21. Aangezien het verslag van de auditeur beperkt is tot het standpunt dat het annulatieberoep geen voorwerp meer heeft, dient het debat te worden heropend met het oog op een aanvullend verslag. BESLISSING
  22. De Raad van State heropent het debat.
  23. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat met een aanvullend onderzoek van de zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.163-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.693 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.928 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.