← België

Arrest 248870 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.870 Rolnummer: A. 231215/X-17750 Zaak: Arrest 248870 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-27 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.870 van 10 november 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.870 van 10 november 2020 in de zaak A. 231.215/X-17.750 In zake : Kurt DUA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Eva Albers en Frank Scheerlinck kantoor houdend te 9000 Gent Recollettenlei 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de artikelen 5 en 8 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals o.a. gewijzigd bij het ministerieel besluit d.d. 8 mei en 15 mei 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Op 24 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling X-17.750-1/4 bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Eva Albers en Frank Scheerlinck, die verschijnen voor verzoeker, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep van de rol worden geschrapt. In het aangetekend schrijven waarbij aan de verzoekende partij de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid. X-17.750-2/4 De verzoekende partij heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
  6. Ter terechtzitting vraagt verzoeker om van de toepassing van artikel 71, vierde lid, van het algemeen procedurereglement af te zien omdat hij verwikkeld is in een strafzaak waarin hem schendingen van het bestreden ministerieel besluit worden verweten en omdat hij dreigt nergens meer terecht te kunnen met zijn wettigheidsbezwaren tegen het ministerieel besluit. Zoals verzoeker zelf toegeeft, kan deze argumentatie geen overmacht of onoverwinnelijke dwaling staven. Ze gaat er bovendien aan voorbij dat artikel 159 van de Grondwet zich ook tot de strafrechter richt. De argumentatie maakt geen afdoende verontschuldiging uit.
  7. Het beroep wordt van de rol geschrapt. BESLISSING
  8. Het beroep wordt van de rol geschrapt.
  9. Het door verzoeker te laat betaalde rolrecht van 200 euro, en de bijdrage van 20 euro worden hem terugbetaald. X-17.750-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.750-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.870 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.