id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.796 Rolnummer: A. 222859/VII-40057 Zaak: Arrest 248796 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 29/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-12 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 248.796 van 29 oktober 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 248.796 van 29 oktober 2020 in de zaak A. 222.859/VII-40.057 In zake : Stephan BERTREM woonplaats kiezend te 8300 Knokke Bayauxlaan 58, bus 11 tegen : het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV) -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-directeurs van het RIZIV van 9 mei 2017 waarbij verzoekers accrediteringsaanvraag als adviserend geneesheer voor 2016 wordt geweigerd, zoals bevestigd bij beslissing van de Hoge Raad van geneesheren-directeurs van 27 juni
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. VII-40.057-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 9 mei 2017 beslist de Hoge Raad van geneesheren-directeurs de accrediteringsaanvraag 2016 van verzoeker niet te aanvaarden. Met een brief van 24 mei 2017 wordt die beslissing aan verzoeker ter kennis gebracht: “Op basis van de elementen die we hebben ontvangen, kunnen wij uw aanvraag niet aanvaarden want voor 2016 werd de verhouding van de punten voor ‘specifieke’ opleidingen (16 punten) en die voor de ‘algemene’ opleidingen (3,5 punten) niet gerespecteerd. Immers, art. 2 §3 van het KB van 11 juni 2011 houdende uitvoering van art. 154, 6e lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bepaalt dat de adviserend geneesheer is geaccrediteerd en het jaarlijks forfait voor accreditering ontvangt na ten minste twintig punten per jaar te hebben gekregen via erkende programmas voor bijscholing. Minstens 7 punten en maximum 10 punten moeten betrekking hebben op de specifieke opleiding vermeld in artikel 1, §2, 1e lid b”. 3.
- Met een e-mail van 12 juni 2017 vraagt verzoeker om een herziening. 3.
- Per e-mail van 12 juni 2017 wordt aan verzoeker meegedeeld dat het secretariaat van de Hoge Raad kennis heeft genomen van het verzoek tot herziening, dat de Hoge Raad van geneesheren-directeurs het dossier opnieuw zal bestuderen op de zitting van 27 juni 2017, en dat een nieuwe beslissing zal worden VII-40.057-2/4 toegezonden. 3.
- Op 27 juni 2017 blijft de Hoge Raad van geneesheren-directeurs bij zijn beslissing van 9 mei
- De oorspronkelijke weigeringsmotieven worden herhaald. Met een brief van 5 juli 2017 wordt deze beslissing ter kennis gebracht van verzoeker. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Krachtens artikel 2, § 1, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en de middelen te bevatten. Bij gebreke hieraan is het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk. Onder “middel” in de zin van de voormelde bepaling dient te worden verstaan: de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. Het verzoekschrift bevat louter feitelijke beweringen en bedenkingen. Deze maken geen “middel uit in de zin van de voormelde bepaling van het algemeen procedurereglement. De opmerking in de memorie van wederantwoord van verzoeker als zouden bepaalde punten ten onrechte niet als credit points in aanmerking worden genomen, kan hieraan niet verhelpen. Met de bijkomende feitelijke gegevens, aangebracht in geschriften waarin de algemene procedureregeling niet voorziet kan te dezen geen rekening worden gehouden. Het beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. VII-40.057-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.057-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.796 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div