← België

Arrest 248848 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.848 Rolnummer: A. 230667/IX-9705 Zaak: Arrest 248848 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-20 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 248.848 van 9 november 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.848 van 9 november 2020 in de zaak A. 230.667/IX-9705 In zake: Rik DE BAERDEMAEKER woonplaats kiezend te 9940 Evergem Doornzeelsestraat 147 tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE OOST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 mei 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen van 5 maart 2020, waarbij Rik De Baerdemaeker met ingang van 1 april 2020 wordt gemuteerd naar het Provinciaal Instituut Heynsdaele te Ronse “alsook van het ontwikkelingsgesprek d.d. 04.02.2019 [met] verzoeker […] alsook het planningsgesprek en de daartoe gebruikte functiekaart d.d. 25.03.2019”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. IX-9705-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 oktober
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. De verzoekende partij en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker is voltijds vastbenoemd schoolmaatschappelijk werker bij de directie Onderwijsinstellingen voor het Provinciaal Onderwijs Oost-Vlaanderen. Hij is sinds 14 september 2017 met ziekteverlof ten gevolge van een burn-out. Op 4 februari 2019 hervat verzoeker zijn professionele werk- zaamheden. Op dezelfde dag vindt een ontwikkelingsgesprek tussen verzoeker en zijn eerste evaluator plaats. IX-9705-2/8 Op 25 maart 2019 heeft een planningsgesprek plaats tussen verzoeker, zijn eerste evaluator en de provinciegriffier. Naar aanleiding van dit gesprek wordt een functiekaart opgesteld. Op 28 maart 2019 beslist de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen om verzoeker met ingang van 1 april 2019 te muteren naar het Provinciaal Instituut Heynsdaele te Ronse. Verzoeker is vanaf 30 maart 2019 opnieuw met ziekteverlof. Omdat verzoeker op het eerste gezicht niet de gelegenheid had gekregen om zijn standpunt over de mutatiemaatregel nuttig kenbaar te maken bij het bestuur, schorst de Raad van State bij arrest nr. 245.584 van 1 oktober 2019 de tenuitvoerlegging van die beslissing van 28 maart
  6. Ze wordt op 12 december 2019 ingetrokken. Verzoeker wordt op 16 januari 2020 gehoord omtrent de voor- genomen mutatie. Op 5 maart 2020 beslist de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen verzoeker met ingang van 1 april 2020 te muteren naar het Pro- vinciaal Instituut Heynsdaele te Ronse. Op 2 juni 2020 heeft verzoeker de dienst hervat. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  7. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. IX-9705-3/8 V. Schorsingsvoorwaarden
  8. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
  9. In zijn inleidend verzoekschrift wijst verzoeker erop dat de Raad in zijn arrest nr. 245.584 van 1 oktober 2019 de spoedeisendheid heeft aangeno- men en dat die situatie voor hem nog altijd “een actueel belang” heeft. Hij wijst op de financiële gevolgen die hij ondergaat door terug te vallen op een wachtgeld, inzonderheid de kosten die hij heeft gedragen om de vorige procedure te voeren, de verkoop van de tweede gezinswagen, het niet volstorten van de premie voor pen- sioensparen in 2019, het niet kunnen bekostigen van de reis voor het bijwonen van een uitvaart van een familielid in Moskou. Verzoeker besluit dat een dergelijk financieel nadeel niet zomaar remedieerbaar of omkeerbaar is. Vervolgens benadrukt verzoeker dat de werkgoesting er nog is en een terugkeer naar de job op het vertrouwde terrein in essentie nog steeds zijn bedoeling is. Hij wijst op de naderende pensioenleeftijd medio
  10. Gelet op de geplande verhuis van de school te Ronse naar Buggenhout, wordt de rechtszekerheid van verzoeker dubbel bedreigd zodat wachten op een vernietigingsarrest geen optie is. IX-9705-4/8 Ten slotte stelt verzoeker dat hij door de bestreden beslissing ook een zwaar moreel nadeel lijdt. Hij ervaart deze beslissing als een onterechte, onrechtvaardige en bijzonder abrupte tuchtsanctie, ook door het hernemen ervan na de eerste schorsing, genomen door de deputatie om hem te vernederen en te destabiliseren. Hij voegt nog toe dat hij ook vanuit medisch oogpunt op korte termijn zicht dient te hebben op de wettigheid van het bestreden besluit. Zijn ar- beidsongeschiktheid is verlengd tot 31 mei
  11. Beoordeling
  12. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on- derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan af- toetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoed- eisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteen- gezet én gestaafd.
  13. Een schorsingsarrest heeft enkel uitwerking voor de toekomst en kan in het verleden geleden schade niet herstellen. IX-9705-5/8 Dit betekent dat de financiële nadelen die verzoeker opsomt de spoedeisendheid niet kunnen verantwoorden. Bovendien is het feit dat hij geen tweede gezinswagen kan aanschaffen, zijn langetermijnsparen niet kan volstorten, en zijn echtgenote niet kon vergezellen naar Rusland, geen nadeel dat volgt uit de bestreden beslissing tot mutatie, maar het gevolg van de disponibiliteit van ver- zoeker, waaraan bovendien sinds begin juni een einde is gekomen. Verzoeker wist ook reeds bij het inleiden van zijn zaak dat de school te Ronse zou fuseren en vanaf 1 september 2020 zou verhuizen naar Bug- genhout. Hij laat evenwel na te concretiseren of en in welke mate een standplaats Buggenhout hem voor onoverkomelijke hinder plaatst. De nadelen die een ver- plaatsing naar Ronse opleveren, zijn door het tijdsverloop achterhaald.
  14. Fundamenteel anders dan de situatie die geleid heeft tot het schorsingsarrest in de vorige zaak is voorts, dat verzoeker ondertussen het werk heeft hervat, zodat hij opnieuw kan beschikken over zijn volledige wedde en dat geen rekening moet worden gehouden met wat hij vreest bij een indisponibili- teitsstelling.
  15. De familiale moeilijkheden die hij mogelijk ondervindt ten ge- volge van de bestreden beslissing, worden thans niet meer ter sprake gebracht en al helemaal niet nader toegelicht. Bovendien komt ditmaal in zijn verzoekschrift regelmatig zijn echtgenote ter sprake, terwijl verzoeker zich in de vorige procedure erop beriep alleenstaand te zijn en alleen te moeten instaan voor een zorgbehoe- vende inwonende vader. Indien verzoeker zou werken op zijn vroegere standplaats, zou hij evenmin permanent bij zijn gezinsleden zijn. De vraag rijst dus in welke mate zijn actuele gezinssituatie en de extra verplaatsing op familiaal vlak thans onoverkomelijke problemen doet rijzen. De Raad van State mag geen genoegen nemen met een algemene bewering, die hij niet kan toetsen. IX-9705-6/8
  16. Om de spoedeisendheid aan te tonen, volstaat het voorts niet te stellen dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring – en het ondertussen ondergaan van de opgelegde maatregel – maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Overigens moet die verzoekende partij zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van RvS-Wet, mag worden ingesteld “op elk moment”.
  17. Als verzoeker de deputatie verwijt een verkapte tuchtmaatregel te hebben opgelegd, refereert hij aan de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing. De gegrondheid – of minstens het ernstig karakter – van een middel en de vereiste spoedeisendheid zijn evenwel twee afzonderlijke schorsingsvoor- waarden.
  18. Aldus heeft verzoeker de spoedeisendheid niet aangetoond. Dit volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9705-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen november tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9705-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.848 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.984 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.