← België

Arrest 249023 - Wegverkeer van goederen - 25/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.023 Rolnummer: A. 225594/XII-8576 Zaak: Arrest 249023 - Wegverkeer van goederen - 25/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-08 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 249.023 van 25 november 2020 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 249.023 van 25 november 2020 in de zaak A. 225.594/XII-8576 In zake: de NV JOST & CIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Franken kantoor houdend te 4000 Luik Boulevard de la Sauvenière 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST dat woonplaats kiest bij het agentschap Wegen en Verkeer gevestigd te 1000 Brussel Koning Albert II-laan 20, bus 4 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaamse gewest van 3 mei 2018 om aan de nv Jost & Cie een administratieve geldboete van 2.800 euro op te leggen wegens inbreuk op het verbod om het wegdek te beschadigen door overlading van een voertuig. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-8576-1/3 Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 28 juli
  3. Op 22 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. XII-8576-2/3 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig november tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8576-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.023 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.