id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.059 Rolnummer: A. 223519/VII-40107 Zaak: Arrest 249059 - Dierenwelzijn - 26/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-10 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 249.059 van 26 november 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.059 van 26 november 2020 in de zaak A. 223.519/VII-40.107 In zake : René BOOM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Donkers kantoor houdend te 1050 Brussel Opperstraat 95 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot inbeslagname van 10 augustus 2017 en het bijhorende proces-verbaal, waarbij 4 ezels van verzoekende partij in beslag werden genomen en waarbij aan verzoeker maatregelen werden opgelegd […], evenals tegen de beslissing van 2 oktober 2017 waarbij de planning van voornoemde opgelegde maatregelen werd gewijzigd […] en ten slotte tegen de beslissing tot bestemming van 3 oktober 2017, waarbij de 4 ezels werden toegekend aan het opvangcentrum voor ezels VZW Anegria […]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 239.488 van 23 oktober 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. VII-40.107-1/7 Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jan Donkers, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Naar aanleiding van een klacht vindt op 10 augustus 2017 een controle plaats bij verzoeker. De vaststellingen worden weergegeven in het PV nr. G-17-3110a/KAB/DWZ. Er worden maatregelen opgelegd aan verzoeker. VII-40.107-2/7 3.
- Diezelfde dag wordt overgegaan tot de inbeslagname van vier ezels. Dit is de eerste bestreden beslissing. 3.
- Met een schrijven van 2 oktober 2017 legt de dienst Dierenwelzijn een timing op voor de maatregelen die werden opgelegd in het voormelde PV. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op 3 oktober 2017 beslist de verwerende partij in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) om de vier ezels definitief in volle eigendom te geven aan het asiel dat daarmee instemt. De beslissing is als volgt gemotiveerd: “Gelet op de vaststellingen in PV nr. G-17-3110a/KAB/DWZ: • wij betrokkene voldoende kansen en tijd gegeven hebben om schuilhokken te voorzien; • aanvankelijk PV nr. G-16-311/AWF dd. 8 november 2016 stelt dat wanneer er na 15 december 2016 nog dieren aangetroffen worden zonder afdoende beschutting, deze in beslag genomen zullen worden: • de 2 ezels (chipnummer 981100002643258 en 967000001522547) in de weide ter hoogte van de Affligemdreef niet beschikken over een schuilhok of natuurlijke beschutting en zich dus niet kunnen beschermen tegen ongunstige weersomstandigheden; • de witte ezel (chipnummer 967000001522547) in de weide ter hoogte van de Affligemdreef een gezwel heeft ter hoogte van de rechterzijde van de hals; • het witte veulen in de weide ter hoogte van de Nedermolenstraat mager is en een onverzorgde vacht en hoeven heeft; • het witte veulen in de weide nog geen diergeneeskundige hulp heeft gekregen en volgens dhr. Boom recent ernstig ziek was; • het belang van de moeder-jong relatie bij jonge ezels waardoor het witte veulen in de weide ter hoogte van de Nedermolenstraat nog niet gescheiden kan worden van zijn moeder; Gelet op het feit dat deze vaststellingen erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de dieren; Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan inzicht in de noden en behoeften van de dieren; Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan verzorging van en toezicht op de dieren; Gelet op het feit dat deze vaststellingen wijzen op een gebrek aan diergeneeskundige begeleiding van de dieren; Gelet op de voormelde historiek; Gelet op de verslagen van de dierenarts ontvangen op 14 en 15 augustus 2017 waaruit blijkt: VII-40.107-3/7 • De ezel met chipnummer 981100002643258 huidkwetsuren (letsels hals en staart) en zomereczeem heeft. • De ezel met chipnummer 967000001522547 een gezwel aan de rechterzijde van de hals heeft. Dit abces werd gedraineerd door de dierenarts. • De ezel met chipnummer 967000001522547 7-8 maanden drachtig is. • Het witte veulen een onverzorgde vacht met een onvolledige rui en lange hoeven heeft. Gelet het tegenvoorstel van dhr. Boom als reactie op de opgelegde maatregelen in het hogervermelde PV, via mail van meester Donkers ontvangen door onze diensten op 14 september 2017 waarin nieuwe data worden voorgesteld om te voldoen aan de opgelegde maatregelen in PV nr. G-17-3110a/KAB/DWZ. Dit tegenvoorstel is summier en bevat geen concrete voorstellen om het dierenwelzijn in de toekomst te garanderen; Gelet op het verhoor van betrokkene op 15 september 2017 waarin hij verklaart dat praktisch alle dieren het hele jaar door op de weide verblijven en nog niet alle schuilhokken hersteld werden. Hieruit blijkt dat nog niet alle ezels op de weiden over een schuilhok beschikken om zich te beschermen tegen ongunstige weersomstandigheden; Gelet op de documenten „toevoeging 3‟ via mail van meester Donkers ontvangen door onze dienst op 25 september 2017 en „toevoeging 1 en 2‟ via aangetekende zending ontvangen door onze dienst op 27 september 2017 waaruit blikt dat het schuilhok van de 2 hengsten nog niet hersteld is en geen concrete voorstellen worden vermeld om het dierenwelzijn in de toekomst te garanderen; Gelet op het feit dat er momenteel onvoldoende garanties zijn dat het dierenwelzijn gegarandeerd kan worden oa. door het ontbreken van de nodige schuilhokken; Gelet op het verstrijken van de termijn waarbinnen de bestemmingsbeslissing dient opgemaakt te worden; Gelet op de beperkte economische waarde van de dieren, nog verminderd door de vastgestelde medische en welzijnsproblemen, waardoor de kosten voor dagelijkse verzorging en medische opvolging van de dieren in afwachting van een eventuele verkoop de te verwachten opbrengst zou overstijgen”. Dit is de derde bestreden beslissing. 3.
- De verwerende partij meldt dat de ezels die het voorwerp uitmaken van de onderhavige procedure, geadopteerd werden door derden. VII-40.107-4/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
- De verwerende partij werpt op dat het beroep zonder voorwerp is in zoverre het is gericht tegen de inbeslagname, aangezien het beslag met toepassing van artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet van rechtswege is geheven door de bestemmingsbeslissing. Het beroep is volgens haar niet ontvankelijk in zoverre het betrekking heeft op het PV van 17 augustus 2017, omdat dit volgens haar geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling betreft.
- Verzoeker stelt in zijn memorie van wederantwoord dat de opheffing van het beslag enkel gevolg heeft voor de toekomst, en dat het feit dat het beslag niet meer “bestaat” niet betekent dat het beroep ertegen zonder voorwerp is: “De teweeg gebrachte rechtsgevolgen vanaf de datum van beslissing tot de opheffing blijven immers bestaan”.
- Wat betreft het belang in zoverre het beroep betrekking heeft op de bestemmingsbeslissing, wijst verzoeker in zijn laatste memorie op arrest nr. 246.897 van 30 januari 2020 van de Raad, waarin het belang bij de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing werd aanvaard, hoewel het dier, voorwerp van de maatregel, ook in die zaak werd toegewezen aan hetzelfde asiel. Beoordeling
- PV nr. G-17.31110a/KAB/DWZ waarbij maatregelen worden opgelegd vermeldt voorwaarden die door de dierenwelzijnswet worden voorzien en waaraan de betrokkene dient te voldoen. Indien de betrokkene deze voorwaarden niet naleeft, dan overtreedt hij de bepalingen van de dierenwelzijnswet. Het PV vermeldt ook uitdrukkelijk dat kan worden overgegaan tot inbeslagname van de dieren indien de opgelegde maatregelen niet tegen de vastgestelde termijn zijn uitgevoerd. De maatregelen opgenomen in het PV zijn dus de voorwaarden die opgelegd worden vooraleer een beslissing ten aanzien van de betrokkene wordt genomen. Het PV vormt op zich geen bindende beslissing die VII-40.107-5/7 de rechtstoestand van de betrokkene wijzigt en is geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling. Met betrekking tot de tweede bestreden “beslissing” ziet de Raad niet in welk belang verzoeker kan hebben bij de nietigverklaring van de aanvaarding door de dienst Dierenwelzijn van zijn voorstel in verband met de planning van de grensdata. Dit betreft evenmin een voor vernietiging vatbare rechtshandeling.
- De exceptie van de verwerende partij ten aanzien van de eerste bestreden beslissing houdt verband met de rechtsgeldigheid van de bestemmingsbeslissing, die als derde beslissing eveneens het voorwerp uitmaakt van het voorliggend beroep. Bijgevolg is de exceptie verbonden met de grond van de zaak.
- Wat deze bestemmingsbeslissing van 3 oktober 2017 betreft, waardoor volgens de verwerende partij op grond van artikel 42, § 3, van de wet van 14 augustus 1986 het beslag van rechtswege is opgeheven, is het auditoraatsverslag beperkt tot de ambtshalve exceptie dat, gelet op de plaatsing door het asiel van de ezels in adoptiefamilies, er geen enkele mogelijkheid meer is dat de verwerende partij kan beslissen om de dieren terug te geven aan verzoeker. De nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing kan verzoeker tot voordeel strekken. Er zal dan immers opnieuw moeten worden onderzocht welk het lot is van de aan de instelling toevertrouwde dieren. Het beroep is onontvankelijk voor wat betreft de tweede bestreden beslissing, en is ontvankelijk voor wat betreft de eerste en de derde bestreden beslissing. VII-40.107-6/7 BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat wat betreft de eerste en de derde bestreden beslissing.
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek van de zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.107-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.059 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.488 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.140 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.