id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.992 Rolnummer: A. 223703/X-17657 Zaak: Arrest 248992 - Politie, uitgezonderd personeelszaken - 20/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-01 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 248.992 van 20 november 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie, uitgezonderd personeelszaken Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 248.992 van 20 november 2020 in de zaak A. 223.703/X-17.657 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Arne Vandaele kantoor houdend te 1540 Herne Kwatemstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Wagner kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 137 bus 12 tegen : de BELGISCHE STAAT woonplaats kiezend te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A Federale Politie DGR/JUR -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 november 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de commissaris-generaal van de Federale Politie, met als datum 28 augustus 2017 en 4 september 2017, waarbij het verzoek om voorlegging van ‘iedere administratieve beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing van de weigering, onder meer van verzoeker, tot Tomorrowland’ werd afgewezen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.657-1/12 Adjunct-auditeur Arne Carton heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Arne Vandaele, die verschijnt voor verzoeker, en Ruben Goosens, adviseur, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Arne Carton heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 15, respectievelijk 22 juni 2017 nemen de gemeenteraad van de gemeente Boom en de gemeenteraad van de gemeente Rumst bijzondere bepalingen aan naar aanleiding van het evenement Tomorrowland. Daarin wordt onder meer voorzien in een screening of systematische identiteitscontrole van de medewerkers van de organisatie en de bezoekers aan het evenement: “Daartoe deelt de organisator van ‘Tomorrowland’ overeenkomstig artikel 5 van de wet van 8 december 1992 voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (Privacywet), uiterlijk op 15 juli de persoonsgegevens van de medewerkers van de organisatie en de bezoekers aan ‘Tomorrowland’ mee aan de politie. Wanneer uit de identiteitscontrole blijkt dat de aanwezigheid van de betrokken persoon op het muziekfestival ‘Tomorrowland’ de openbare X-17.657-2/12 veiligheid in gevaar kan brengen, wordt, onverminderd de eventuele bestuurlijke en/of gerechtelijke maatregelen die zich opdringen, de toegang van de betrokken persoon tot de bewakingsperimeter gedurende de volledige duur van het muziekfestival, ontzegd. Daartoe zal de organisator de aflevering van elk toegangsrecht aan de betrokken persoon weigeren.” Op 3 juli 2017 wordt door de organisatie van het festival aan verzoeker, die een ticket voor de editie 2017 heeft gekocht, meegedeeld dat de federale politie een negatief advies over hem en zijn aankoop heeft uitgebracht en dat hij niet zal worden toegelaten tot het festival. 3.
- Met een e-mailbericht van 14 juli 2017 vraagt verzoeker aan de federale politie om een herevaluatie en “daarnaast ook een grondige uitleg over wat [van de weigering] de oorzaak is”. De federale politie antwoordt dezelfde dag nog dat zijn dossier “grondig” is herbekeken en onderzocht en dat met stellige zekerheid kan worden gemeld dat er “geen mogelijke foute inschattingen zijn gebeurd”, zodat het standpunt in de “eerste beslissing” wordt behouden. 3.
- Ten gevolge van een beschikking in kort geding van de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 27 juli 2017 krijgt verzoeker toch toegang tot het (tweede weekend, eind juli, van het) festival. 3.
- Bij aangetekend schrijven van 8 augustus 2017 vraagt verzoeker aan de federale politie haar standpunt van 13 (lees: 14) juli 2017 te heroverwegen en een “kopie te mogen ontvangen van iedere administratieve beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing van [de] weigering”. Meegedeeld wordt dat het schrijven een verzoek in de zin van artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ (hierna: de wet van 11 april 1994) is en dat overeenkomstig die bepaling aan de commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten om een advies wordt gevraagd. X-17.657-3/12 In haar antwoord van 28 augustus/4 september 2017 merkt de commissaris-generaal van de federale politie op dat de vraag reeds eerder is voorgelegd, door O. J., aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Zij wenst “dan ook” te verwijzen naar het antwoord erop van de minister van 24 juli 2017, dat zij in bijlage toevoegt en waarbij zij verklaart zich volledig aan te sluiten. Tevens deelt zij mee de behandeling te willen afwachten van de vraag tot openbaarheid van bestuur die vervat zit in verzoekers dagvaarding voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 18 juli
- Tegen deze beslissing dient verzoeker op 6 november 2017 het voorliggende verzoekschrift in. 3.
- Op 28 september 2017 richt verzoeker een “eerste verzoek […] in het kader van de wetgeving inzake openbaarheid van bestuursdocumenten” tot de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Gevraagd wordt de overlegging van iedere administratieve beslissing en van ieder document dat de motivering vormt voor de beslissing tot weigering van verzoeker tot het Tomorrowlandfestival. In zijn antwoord van 22 november 2017 deelt de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken mee niet op de vraag te kunnen ingaan. Verzoeker vraagt de minister op 15 december 2017 “om overeenkomstig artikel 8, § 2, [van de wet van 11 april 1994] het standpunt [in zijn] brief van 22 november 2017 te heroverwegen”. Uiteindelijk antwoordt de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken met een brief van 14 maart 2018 op de vraag van 15 december
- IV. Regelmatigheid van de procedure
- In de laatste memorie (van 18 blz.) vraagt de verwerende partij om haar, gelet op de opgelegde coronamaatregelen en de situatie van overmacht daardoor, een bijkomende verweertermijn te verlenen om haar verweer ten X-17.657-4/12 gronde te kunnen voeren en haar rechten van verdediging ten volle te kunnen aanwenden.
- Op de vraag wordt niet ingegaan. Dat de verwerende partij zich niet eerder, en namelijk in haar memorie van antwoord, ten gronde verdedigde, is haar keuze. Voorts en vooral hééft de verwerende partij een bijkomende termijn voor het neerleggen van een (aanvullende) laatste memorie gekregen, door het koninklijk besluit nr. 12 ‘met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken’ (BS 22 april 2020). Zij heeft er, om haar eigen redenen, geen gebruik van gemaakt. V. Vraag tot uitbreiding van het voorwerp Standpunt van verzoeker
- Verzoeker wenst in de memorie van wederantwoord het voorwerp van het beroep uit te breiden tot de beslissing van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 14 maart
- Die beslissing zou “verknocht” zijn met de bestreden beslissing van de federale politie. Er worden, volgens verzoeker, “trouwens geen nieuwe middelen opgeworpen met betrekking tot de beslissing van 14 maart 2018”. Beoordeling
- Verzoeker heeft eerst aan de federale politie en na het instellen van het besproken beroep ook aan de minister bevoegd voor binnenlandse zaken gevraagd om mededeling van iedere administratieve beslissing of elk document in verband met de weigering om hem tot Tomorrowland toe te laten. Hij deed dat X-17.657-5/12 omdat het hem niet duidelijk is welke administratie over de gevraagde documenten beschikt. Anders dan verzoeker meent, zijn de bestreden beslissing van de federale politie en de ministeriële beslissing van 14 maart 2018 niet onlosmakelijk met mekaar verbonden, maar is de ene beslissing bestaanbaar zonder de andere. Ze zijn ook niet gelijk gemotiveerd. De beslissing van 14 maart 2018 bevat verschillende (zes) “bijkomende argumenten”, aldus verzoeker zelf. In strijd met wat verzoeker beweert, komt zijn kritiek op deze bijkomende motieven, voor het eerst in de memorie van wederantwoord, wel degelijk neer op het aanvoeren van een nieuw middel.
- Het verzet van de verwerende partij tegen de uitbreiding is dan ook terecht. De uitbreiding wordt niet toegestaan. VI. Ontvankelijkheid Excepties
- Volgens een eerste exceptie van de verwerende partij is het beroep niet ontvankelijk omdat het gericht is tegen een niet-aanvechtbare administratieve rechtshandeling. De bestreden beslissing is genomen “door de Federale Politie die, met uitdrukkelijke verwijzing naar de minister van Binnenlandse Zaken als beslissende overheid, als hiërarchisch ondergeschikte overheid[…] op dat moment niet de eindbeslissing kan nemen”. De eindbeslissing wordt genomen op het niveau van de minister bevoegd voor binnenlandse zaken. Vanaf het moment dat de minister een beslissing neemt over de vraag tot rechtstreekse toegang tot de informatie uit de politionele databanken is het, volgens de verwerende partij, X-17.657-6/12 zelfs irrelevant wat de mening van de federale politie is. De bestreden beslissing kan geen eindbeslissing zijn en niet gelden als een aanvechtbare administratieve rechtshandeling “gezien geen enkele beslissing van de Commissaris-generaal kan ingaan tegen de beslissing van de minister”.
- Voorts is de verwerende partij in een tweede exceptie van mening dat verzoeker zonder belang is bij het beroep. Hij heeft effectief toegang gehad tot de festivaleditie 2017 van Tomorrowland, het morele nadeel dat voortkomt uit de media-aandacht kan zeker niet aan de verwerende partij worden verweten, en bovendien had verzoeker “tal van mogelijkheden om een controle te laten uitoefenen op het negatieve advies”. Eventuele fouten in de politionele informatie zijn hierdoor rechtgezet, waardoor er geen gevaar meer is voor een toekomstig nadeel. Beoordeling
- Verzoeker wenst kennis te kunnen nemen van iedere administratieve beslissing of elk document in verband met de weigering om hem tot Tomorrowland toe te laten. Hij heeft daartoe in eerste instantie een aanvraag tot de federale politie gericht. Toen hij die raadpleging niet verkreeg, heeft hij een verzoek tot heroverweging als bedoeld in artikel 8, § 2, van de wet van 11 april 1994 geformuleerd. Uit de beslissing van 28 augustus/4 september 2017 van de commissaris-generaal van de federale politie blijkt genoegzaam dat zij zich er goed rekenschap van geeft te antwoorden op een verzoek tot heroverweging. Zij laat in de brief geenszins weten de gevraagde stukken niet onder zich te hebben. Zij wijst het verzoek tot heroverweging integendeel – zoals verzoeker terecht opmerkt: “zonder voorbehoud” – af omdat zij zich wenst aan te sluiten bij de redenen die de minister eerder in een brief van 24 juli 2017 meedeelde en omdat zij de behandeling wenst af te wachten van dezelfde vraag tot openbaarheid die met een dagvaarding van 18 juli 2017 in kort geding voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel is gebracht. X-17.657-7/12 Artikel 8, § 2, vierde lid, van de wet van 11 april 1994 stelt tegen deze afwijzingsbeslissing uitdrukkelijk de mogelijkheid van een annulatieberoep bij de Raad van State open. De eerste exceptie wordt bijgevolg verworpen.
- Verzoeker vraagt toegang tot bestuursdocumenten die hemzelf betreffen en waaruit beweerdelijk moet blijken dat zijn aanwezigheid op het muziekfestival Tomorrowland de openbare veiligheid in gevaar kan brengen. Zijn belang bij voorliggend beroep is apert. De tegenwerpingen van de verwerende partij doen niet anders besluiten. Ook de tweede exceptie wordt verworpen. VII. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- In een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 32 van de Grondwet, van de artikelen 1, 4 en 6 van de wet van 11 april 1994, van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel, argumenteert verzoeker dat geen van de motieven die door de verwerende partij worden aangevoerd, onder de uitzonderingen valt die artikel 6 van de wet van 11 april 1994 toelaat. De wetgever heeft geen specifieke uitzonderingsgrond in de wet van 11 april 1994 opgenomen die het mogelijk maakt de toegang tot bestuursdocumenten te weigeren om reden dat het document verband houdt met een zaak die bij een rechtscollege aanhangig is. X-17.657-8/12 Het is, aldus nog verzoeker, niet van belang om te weten of de beslissing waarvan om een afschrift is verzocht, al dan niet een “administratieve rechtshandeling” is. Het aanknopingspunt in de wet van 11 april 1994 is de notie “bestuursdocument”. Met het argument dat de inhoud van politionele databanken niet publiek is, wordt wellicht, zo meent verzoeker, gedoeld op de uitzonderingen van artikel 6, § 1, 1°, 4° en 5°, van de wet van 11 april
- Die uitzonderingen kunnen hier echter niet succesvol worden aangevoerd. Het motief, ten slotte, dat er geen subjectief recht op toegang tot het festival bestaat, is niet pertinent. Het gaat niet om de weigering van de toegang tot het festival, maar om het verkrijgen van een afschrift van bestuursdocumenten in verband met de reden van de weigering. Het motief valt niet onder de uitzonderingsgronden van artikel 6 van de wet van 11 april
- De memorie van antwoord bevat hierop geen repliek. In de laatste memorie van de verwerende partij, dan weer, betreft het verweer ten gronde de beslissing van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 14 maart
- Die beslissing is naar het oordeel van de verwerende partij deugdelijk gemotiveerd. Beoordeling
- In de bestreden beslissing wordt gemotiveerd wat volgt: - de weigering van toegang tot het festival is geen bestuurshandeling noch administratieve rechtshandeling, maar een veiligheidsmaatregel naar aanleiding van een identiteitscontrole; - bij het uitvoeren van de identiteitscontrole worden politionele databanken geraadpleegd, waarvan de inhoud niet aan het publiek kan worden meegedeeld; - de openbaarheid van bestuur is ook aan de gewone rechter gevraagd. X-17.657-9/12 - verzoeker beschikt niet over een subjectief recht om toegang te verkrijgen tot het festival.
- Artikel 32 van de Grondwet en de wet van 11 april 1994 huldigen het principiële recht van toegang tot elk bestuursdocument. Uitzonderingen op het beginsel van de openbaarheid van de bestuursdocumenten zijn slechts mogelijk onder de voorwaarden vastgesteld door de wet, het decreet of de ordonnantie. Zij moeten worden verantwoord en moeten beperkend worden geïnterpreteerd (Parl. St. Senaat, 1991-1992, nr. 100-49/2, 9).
- De notie “bestuursdocument” dient zeer ruim te worden opgevat. Het is niet noodzakelijk een papieren document. Het gaat, zoals artikel 1, tweede lid, 2°, van de wet van 11 april 1994 doet kennen, om “alle informatie, in welke vorm ook, waarover een administratieve overheid beschikt”. De omstandigheid dat de bestuursdocumenten waartoe verzoeker toegang wenst, gegevens betreffen in politionele databanken, is op zich dan ook niet voldoende om er de openbaarmaking van te weigeren.
- Welke precieze uitzonderingsgrond waarin de wet van 11 april 1994 voorziet wél de bestreden weigeringen kan staven, wordt in de bestreden beslissing niet vermeld. Er wordt door de verwerende partij geen enkele uitzonderingsgrond in concreto in aangevoerd en beargumenteerd.
- Zo wordt er door de verwerende partij geen specifieke uitzonderingsgrond in de wet van 11 april 1994 aangewezen die het mogelijk zou maken de toegang tot een bestuursdocument te weigeren om reden dat de mededeling ervan ook is gevraagd in het kader van een vordering bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of van een beroepsprocedure tegen de beschikking van de voorzitter. Ook het motief dat de weigering van toegang tot het festival geen bestuurshandeling of administratieve rechtshandeling is en het motief dat X-17.657-10/12 verzoeker geen subjectief recht heeft om tot het festival te worden toegelaten, zijn niet pertinent. Verzoeker bestrijdt niet de weigering van de toegang tot het festival, noch beroept hij zich op een recht van toegang tot het festival. De motieven laten zich niet inpassen in een uitzonderingsgrond van de wet van 11 april
- Slotsom is dat het enige middel gegrond is. Het verantwoordt de vernietiging van de aangevochten beslissing van de commissaris-generaal van de federale politie van 28 augustus/4 september
- BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de commissaris-generaal van de federale politie van 28 augustus/4 september 2017 tot afwijzing van het verzoek tot heroverweging van XXXX met betrekking tot bestuursdocumenten inzake Tomorrowland.
- De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van het geding, begroot op het rolrecht van 200 euro en op een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. X-17.657-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig november tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.657-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.992 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div