← België

Arrest 248846 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.846 Rolnummer: A. 224790/IX-9265 Zaak: Arrest 248846 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-20 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.846 van 9 november 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.846 van 9 november 2020 in de zaak A. 224.790/IX-9265 In zake: Eva BRAL (overleden) die woonplaats had gekozen te 9170 Sint-Gillis-Waas Molenhoekstraat 44 tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 maart 2018, strekt tot de nietigver- klaring van “de aanslag voor de opgelegde boete van 294 €”, opgelegd door de dienst Administratieve Boetes van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn. Voorts wordt gevorderd “[i]n tegen vordering […] een bedrag van 2500 € voor de opgelopen materiële en morele schade, verlies aan inkomen en de terugbetaling van de administratieve kosten van De Lijn”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9265-1/4 Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld met toe- passing van artikel 93, eerste lid, en artikel 25/3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Vanhemelrijck, die verschijnt voor de verwe- rende partij, is gehoord. Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  4. III. Afvoering van de rol
  5. Uit een uittreksel van de “Database Akten Burgerlijke Stand” van de stad Sint-Niklaas blijkt dat verzoekster op 4 januari 2019 is overleden. Aangezien haar rechthebbenden het geding niet hebben hervat, dient de zaak van de rol te worden afgevoerd. IV. Kosten
  6. De kosten van het beroep tot nietigverklaring moeten ten laste worden gelegd van de nalatenschap van de overleden verzoekster. IX-9265-2/4
  7. Het krachtens artikel 70, § 1, vijfde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ onverschuldigde recht en de op grond van diezelfde bepaling onverschuldigde bijdrage voor het verzoek tot schadever- goeding tot herstel moeten worden terugbetaald aan de nalatenschap van ver- zoekster.
  8. De verwerende partij vraagt in haar memorie van antwoord de betaling van “de rechtsplegingsvergoeding, in hoofde van concluante begroot op € 1.440,00 (niet in geld waardeerbare zaak)”. Ter terechtzitting stelt zij dat zij kan instemmen met het voorstel van het auditoraatsverslag om haar een rechtsplegingsvergoeding ten belope van het basisbedrag van 700 euro toe te kennen. De Raad van State kan evenwel aan deze vraag en het voormelde voorstel geen gunstig gevolg geven. Immers, luidens artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan de afdeling Bestuurs- rechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tege- moetkoming is in de kosten en honoraria van de “in het gelijk gestelde partij”. In een zaak die na het overlijden van de verzoekende partij van de rol moet worden afgevoerd, zoals het geval is in de zaak die voorligt, kan geen van de betrokken partijen als in het gelijk gestelde partij zoals bedoeld in de voormelde wetsbepaling worden aangewezen. Er is dan ook geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. BESLISSING
  9. De zaak wordt van de rol afgevoerd. IX-9265-3/4
  10. De nalatenschap van de verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
  11. Het onverschuldigde rolrecht ten bedrage van 200 euro en de onverschul- digde bijdrage van 20 euro voor de vordering tot schadevergoeding tot herstel worden terugbetaald aan de nalatenschap van de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9265-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.846 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.