← België

Arrest 248875 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.875 Rolnummer: A. 230773/X-17719 Zaak: Arrest 248875 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 10/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-24 Raadplegingen: 76 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.875 van 10 november 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 248.875 van 10 november 2020 in de zaak A. 230.773/X-17.719 In zake : de GEWONE COMMANDITAIRE VENNOOTSCHAP PLABOS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Coel kantoor houdend te 2800 Mechelen Schuttersvest 78 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD VILVOORDE -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het College van burgemeester en schepenen van de Stad Vilvoorde de dato 14 oktober 2019 waarbij beslist werd tot de niet toekenning van een subsidie onder de vorm van een Centrumpremie”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober
  3. X-17.719-1/4 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annik Haegeman, die loco advocaat Frank Coel verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 24 april 2017 keurt de gemeenteraad van de stad Vilvoorde een nieuw subsidiereglement ‘opwaardering woningen centrum’ goed. Het reglement voorziet in een premie voor gevelreiniging, gevelwerken of aanpassingswerken voor panden binnen de centrumzone. Door verzoekster wordt in september 2019 met betrekking tot het gebouw in de Etienne Blondieaustraat 16 een gevelpremie aangevraagd voor de gevelrenovatie, en een aanpassingspremie. Het college van burgemeester en schepenen beslist op 14 oktober 2019 geen centrumpremie toe te kennen, noch voor het luik gevelrenovatie, noch voor het luik ‘wegwerken van leegstaande handel tot woning’. Wat het luik gevelrenovatie betreft, vertoont de gevel volgens de beslissing “momenteel geen gebreken […] die 3 of meer punten scoren op het technisch verslag verwaarlozing, zoals voorzien in het subsidiereglement”. Aangaande het luik ‘wegwerken van leegstaande handel tot woning’ wordt geoordeeld dat het hier “geen handelsruimte” betreft. X-17.719-2/4 IV. Kortedebattenprocedure
  6. De artikelen 144, eerste lid, en 145 van de Grondwet luiden : “Art. 144 Geschillen over burgerlijke rechten behoren bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken. […] Art. 145 Geschillen over politieke rechten behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen.” Krachtens deze grondwetsbepalingen is de Raad van State, tenminste in beginsel, zonder rechtsmacht wanneer het beroep tot nietigverklaring een betwisting over het bestaan en de omvang van een subjectief recht tot “werkelijk en rechtstreeks voorwerp” heeft. Het bestaan van een subjectief recht veronderstelt dat de verzoekende partij zich beroept op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van objectief recht rechtstreeks aan een derde oplegt en bij de nakoming waarvan die partij belang heeft. Opdat er sprake kan zijn van een dergelijk recht ten aanzien van de bestuurlijke overheid, moet de bevoegdheid van die overheid gebonden zijn.
  7. In het auditoraatsverslag wordt geoordeeld: “Uit de […] bepalingen van het voornoemde gemeentelijk reglement kan worden afgeleid dat de ‘centrumpremie’ wordt toegekend indien aan de voorwaarden van het betrokken reglement is voldaan. Het recht op deze premie is aldus een subjectief recht in hoofde van de aanvrager ervan en de verwerende partij heeft ter zake geen discretionaire bevoegdheid meer en is ertoe gehouden de premie toe te kennen, althans wanneer vaststaat dat de voorwaarden in het voornoemde reglement zijn nageleefd. Dat de verwerende partij het pand waarvoor de verzoekende partij de aanvraag heeft ingediend, niet beschouwt als een ‘handelsruimte’ – wat het enige punt is waaromtrent de verzoekende partij in de middelen betwisting voert – is een zaak van interpretatie, niet van appreciatie. De bestreden beslissing houdt, met andere woorden, niet meer in dan de toepassing op een concreet geval van wat vervat is in het voornoemde gemeentelijk reglement. De volstrekt gebonden bevoegdheid van de X-17.719-3/4 verwerende partij in deze aangelegenheid leidt […] tot de conclusie dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om van het beroep tot nietigverklaring kennis te nemen.”
  8. De Raad van State valt die zienswijze bij, en verwerpt het beroep bij gebrek aan rechtsmacht.
  9. Tevergeefs vraagt verzoekster de kosten niet te haren laste te leggen. Er is haar weliswaar ten onrechte meegedeeld dat tegen de bestreden beslissing een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State openstond, maar dat is niet door de verwerende partij gebeurd – alleen door de toezichthoudende overheid, die niet in het beroep betrokken is. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. Verzoekster wordt in de kosten van het beroep verwezen, begroot op het rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.719-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.875 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.