id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.805 Rolnummer: A. 232044/IX-9788 Zaak: Arrest 248805 - Examens (onderwijs) - 30/10/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-03 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.805 van 30 oktober 2020 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.805 van 30 oktober 2020 in de zaak A. 232.044/IX-9788 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Fien Van Daele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 19 oktober 2020, strekt tot de schor- sing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de be- slissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts van 9 oktober 2020 waarbij het beroep van XXXX ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij 141 op 240 punten behaalde en niet gunstig gerangschikt is, wordt gehandhaafd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9788-1/24 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2020, om 11.30 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christophe Vangeel, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Sofie Logie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
- III. Regelgeving en feiten 3.
- De Vlaamse Regering organiseert jaarlijks een toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts (artikel II.187, § 6, 1° en 3°, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februa- ri 2018 ‘houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatings- examen tandarts’). Dat toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een tandheelkundige opleiding met succes af te ronden. Een gunstige rangschikking op grond van dit examen geldt als een “bijkomende toela- tingsvoorwaarde” voor inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Tandheelkunde (artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs). Het examen bestaat uit twee onderdelen: vooreerst een onderdeel ‘wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en IX-9788-2/24 wiskunde (KIW)’ (hierna: ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’) en voorts een onderdeel ‘generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepsprak- tijk van tandartsen (GC)’ (hierna: ‘generieke competenties’) (artikel II.187, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 22, tweede lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Deze twee onderdelen van het examen hebben hetzelfde gewicht (artikel 27, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Het examen is vergelijkend van aard. De kandidaten die ten minste de helft van de punten behalen op alle onderdelen van het examen zijn geslaagd. De geslaagde kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de be- haalde numerieke score. De geslaagde kandidaten met de hoogste behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met het vooropgestelde quotum, dat thans 180 bedraagt (besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2020 ‘tot vastlegging van het startquotum voor de opleiding arts en voor de opleiding tand- arts’). Is het aantal geslaagde kandidaten hoger dan het vooropgestelde quotum, dan wordt een cesuur getrokken. Dit gebeurt principieel tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat (artikel II.187, §§ 3 en 4, van de Codex Hoger Onderwijs). Alle vragen van het toelatingsexamen zijn meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden per vraag. Slechts één antwoordmogelijkheid per vraag is juist. Een juist antwoord levert positieve punten op, een fout antwoord levert negatieve punten op en geen antwoord levert nul punten op (artikel 27, vierde lid, 1° en 2°, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). 3.
- Nadere voorschriften met betrekking tot het toelatingsexamen georganiseerd in 2020 zijn door de examencommissie vastgesteld in het ‘Wer- kingsreglement en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2020’ (hierna: het werkings- en examenreglement 2020). IX-9788-3/24 3.
- Verzoekster neemt op 26 augustus 2020 deel aan het toela- tingsexamen voor de opleiding tot tandarts. Omwille van de maatregelen ter beperking van de verspreiding van COVID-19, vindt het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts plaats op 23 verschillende locaties. Verzoekster legt het examen af in het atheneum van het gemeenschapsonderwijs te Etterbeek. 3.
- Na beraadslaging kent de examencommissie haar de volgende punten toe: 62 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, 79 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘generieke compe- tenties’ en 141 op 240 punten in het totaal. De cesuur is door de examencommissie bepaald op 153 op 240 punten. De examencommissie besluit dat verzoekster niet gunstig ge- rangschikt is om te worden toegelaten tot de beoogde opleiding. 3.
- Verzoekster stelt op 10 september 2020 tegen die beslissing van de examencommissie een beroep in bij de “interne beroepsinstantie” (hierna: de beroepsinstantie), die luidens artikel 65 van het werkings- en examenregle- ment 2020 is samengesteld uit “de examencommissie met de voorzitter van de examencommissie als voorzitter”. Verzoekster voert in haar beroepschrift aan (met weglating van de voetnoten): “I. Ten gronde Verzoekster behaalde 141/240 op haar ingangsproef tandarts. Verzoekende partij klaagt onder meer een ongelijke behandeling aan van de kandidaten m.b.t. hetzelfde toelatingsexamen voor de opleidingen arts en tandarts. IX-9788-4/24 Niet alle studenten kregen gelijke kansen om te slagen op het toegangs- examen dit jaar. Er dient een niet-gerechtvaardigde ongelijke behandeling tussen de kandi- daten te worden vastgesteld. Dat verschil in behandeling doet zich in concreto als volgt voor te doen: Verzoekster legde op 26 augustus 2020 het toelatingsexamen tandarts af in het GO Atheneum Etterbeek. Om 9u30 kreeg men toegang tot het examenlokaal. Dit lokaal stelde een klas voor van ongeveer 15 personen, elk met eigen computer van de examencom- missie zelf en een toezichtster. Het lokaal sloot aan bij een ander lokaal door middel van een deur, die op het moment van het examen open stond. Verzoekster situeerde zich naar een muur gericht, tussen twee andere deelnemers. Men kon zich aanmelden in de examentool om 9u45 en om 10 uur startte verzoekster haar examen officieel en begon ze met de eerste vraag op te lossen. Naar het einde toe, er resteerde ongeveer een half uur, ondervond het examen- platform op haar computer een technisch probleem. Het scherm bleef namelijk haperen toen ze op de toets ‘volgende’ klikte om naar de volgende vraag te gaan. De pagina bleef laden. Vervolgens kwam er een error melding in beeld. Verzoekster drukte op ‘opnieuw proberen’, maar tevergeefs. Ze heeft dit meteen gemeld aan de toezichtster. Zij vertelde verzoekster om te wachten, terwijl ze hulp inschakelde (dit gebeurde via berichtenverkeer). Kort daarop ondervonden ook enkele andere deelnemers, naar schat- ting 7 à 8, hetzelfde probleem. Een man arriveerde, die de deelnemer rechts van verzoekster, […], te hulp schoot. Hij slaagde erin om door middel van de pagina te refreshen, het pro- bleem op te lossen. De student in kwestie kon verder werken aan het examen. Aan de rest die hetzelfde probleem ondervonden werd opgelegd hetzelfde te doen. Verzoekster herinnert zich dat dit onmiddellijk lukte, en ze iets langer moesten wachten. Uiteindelijk kon verzoekster zich opnieuw inloggen vanuit de ‘homepage’. Echter zag verzoekster op de timer van haar pc, die de resterende tijd aan- geeft, dat er nog maar plusminus 15 minuten overbleven. De tijd dat de pagina geblokkeerd was, bleek van de resterende tijd afgetrokken te zijn zonder dat verzoekster heeft kunnen werken aan het examen. De toezichtster maakte de opmerking dat bij haar rechterbuur, [….], haar verloren tijd wel was bijgevoegd dus dat het allemaal in orde was. Verzoekster raakte daarop in paniek en liet weten aan de toezichtster dat ze niet haar oor- spronkelijke tijd terug had. Nadien kwam de toezichtster meedelen aan verzoekster dat ze gewoon moest doorwerken en ze later haar verloren tijd later wel zou terug krijgen. Verzoekster hoorde de toezichtster aan haar rechterbuur, […], zeggen dat zij het kwartier dat ze verloren had er meteen al had bijgekregen in tegenstelling tot de rest die technische problemen ondervonden had, dus dat zij de test moest beëindigen wanneer er nog een kwartier overbleef voor haar zodat ze tegelijk IX-9788-5/24 met de rest, de extra tijd kon benutten. Na enkele minuten vertelde de toe- zichtster dat ze echter toch gewoon mocht doorwerken. De tijd van verzoekster was verlopen en de test sloot zich volledig af. Ver- zoekster zag dat de deelnemer links van haar, […], nog doorwerkte aan het examen, terwijl de andere studenten op hetzelfde moment waren gestart en zij geen technisch probleem ondervonden had. Verzoekster kon echter niets meer doen en wachtte af. Stilletjes aan verlieten de deelnemers het klaslokaal, omdat zij het examen afgerond hadden. Aan diegenen die technische problemen ondervonden hadden werd gevraagd om te blijven zitten. In totaal heeft verzoekster zeker 25 à 30 minuten met veel stress gewacht vooraleer ze het examen kon herstarten. Er werd toegelaten om iets te eten en te drinken. Verzoekster had echter teveel stress om iets binnen te krijgen. Ze besloot om een klein tussendoortje te eten uit vrees dat ze geen tijd zou hebben voor haar middageten in de pauze. Verzoekster kon zich uiteindelijk aanmelden om het examen te herstarten. De resterende tijd stond toen op 16 minuten. De middagpauze was normaal van 13 - 14 uur. Door de technische problemen heeft verzoekster gewerkt tot ongeveer 13u45 (terwijl anderen reeds pauze hadden). Verzoekster vernam dat haar linkerbuur, […], tijdens het maken van het eerste deel, opeens een kwartier extra tijd bijgekregen had, zonder dat zij enig probleem ondervonden had. Normaliter zouden de deelnemers om 14 uur zich terug naar hun plaats kunnen begeven, om om 14u15 te starten aan het tweede examenonderdeel. Dit werd een kwartier opgeschoven door de problemen die zich voorgedaan hebben. Om 14u15 kreeg men toegang tot het examenlokaal, en om 14u30 kon men starten aan het examen. In totaal heeft verzoekster dus een half uur pauze gehad en de deelnemers zonder problemen één uur pauze (en een kwartier extra om aan het examen te werken). Het tweede deel verliep moeizaam. Verzoekster had gedurende heel de dag al een mondmasker op, en had tijdens het tweede deel veel angst dat zich hetzelfde ging voordoen als in de voormiddag. Ook was ze aangeslagen na het vernemen dat er mensen meer tijd gekregen hadden dan anderen en kon ze haar hoofd niet legen tijdens de pauze. Voor het tweede deel ondervond ze ook hoofdpijn en concentratieproblemen als gevolg van zuurstofgebrek door het lang dragen van het masker. Nadien vernomen, heeft een vriendin van verzoekster, […], dezelfde situatie meegemaakt op dezelfde dag maar op een verschillende locatie: Damiaanin- stituut te Aarschot. Zij vertelde dat nadat haar computer bleef haperen, ze terug kon starten en er nog 3 minuten overbleven, maar dit opeens versprong naar 17 minuten. Ande- ren in haar lokaal moesten zoals in de situatie van verzoekster, eerst een half uur wachten vooraleer ze een kwartier bijkregen. Verzoekster behaalde ondertaande deelscores voor het toelatingsexamen tandarts: • KIW: 62/120 • GC: 79/120 • totaal: 141/240 • Cesuur: 153/240 IX-9788-6/24 Concreet wil dit zeggen dat verzoekster 12 punten ontbreekt om gunstig gerangschikt te worden. Voor elk goed antwoord krijgt men 3 punten. Dus verzoekster ontbreekt 4 goede antwoorden op de 80 vragen in totaal (KIW + GC). Mits verzoekster een kwartier minder gekregen heeft dan sommige deel- nemers, kan dit een cruciaal verschil uitmaken. Gezien normaliter 3u toegelaten is om het examen KIW van 40 vragen af te leggen, geldt dat er per vraag ge- middeld 4,5 minuut voorzien is. Voor 4 vragen op te lossen is er dus gemiddeld 18 minuten tijd. Het is net hier waar verzoekster werd benadeeld. Zij heeft namelijk minder tijd gekregen dan haar medestudenten om de vragen op te lossen. Daarbij heeft de gehele situatie en de hectiek die deze met zich meebrengt een nefast effect gehad op het prestatie -en concentratie vermogen van ver- zoekster. Na het examen vernam verzoekster dat op dergelijke problemen op ver- schillende locaties hebben plaatsgevonden en ook daar de studenten uiteenlo- pende voordelen hebben gekregen ten opzichte van de andere studenten. We dienen dan ook te besluiten dat de studenten die allen op via dezelfde methode worden gerangschikt in het kader van de cesuur op tal van verschil- lende wijzen en omstandigheden werden geëxamineerd. In stuk 2 brengt ver- zoekster bewijs bij van deze verschillende beoordelingswijzen. • Zo zijn er studenten die te kampen hadden met technische storingen en hierdoor veel kostbare tijd en concentratie zijn verloren, maar geen extra tijd gekregen hebben ten opzichte van de oorspronkelijke voorzien timing • Zo zijn er studenten die technische storingen hebben ondervonden, maar de verloren tijd er automatisch terug bij werd gerekend en alsnog extra tijd hebben gekregen. • Zo zijn er studenten die op andere locaties te kampen hadden met techni- sche storingen en geluidsoverlast die hierdoor veel kostbare tijd en concentratie zijn verloren. • Zo zijn er studenten die op andere locaties met geluidsoverlast te kampen hadden, maar geen technische storingen hebben gehad en alsnog (soms tot één uur) extra tijd verkregen. • Zo zijn er studenten zonder technische storingen op andere locaties die het examen hebben kunnen afleggen en toch extra tijd hebben gekregen. • Er zijn studenten die een ruime pauze hebben kunnen genieten, en er zijn studenten die quasi geen pauze hebben gekregen, laat staan om behoorlijk te eten. Begrijpe wie begrijpen kan… Het is evident dat studenten die ongestoord hebben kunnen werken en zich geen zorgen dienden te maken over de beschikbare tijd een onaanvaardbaar voordeel hebben verkregen ten opzichte van de andere kandidaten. Dit geldt des temeer voor de studenten die geen enkele hinder ondervonden hebben, maar toch extra tijd hebben gekregen. Alleen al de onderbreking op zich – nog afgezien van het tijdstekort – ver- oorzaakt een belangrijke verstoring van de concentratie. Het niet duidelijk communiceren na de technische incidenten of er wel of niet, dan wel hoeveel, tijd bijkomend wordt toegestaan, levert bijkomende stress en mogelijks haastwerk op. IX-9788-7/24 Derhalve kan niet worden uitgesloten dat binnen de groep kandidaten er kandidaten zijn die uit deze verschillende omstandigheden – wel of geen lawaai, kortere timing (lunchpauze) tussen de onderdelen, alsook duurtijd voor het af- leggen van het examen, en het al dan niet ervaren van een technische onder- breking – daaruit een voordeel hebben gehaald, méér zelfs die mede daaraan hun geslaagd zijn te danken hebben. Er zijn dan ook diverse verschillende categorieën. Zelfs bij de kandidaten die geen problemen hebben gekend zijn er die desalniettemin extra tijd hebben gekregen en zij die dat niet hebben gekregen. Dat voordeel (de extra tijd) wordt bij de ranking volstrekt ontzegd aan de niet-geslaagde kandidaten die het slachtoffer zijn van deze omstandigheden. Er moet dan ook worden besloten dat de verschillende categorieën van kandidaten niet dezelfde kansen hebben gehad om te slagen. Het gelijkheidsbeginsel sluit een onderscheiden behandeling van bepaalde categorieën van personen niet uit, voor zover althans voor dat onderscheid een objectieve, pertinente en redelijke verantwoording bestaat. Dit criterium is hier afwezig: er is geen enkele reden om de ene kandidaat meer tijd te gunnen dan de andere. Net zoals er geen reden is om de ene wel en de andere quasi geen pauze te gunnen, etc.. De ranking/inschrijving is derhalve niet gebeurd op grond van een gelijke of een gerechtvaardigde ongelijke behandeling van de kandidaten, maar wel op grond van een niet-gerechtvaardigde ongelijke behandeling van de kandidaten. Dat er een anomalie is ontstaan bij het examen blijkt ook uit de uitzonderlijk hoge resultaten dit jaar, die de cesuur verstrengen. Deze resultaten zijn het gevolg van het feit dat bepaalde kandidaten zonder enige problemen hebben kunnen werken en bovendien extra tijd hebben gekregen. Het chaotische verloop van het examen, de ad hoc communicatie n.a.v. de problemen en de verschillende behandelingen van studenten per locatie, maar ook de verschillende behandeling tussen de verschillende locaties is stuitend en wijst op een verregaande onzorgvuldigheid Men is niet enkel verantwoordelijk voor een behoorlijke informatie omtrent het examen, maar ook voor de goede praktische organisatie ervan. Hieraan werd echter schromelijk tekort geschoten. Het feit dat men met deze ongelijkheid ook geen rekening houdt in de ran- king behelst een bijkomende onzorgvuldigheid De apodictische schending van het gelijkheidsbeginsel brengt dus tevens schendingen van het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel met zich mee. Het Hof van Cassatie stelt dat het zorgvuldigheidsbeginsel inhoudt dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden, wat onder meer betekent dat het alle voor de beslissing relevante feiten met zorgvuldigheid moet vaststellen, en dat het met deze feiten ook rekening moet houden bij het nemen van de beslissing. Zo worden de bepalingen van de materiële zorgvuldigheidsnorm geschonden wanneer de administratieve overheid bij de uitvoering van haar taak onnodig de belangen van diegenen die bij hierbij betrokken zijn schaadt. We dienen dan ook te besluiten dat er in casu geen rekening wordt gehouden met bovenstaande rechtspraak. IX-9788-8/24 Het is niet ernstig te noemen dat tal van kandidaten met eenzelfde probleem worden geconfronteerd. Het betreft dus een ongelukkig toeval of overmacht, maar een gevolg van onzorgvuldig handelen alsook onzorgvuldig reageren op het ogenblik dat het probleem zich manifesteert. Alleszins heeft de beslissing tot ranking op geen enkele wijze rekening ge- houden met alle relevante feiten uit het dossier. Indien men de beoordeling op zorgvuldige wijze had voorbereid waren de bijzondere omstandigheden van onder meer verzoekster aan het licht gekomen en had men hiermee rekening kunnen houden. De handelswijze waarbij bij tientallen personen weldegelijk schade berok- kend ten voordele van vele anderen impliceert een manifeste schending van de materiële zorgvuldigheidsnorm. Het redelijkheidsbeginsel is nauw verbonden met het zorgvuldigheidsbe- ginsel. Bij de behandeling van de overheidsaansprakelijkheid zal het gedrag van de overheid immers worden vergeleken met dat van enig andere normaal voorzichtige en redelijk handelende overheid. Zoals hierboven werd aangetoond kan de handelswijze waarbij er een tal van problemen (falende computers, onhandige interventies en communicatie en onzorgvuldige keuze van locaties) niet worden vergeleken met dan van enig andere normaal voorzichtige en redelijk handelende overheid. De kandidaten hebben vaak een jaar lang uitgekeken en gestudeerd voor het examen en er staat voor hen vaak bijzonder veel op het spel. Dat dit alles dan ontaardt in een onnavolgbare improvisatie met manifeste discriminatie tussen de studenten grenst aan het stuitende. Het is alleszins kennelijk onredelijk om hieromtrent dan in alle talen te zwijgen en deze problemen te negeren zodat er geen motivering voorligt om- trent waarom met heeft besloten geen rekening te houden met alle uitzonderlijke omstandigheden die hebben plaatsgevonden. We dienen dan ook te besluiten dat er sprake is van een schending van zowel het gelijkheids-, zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel. Tot slot dient er opgemerkt te worden dat er sprake is van een schending van het patere legem-beginsel. De vaste rechtspraak stelt dat de instelling gebonden is door de voorschriften die zijzelf heeft vastgelegd. Artikel 51 van het examenreglement bepaalt de tijdsduur van het examen: […] Artikel 56 vermeldt: […] In strijd met deze twee bepalingen hebben de kandidaten die geen technische problemen hebben gekend toch bijkomende tijd gekregen. Anderzijds werd de per reglement vastgelegde tijdstippen niet gerespecteerd en golden voor ver- schillende kandidaten en voor verschillende locaties verschillende aanvangs- tijdstippen (veroorzaakt door de problemen). I.
- Conclusie Uit al het bovenstaande dient er besloten te worden dat verzoekster wel als gunstig gerangschikt dient te worden weerhouden, minstens dat het cijfer van verzoekster verhoogd dient te worden, nl. naar meer dan 158/240 waardoor zij de cesuur wel haalt. Ondergeschikt dient het hele toegangsexamen en de ranking vernietigd te worden voor alle kandidaten. IX-9788-9/24 Er werd immers duidelijk aangetoond dat verzoekster door de ongelijke behandeling niet dezelfde kansen heeft gekregen dan de andere studenten en haar resultaat bijgevolg niet representatief is, minstens een louter gevolg is van een discriminiatoir behandeling.” 3.
- Op 9 oktober 2020 beslist de beroepsinstantie dat verzoeksters beroep ontvankelijk, maar niet gegrond is en dat de eerder door de examencom- missie genomen beslissing dat zij een score van 141 op 240 punten behaalt en niet gunstig gerangschikt is, gehandhaafd blijft. Dit is de bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motieven: “De beroepsinstantie heeft geen opmerkingen wat de ontvankelijkheid betreft van uw beroepschrift. Het beroep is ontvankelijk. U motiveert uw klacht ten gronde met argumenten die de schending van de gelijke examencondities betreffen ten gevolge van technische problemen. De beroepscommissie heeft integraal kennisgenomen van de argumenten zoals die zijn opgenomen in het beroepschrift en formuleert hiernavolgende beschouwingen. U stelt dat u door een technische storing tijdens het onderdeel KIW ge- durende onbekende tijd onderbroken werd. Gedurende die tijd kon u niet werken aan het examen. U hebt na 13 uur nog een kwartier tijd gekregen om het examenonderdeel KIW af te werken. De commissie bevestigt dat er een technische storing was tijdens het onderdeel KIW. Serverproblemen lagen aan de basis van dit probleem. Sommige deelnemers werden geïmpacteerd, waaronder u. De commissie stelt op basis van de loggegevens vast dat u maximaal een uitval hebt gehad van 12 minuten en 48 seconden. De verloren tijd werd bij u niet automatisch bijgegeven. U kreeg bijgevolg nog 15 minuten tijd om verder te werken aan het onderdeel KIW. Dit deed u ook tussen van 13.37 uur tot 13.52 uur. U heeft dus meer tijd gehad dat de vooropgestelde 180 minuten. U argumenteert dat u 12 punten onder de cesuur zit en dat als u 18 mi- nuten extra had gehad, u 12 punten extra zou hebben gehaald. Vooreerst stelt het examenreglement dat het onderdeel KIW 180 minuten duurt en uit de gegevens blijkt dat u deze tijd heeft gekregen. Vervolgens is uw redenering foutief, want zij volgt een puur lineair verband tussen examentijd en be- haalde score. Volgens die redenering zou u 120 op 120 moeten halen voor KIW, aangezien u de vooropgestelde tijd van 180 minuten heeft gekregen. En tevens had u geen recht op meer tijd (al zeker niet 18 minuten tijd), aangezien u 180 minuten heeft gekregen. Het resultaat is niet alleen afhan- IX-9788-10/24 kelijk van de tijd. De commissie heeft de logs van de deelnemers die hoger gerangschikt staan dan u onderzocht. Uit de loggegevens heeft de commissie kunnen vaststellen dat heel wat deelnemers geen 15 minuten extra op hun 180 mi- nuten hebben gekregen. De extra tijd die sommige deelnemers hebben ge- kregen, heeft er niet voor gezorgd dat de cesuur 12 punten gestegen is. Zonder de extra tijd die deelnemers ten gevolge van de storing hebben ge- kregen, zou de cesuur niet op 141 of lager gelegen hebben. U heeft dan geen nadeel geleden door de extra tijd die sommige deelnemers hebben gekregen. Een examen zal nooit in een steriele omgeving plaatsvinden. Dit geldt des te meer voor het toelatingsexamen voor de opleidingen van arts en tandarts waaraan enkele duizenden studenten terzelfder tijd deelnemen. Gelet op dit gegeven is het niet onredelijk om ervan uit te gaan dat niet elke verstoring van het examengebeuren van aard is een impact te hebben op de resultaten van de deelnemer. Een deelnemer aan het toelatingsexamen moet worden geacht ertoe in staat te zijn zich voor de duur van het examen af te sluiten van omgevingsgeluiden of -situaties, althans voor zover ze de grenzen van het normaal verdraagbare niet te buiten gaan, met andere woorden voor zover ze niet substantieel hinderlijk van aard zijn. Een deelnemer die meent dat in zijn geval die grenzen overschreden zijn, moet daarvan het bewijs leveren. Hij moet elementen aanbrengen die toelaten om de concrete examenomstan- digheden op een objectieve wijze vast te stellen, het substantiële karakter van de verstoring te onderkennen en de impact ervan op de resultaten – minstens als aannemelijk – te doen inzien. De commissie is van oordeel dat u niet op afdoende wijze aantoont dat storingen u hebben verhinderd om het examen in de voorziene omstandig- heden af te leggen en dat de beweerde storingen er ook effectief hebben toe geleid dat u hierdoor minder dan normaal heeft kunnen presteren. De commissie heeft zijn beslissing tot rangschikking op zorgvuldige wijze voorbereid en in alle redelijkheid rekening gehouden met alle relevante feiten. Dit middel is dus ongegrond.” IV. Voorwaarden voor het bevelen van de schorsing bij uiterst dringende nood- zakelijkheid
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-9788-11/24 V. Ernst van de middelen
- Om redenen van logica en proceseconomie acht de Raad van State het verkieslijk het tweede door verzoekster aangevoerde middel eerst te onderzoeken. A. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster formuleert het tweede middel als volgt: “Schending van de materiële motiveringsplicht, gelijkheids- en patere-legem beginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel Doordat verzoekster mag verwachten dat er een pertinent antwoord volgt op haar ernstige grieven zoals zij deze heeft geformuleerd in het kader van haar beroep en verzoekster tevens mag verwachten dat een beslissing wordt geba- seerd op correcte feiten. Terwijl de bestreden beslissing vertrekt vanuit manifeste onjuiste feitelijke gegevens en men in het geheel geen afdoende antwoord geeft op de aange- brachte grieven.”
- Zij betoogt dat de motieven waarop de bestreden beslissing steunt, niet naar behoren bewezen zijn en dat er “tal van foutieve elementen” in opgenomen zijn, die de beslissing niet kunnen verantwoorden. Zo laat de bestreden beslissing “de kwestie van de manifest ingekorte pauze” onbesproken, niettegenstaande zij daarover expliciet een grief had geformuleerd in haar beroepschrift. Voorts, aldus verzoekster, schetst de bestreden beslissing de situatie foutief waar ze vermeldt: “U stelt dat u door een technische storing tijdens het onderdeel KIW gedu- rende onbekende tijd onderbroken werd. Gedurende die tijd kon u niet werken aan het examen. U hebt na 13 uur nog een kwartier tijd gekregen om het exa- menonderdeel KIW af te werken.” IX-9788-12/24 De verwerende partij vergeet immers het “cruciaal element” te vermelden dat zij 37 minuten heeft moeten wachten in het lokaal, terwijl andere deelnemers pauze hadden. Die handelwijze gaat volgens verzoekster in tegen artikel 51 van het werkings- en examenreglement
- Ook het argument uit haar beroepschrift dat andere deelnemers die geen problemen hadden ondervonden, tijd hebben bijgekregen, blijft volgens verzoekster onbeantwoord. In andere overwegingen van de bestreden beslissing “fietst de examencommissie om de essentie heen”, zo stelt verzoekster. Waar de bestreden beslissing de redenering van verzoekster foutief noemt, omdat ze een puur lineair verband zou leggen tussen examentijd en behaalde score, vergeet de verwerende partij dat de andere deelnemers wel meer tijd hebben gekregen en bijgevolg meer kans hadden om een hogere score te behalen. In normale omstandigheden zou zij bovendien een uur tijd hebben gekregen om “een frisse neus” te halen. Zo heeft zij bij het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts, waar alles vlot is verlopen en zij één uur pauze kreeg, dertien punten meer kunnen behalen op het tweede exa- menonderdeel. De bestreden beslissing maakt er zich gemakkelijk van af, zo vervolgt verzoekster, terwijl zij in haar beroepschrift concreet aantoonde op welke wijze de storingen een negatief effect hebben gehad op haar prestatievermogen. Beoordeling
- Verzoekster bekritiseert in haar tweede middel de motieven van de bestreden beslissing. Aldus legt zij uit hoe de materiëlemotiveringsplicht, waarop zij het middel steunt, volgens haar geschonden is. Zij verduidelijkt even- wel niet precies hoe het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel op zich geschonden zouden zijn. In zoverre het middel mede op die twee laatstge- IX-9788-13/24 noemde beginselen steunt, lijkt het samen te vallen met de ingeroepen schending van de materiëlemotiveringsplicht.
- Verzoekster stelt vooreerst dat de bestreden beslissing geen antwoord geeft op haar grief met betrekking tot de “ingekorte pauze”, alsook voorbijgaat aan het “cruciaal element” dat zij 37 minuten heeft moeten wachten vooraleer zij verder mocht werken. Zij kan daarin op het eerste gezicht niet worden bijgevallen. De bestreden beslissing stelt immers: “De commissie is van oordeel dat u niet op afdoende wijze aantoont dat storingen u hebben verhinderd om het examen in de voorziene omstandigheden af te leggen en dat de beweerde storingen er ook effectief hebben toe geleid dat u hierdoor minder dan normaal heeft kunnen presteren.” Daarmee lijkt de beroepsinstantie uitdrukkelijk haar standpunt over het verloop van het examen van verzoekster weer te geven, óók wat de voormelde grieven van verzoekster betreft. Verzoekster ontkracht dat standpunt van de beroepsinstantie op het eerste gezicht niet. Zij vermeldt zelf dat zij ongeveer een half uur heeft gewacht op het heropstarten van het eerste examenonderdeel en dat het in die tussentijd toegelaten was om iets te eten en te drinken. Na de hervatting van het eerste exa- menonderdeel heeft zij, naar eigen zeggen, gewerkt “tot ongeveer 13u45”. Het tweede examenonderdeel blijkt gestart om 14.30 uur, zodat verzoekster in het totaal op zijn minst gedurende een uur pauze heeft genoten. De omstandigheid dat die pauze werd onderbroken, lijkt niet van dermate ingrijpende aard te zijn geweest dat de beroepsinstantie redelijkerwijze niet vermocht te besluiten dat verzoekster het toelatingsexamen regelmatig heeft kunnen afleggen. Verzoekster maakt het tegendeel alvast niet aannemelijk. Het feit dat zij in het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts beter zou hebben gescoord op het examenonderdeel na de pauze volstaat daartoe niet, aangezien dat nu eenmaal een andere proef betreft. IX-9788-14/24 Ten onrechte bovendien onderkent verzoekster in de handelwijze van de verwerende partij een schending van artikel 51 van het werkings- en exa- menreglement 2020 dat luidt als volgt: “Het examen zal in deze volgorde verlopen: - 10.00 – 13.00 uur: KIW: 10 vragen per wetenschappelijke discipline (wis- kunde, fysica, chemie en biologie) - 14.15 – 14.35 uur: CLEAR - 14.40 – 15.35 uur: VAARDIG deel 1 - 15.40 – 16.00 uur: VAARDIG deel 2.” Dit voorschrift bepaalt de “volgorde” van de examenverrich- tingen. De kandidaten lijken er geen aanspraak uit te kunnen putten dat niet in het minst kan worden afgeweken van het aanvangsuur of van het einduur van elk onderdeel. Integendeel voorziet artikel 74 van het werkings- en examenregle- ment 2020 uitdrukkelijk in de mogelijkheid tot afwijking “in geval van technische problemen met de hardware of software”. 10.
- Verzoekster lijkt zich ook te vergissen waar zij stelt dat de be- streden beslissing eraan voorbijgaat dat “de andere deelnemers wel meer tijd ge- kregen hebben en bijgevolg meer kans hadden om een hogere score te behalen”. De bestreden beslissing stelt in dit verband immers dat het ar- gument van verzoekster dat indien zij ook meer tijd had gekregen, zij twaalf punten extra zou hebben behaald, niet opgaat, omdat het uitgaat van een louter lineair verband tussen examentijd en behaalde score en voorts dat de omstandigheid dat sommige deelnemers extra tijd hebben gekregen, niet ervoor heeft gezorgd dat de cesuur twaalf punten is gestegen. 10.
- Verzoekster ontkracht ook dat standpunt van de beroepsinstantie op het eerste gezicht niet. In het verslag van de examencommissie van 31 augustus 2020 kan in dit verband worden gelezen: IX-9788-15/24 “Probleem met servers van het examenplatform Rond 12.40 uur waren er 2 korte uitvallen na elkaar: een van 4 minuten en een van 2 minuten in een tijdsinterval van 15 minuten. Dit had een wisselende im- pact op deelnemers: - Bij sommige locaties was er een uitval en bij andere locaties niet. - Binnen één locatie was er een uitval bij sommige deelnemers en bij andere deelnemers niet. - Bij sommige geïmpacteerde deelnemers werd de uitval niet geregistreerd door het systeem, waardoor er geen automatische verlenging van de exa- mentijd voor deze deelnemers was. De organisatie heeft ervoor gezorgd dat alle deelnemers 15 minuten extra tijd kregen, zodat alle deelnemers minstens 180 minuten examentijd hadden. Bij enkele deelnemers werd de examentijd automatisch afgesloten, vooraleer er 15 minuten extra tijd konden worden toegekend aan hen. De organisatie heeft voor deze personen het examen opnieuw kunnen openstellen gedurende 15 minuten. Aangezien aan alle deelnemers 15 minuten extra tijd werd gegeven, is het mogelijk dat sommige deelnemers meer dan 180 minuten examentijd hebben gehad.” De verwerende partij licht nog toe in haar nota: “Aangezien het op dat moment niet mogelijk was om uit te maken welke kandidaten al dan niet geconfronteerd werden met een uitval en gedurende welke duur, werd aan iedereen 15 minuten extra toegekend. De uitval was in ieder geval niet langer dan 15 minuten, zodat iedereen op zijn minst 180 mi- nuten had.” Vooreerst lijkt te moeten worden vastgesteld dat verzoekster alleszins, zoals bepaald in het werkings- en examenreglement 2020, 180 minuten tijd heeft gekregen, voor het afleggen van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, méér zelfs, aangezien zij blijkens haar loggegevens, ver- meld in de bestreden beslissing, “maximaal een uitval [heeft] gehad van 12 mi- nuten en 48 seconden”, terwijl zij vijftien minuten heeft bijgekregen. In het totaal heeft zij dus 182 minuten en 12 seconden kunnen besteden aan het examenon- derdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’. De omstandigheid dat ook andere deelnemers vijftien minuten bijkomende tijd hebben gekregen, ook deelnemers die geen uitval hadden gehad, IX-9788-16/24 omdat het volgens de verwerende partij “op dat moment niet mogelijk was om uit te maken welke kandidaten al dan niet geconfronteerd werden met een uitval en gedurende welke duur”, heeft verzoekster op het eerste gezicht niet benadeeld. De beroepscommissie wijst er immers op dat “[d]e extra tijd die sommige deelnemers hebben gekregen, […] er niet voor [heeft] gezorgd dat de cesuur 12 punten gestegen is”, wat verzoekster als zodanig niet tegenspreekt. Voor zover dan zou moeten worden aangenomen dat verzoek- ster, zoals zij beoogt, ook extra tijd had moeten krijgen, lijkt te moeten worden vastgesteld dat dit haar niet tot een gunstige rangschikking zou hebben gebracht. In haar beroepschrift vermeldt zij immers dat om het verschil met de cesuur te over- bruggen, zij twaalf punten meer zou moeten hebben behaald. Daarvoor waren voor haar bijkomend vier goede antwoorden nodig, waarvoor zij, zoals zij zelf voorre- kent in haar beroepschrift voor de beroepscommissie, gemiddeld 18 minuten tijd nodig zou hebben gehad. Daargelaten dat zij mogelijk ten onrechte, zoals de be- roepscommissie doet gelden, uitgaat van een lineair verband tussen beschikbare tijd en score, zou verzoekster, aangezien zij reeds 182 minuten en 12 seconden aan het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ had kunnen beste- den, slechts aanspraak kunnen maken op 12 minuten en 48 seconden extra tijd, die evenwel, overeenkomstig haar berekening, niet zouden hebben volstaan om tot een voor haar gunstig resultaat te komen.
- Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster de ondeugdelijkheid van de motieven van de bestreden beslissing niet aantoont.
- Het tweede middel is niet ernstig. IX-9788-17/24 B. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekster formuleert het eerste middel als volgt: “schending van de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het beginsel patere legem quam ipse fecisti, het redelijkheidsbeginsel, het zorg- vuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Doordat verzoekster mag verwachten dat zij in optimale omstandigheden het examen kan afleggen, maar zij desalniettemin tijdens het verloop van het examen werd geconfronteerd met tal van – te voorkomen – technische pro- blemen en (ver)storingen en zij hierdoor veel tijd, noodzakelijke pauze en concentratie verloor. Terwijl het examenreglement nochtans aan elke deelnemer een bepaalde – voor iedere deelnemer gelijke – tijdsduur en pauze toekent om het examen af te leggen, maar dat ditzelfde reglement ook toestaat om in geval van technische problemen extra tijd toe te kennen. Terwijl in werkelijkheid deelnemers die geen technische problemen hebben gekend toch extra tijd hebben gekregen en dus meer tijd hebben gekregen – dan de tijdsduur die andere deelnemers hebben gekregen – en die het reglement voorziet, maar dat daarentegen andere deelnemers – waaronder verzoekster – die wel technische problemen hebben ondervonden, dan weer niet de nodige tijd hebben verkregen en niet voldoende pauze hebben gekregen. Zodat verzoekster alleszins niet in normale, minstens dezelfde – gunstige – omstandigheden als andere deelnemers – die geen storingen hebben gekend – het examen heeft kunnen afleggen enerzijds, maar zij bovendien anderzijds minder tijd heeft gekregen om het examen af te leggen dan het reglement voorziet, zeker ten opzichte van andere deelnemers en dat zij niet dezelfde pauze heeft gekregen als andere deelnemers.”
- Verzoekster licht vooreerst toe dat het “op basis van” de artike- len 51, 56 en 74 van het werkings- en examenreglement 2020 duidelijk is dat de beperkte tijdsduur een belangrijk element is van het toelatingsexamen en dat alle kandidaten over dezelfde tijd moeten kunnen beschikken om het examen af te leggen, opdat hun resultaten achteraf eerlijk zouden kunnen worden vergeleken. Het examen vergt bovendien een opperste concentratie, zodat de pauze cruciaal en elke verstoring nefast is. Feitelijke verstoringen creëren een ongelijk verloop van het examen tussen de deelnemers. De overheid moet het examen dan ook met de meeste zorg voorbereiden en omkaderen, maar in dit geval was er geen sprake van IX-9788-18/24 een vlekkeloze organisatie, werd de concentratie van verzoekster doorbroken door talloze haperingen en verloor zij cruciale tijd. Voorts betoogt verzoekster dat zij tijdens het afleggen van haar examen “ernstige en meervoudige technische storingen” heeft ondervonden, ter- wijl andere deelnemers niet zijn gestoord. De examencommissie minimaliseert die storingen, maar kan niet ontkennen dat zij het examen niet in dezelfde omstan- digheden heeft kunnen afleggen als andere deelnemers. De stress bij het meermaals blokkeren van de computer, de verstoorde concentratie, de oplopende tijdsdruk en de onzekerheid over de compensatie van de verloren tijd hebben een nefaste in- vloed gehad op haar rust en prestatievermogen, zo blijkt alleen al uit een verge- lijking van haar resultaten voor de twee examenonderdelen. Verzoekster stelt dat zij niet de tijd en de pauze heeft gekregen waarin reglementair was voorzien en dat zij geen bijkomende tijd heeft gekregen, terwijl kandidaten zonder technische problemen wel bijkomende tijd hebben gekregen. Ook de reglementair vastgelegde tijdstippen werden niet gerespecteerd. Voor verschillende kandidaten en ver- schillende locaties golden verschillende aanvangstijdstippen, zoals blijkt, aldus verzoekster, uit diverse berichten op sociale media. Verzoekster klaagt over de ongelijke behandeling van de kan- didaten, terwijl in een examensituatie alle kandidaten dezelfde kansen moeten krijgen om te kunnen slagen. De “niet te rechtvaardigen ongelijkheid in het kader van het examen is nochtans groot”, zo betoogt zij: “ Zo zijn er studenten die te kampen hadden met technische storingen en hierdoor veel kostbare tijd en concentratie zijn verloren, maar geen extra tijd gekregen hebben ten opzichte van de [oorspronkelijk voorziene] timing – zoals verzoekster. Zo zijn er studenten die technische storingen hebben ondervonden, maar de verloren tijd er automatisch terug bij werd gerekend en alsnog extra tijd hebben gekregen. Zo zijn er studenten die op andere locaties te kampen hadden met techni- sche storingen en geluidsoverlast die hierdoor veel kostbare tijd en con- centratie zijn verloren. IX-9788-19/24 Zo zijn er studenten die op andere locaties met geluidsoverlast te kampen hadden, maar geen technische storingen hebben gehad en alsnog (soms tot één uur) extra tijd verkregen. Zo zijn er studenten zonder technische storingen op andere locaties die het examen vlekkeloos hebben kunnen afleggen en toch extra tijd hebben ge- kregen. Er zijn studenten die een ruime pauze hebben kunnen genieten, en er zijn studenten die quasi geen pauze hebben gekregen, laat staan om behoorlijk te eten.” Volgens verzoekster is het evident dat binnen de groep van kandidaten er kandidaten zijn die uit deze verschillende omstandigheden voordeel hebben gehaald, dan wel nadeel hebben geleden en dat sommige kandidaten daaraan zelfs hun geslaagd zijn te danken hebben. Zij besluit daaruit dat “de ver- schillende categorieën van kandidaten niet dezelfde kansen hebben gehad om te slagen”. Dat er “een anomalie” is ontstaan, blijkt volgens haar ook uit “de uit- zonderlijk hoge resultaten dit jaar, die de cesuur verstrengen”. Zij voegt eraan toe dat “[d]eze resultaten […] het gevolg [zijn] van het feit dat bepaalde kandidaten zonder enige problemen hebben kunnen werken en bovendien extra tijd hebben gekregen”. Verzoekster betoogt ten slotte dat “[h]et chaotische verloop van het examen, de ad hoc communicatie [naar aanleiding van] de problemen en de verschillende behandelingen van studenten per locatie, maar ook de verschillende behandeling tussen de verschillende locaties […] stuitend [zijn] en [wijzen] op een verregaande onzorgvuldigheid”. Zij ziet ook een schending van het redelijk- heidsbeginsel, omdat de beschreven handelwijze van de verwerende partij niet kan worden vergeleken met die van “enig andere normaal voorzichtige en redelijk handelende overheid”. Beoordeling
- Zoals bij de beoordeling van het tweede middel reeds is gebleken bepaalt artikel 51 van het werkings- en examenreglement 2020 de “volgorde” van de examenverrichtingen en lijken de kandidaten er geen aanspraak uit te kunnen IX-9788-20/24 putten dat niet in het minst kan worden afgeweken van het aanvangsuur of van het einduur van elk onderdeel. Verzoekster doet dan ook ten onrechte gelden dat “de per reglement vastgestelde tijdstippen niet [werden] gerespecteerd”. De omstan- digheid dat haar examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ en pauze anders zijn verlopen dan bij andere kandidaten, leidt op het eerste gezicht niet tot het besluit dat de bestreden beslissing onwettig is.
- Artikel 56 van het werkings- en examenreglement 2020 luidt: “Deelnemers die op tijd zijn toegekomen en gestart, hebben recht op de vooropgestelde tijd om het examen af te leggen, zoals bepaald in artikel
- Als er sprake is van een technisch probleem in het online examenplatform of met het toestel tijdens een examenonderdeel, kan de commissie beslissen de deelnemer nog na het voorziene einduur te laten verderwerken, zodat de verloren tijd wordt ingehaald.” Artikel 74 van het werkings- en examenreglement 2020 voorziet in mogelijke “afwijkingen van de tijds- en dagindeling” en beslissingen van de examencommissie “in uitzonderlijke omstandigheden of bij overmacht”, onder meer “in geval van technische problemen met de hardware of software”. Daarbij is bepaald dat de organisatie ervoor zal zorgen dat “de deelnemers in elk geval evenveel tijd per onderdeel krijgen als de andere deelne- mers”.
- Verzoekster is van oordeel dat zij door de ondergane technische computerproblemen en de inkorting van haar pauze niet dezelfde kansen heeft gekregen om te slagen voor het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts als andere kandidaten die, zonder technische problemen te hebben gehad, extra tijd hebben gekregen en een “normale” pauze hebben genoten. Bij de beoordeling van het tweede middel is reeds gebleken dat verzoekster de motieven van de bestreden beslissing waarbij haar grieven worden verworpen, niet ontkracht. IX-9788-21/24 Dat verzoeksters “rust en prestatievermogen” door de onge- makken die haar tijdens het examen zijn overkomen, werden aangetast, zoals zij beweert, betreft de louter subjectieve ervaring van het examen door verzoekster en lijkt bij de objectieve beoordeling van haar examenprestatie bezwaarlijk in aan- merking te mogen worden genomen. De vaststelling dat de uitslag van verzoekster voor het exa- menonderdeel ‘generieke competenties’ beter was, leidt op het eerste gezicht niet naar een ander besluit. Dat examenonderdeel beoogt immers geheel andere com- petenties te toetsen dan het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de weten- schappen’.
- Verzoekster argumenteert dat zij aldus ongelijk is behandeld ten aanzien van verscheidene categorieën van andere deelnemers die zij in haar in- leidend verzoekschrift vermeldt, onder wie ook deelnemers aan het toelatings- examen voor tandarts op andere locaties of aan het toelatingsexamen voor arts. Met de verwerende partij moet evenwel worden opgeworpen dat verzoekster geen belang erbij heeft zich te beroepen op nadelen die andere deel- nemers, desgevallend op andere locaties of tijdens het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts, zouden hebben ondergaan. Gewis kan verzoekster, onder meer op grond van het ingeroepen gelijkheidsbeginsel en – specifiek wat de deelnemers betreft die geconfronteerd werden met technische computerproblemen – het hiervóór vermelde artikel 74 van het werkings- en examenreglement 2020, aanspraak maken op de gelijke behan- deling van alle deelnemers aan het toelatingsexamen voor de opleiding tot tandarts. Bij de beoordeling van het tweede middel is reeds gebleken dat verzoekster door technische computerproblemen “een uitval [heeft] gehad van 12 minuten en 48 seconden” en dat zij vijftien minuten tijd heeft gekregen om IX-9788-22/24 verder te werken, zodat zij voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ meer tijd heeft gehad dan de vooropgestelde 180 minuten. Voor zover verzoekster beoogt te doen gelden dat zij dezelfde tijd had moeten krijgen als sommige deelnemers die geen technische computer- problemen hebben gehad, maar die ook extra tijd hebben gekregen, werd bij de beoordeling van het tweede middel ook reeds vastgesteld dat de grieven die zij daaromtrent in haar beroepschrift bij de beroepsinstantie heeft ontwikkeld, niet ertoe kunnen leiden dat zij een gunstige rangschikking verwerft.
- Uit wat voorafgaat volgt dat het eerste middel evenmin ernstig is. VI. Slotsom
- Aangezien verzoekster geen ernstig middel aanvoert, is er niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9788-23/24 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9788-24/24 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.805 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.