id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.949 Rolnummer: A. 225200/IX-9293 Zaak: Arrest 248949 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 16/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-20 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 248.949 van 16 november 2020 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 248.949 van 16 november 2020 in de zaak A. 225.200/IX-9293 In zake: Jean-Marie VAN STRYDONCK woonplaats kiezend te 1000 Brussel Begijnhof(plein) 8A bus 6 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van “het Koninklijk Besluit van 09 maart 2018, waarbij [J.H.], [J.S.], [F.F.], [S.M.], [A.L.], [L.D.L.], [B.S.], [P.H.], [P.L.], [E.D.M.], [F.V.B.], [J.V.], [L.R.], [G.D.], [W.D.], [M.V.D.V.], [J.V.], [P.V.], [C.D.], [P.L.], [F.V.], [S.M.], [E.D.W.], [K.G.], [W.P.], [G.D.], [M.D.] en [M.P.], allen in het Nederlandse taalkader worden bevorderd tot de klasse A3 van de buitencarrière van de FOD Buitenlandse Zaken, met terugwerkende kracht tot 1 juni 2017”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9293-1/4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd naar de verzoekende partij gezonden. Op 5 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 september
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Antoinette Spreutels, die loco advocaat Patrik De Maeyer verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- IX-9293-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Luidens artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Ter terechtzitting betwist verzoeker dat bpost in de brievenbus van de woning op het adres waar hij woonplaatskeuze heeft gedaan, een bericht heeft achtergelaten van een tevergeefse aanbieding van de aangetekende zending van de Raad van State met het auditoraatverslag op dat adres. Zijn gedetailleerde uiteenzetting van de concrete situatie ter plaatse, die verwarring bij de postbedeling in de hand kan werken, overtuigt ervan dat gerede twijfel mogelijk is dat de aangetekende zending van de Raad van State met het auditoraatsverslag op zijn gekozen adres van woonplaats daadwerkelijk is aangeboden en dat, desgevallend, het bericht van tevergeefse aanbieding in de daarvoor bestemde brievenbus is terechtgekomen. Er is dan ook reden om verzoeker het voordeel van deze twijfel te gunnen en aan te nemen dat hij niet in de mogelijkheid is geweest om tijdig een laatste memorie in te dienen. IX-9293-3/4 Het vermoeden van afstand van geding zoals bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is in dit geval derhalve niet van toepassing. Integendeel moet het debat worden heropend en moet de zaak verder worden behandeld volgens de gewone rechtspleging. Dit betekent dat de griffie van de Raad van State aan verzoeker opnieuw een afschrift van het auditoraatsverslag zal toezenden en dat vanaf deze kennisgeving voor verzoeker een termijn van dertig dagen zal ingaan voor het indienen van een laatste memorie. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak dient verder te worden behandeld volgens de gewone rechtspleging. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien november tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9293-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.949 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div