id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.060 Rolnummer: A. 229910/VII-40736 Zaak: Arrest 249060 - Dierenwelzijn - 26/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-10 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 249.060 van 26 november 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.060 van 26 november 2020 in de zaak A. 229.910/VII-40.736 In zake : Jackie VANDEPLASSCHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van het “besluit van het vervangend afdelingshoofd, van de afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid van 4 november 2019, waarbij een bestemmingsbeslissing wordt gegeven aan de honden van [Jackie Vandeplassche] in die zin dat de Shih-teef (ID 981020000356755), de Chihuahua reu (ID 96700001019526) en 1 vrouwelijk pup kan worden teruggegeven aan [Jackie Vandeplassche], en in die zin dat de Shih-Tzu reu (ID 981100004639162) en de overige vier pups in volle eigendom worden gegeven aan het asiel”. VII-40.736-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 oktober
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De inspectie Dierenwelzijn verricht op 29 oktober 2019 een controle bij verzoeker nadat twee van zijn honden werden teruggevonden op straat. Naar aanleiding van die controle worden drie volwassen honden en vijf pups administratief in beslag genomen. VII-40.736-2/10 3.
- Op 4 november 2019 beslist de inspectie om vijf honden, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet), definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing die als volgt wordt gemotiveerd: “Gelet op de historiek, geacteerd in aanvankelijk PV G-19-4305/HAC/31-10-2019: ► De hygiëne van de leefomgeving van de honden (huis en tuin) is ruim onvoldoende en laat te wensen over; ► Er ligt materiaal en afval dat gevaarlijk is voor de honden of waar zij zich aan kunnen kwetsen; ► Het drinkwater is bevuild en er ligt plastic in; ► Er is een hond met een oorontsteking waar nog geen behandeling voor werd ingesteld; ► De omheining van de tuin volstaat niet om het ontsnappen van de honden tegen te gaan; ► Onverantwoord kweken met dieren met aangeboren afwijkingen; De behoeften van de honden op vlak van huisvesting en verzorging worden daarmee niet vervuld, hetgeen wijst op verwaarlozing en gebrek aan (dagdagelijkse en medische) verzorging; ► De pups zijn 8 weken oud en niet gechipt; ► Er werden pups verhandeld zonder identificatie en registratie; Gelet op het verhoor, d.d. 1/11/2019, waarin betrokkene verklaart dat - Hij zelf alleen verantwoordelijk is en instaat voor de verzorging van de honden; - Er elke tien weken een hondentrimster aan huis komt om de honden te wassen en te scheren; - Betrokkene een tumor op de wervelkolom heeft en daarvoor regelmatig naar het ziekenhuis moet voor een dagopname, waarbij de honden op die momenten alleen gelaten worden van „s morgens tot ongeveer 16.00 uur; - Hij telefonisch een afspraak gemaakt had bij zijn dierenarts voor de castratie van de reu, en voor het chippen van 2 pups; Zijn Chihuahua initieel niet gechipt was omdat hij een ziekte heeft; - Hij op de wachtlijst staat voor familiehulp, het OCMW en solidariteit voor het gezin voor hulp in zijn woning; - Hij de keuken al had opgeruimd en de feiten inzake de rommel in de tuin ontkent en minimaliseert; - Hij zijn honden terug wenst, doch de kosten niet wil betalen gezien hij in januari nog 350€ heeft moeten betalen voor een keizersnede; - Hij een pensioen van 1200€ heeft, - Hij de moeder, de Chihuahua en een vrouwelijke pup terug wenst; - Hij zijn verzekering aangesproken heeft inzake de oogontsteking van zijn Shih-Tzu, veroorzaakt door een ongekende persoon die een stok naar de hond gegooid heeft; VII-40.736-3/10 Wat erop wijst dat hij onvoldoende inzicht heeft in de problematiek en de vastgestelde gebreken en weinig middelen heeft om alle medische zorgen en wettelijke verplichtingen inzake identificatie en registratie te dragen; Gelet op het feit dat betrokkene tijdens zijn verhoor foto‟s toont van zijn opgeruimde tuin, doch hierop te zien is dat er nog steeds materiaal ligt dat er niet thuis hoort; Gelet op het feit dat er geen bewijs geleverd werd voor de raadpleging van een dierenarts inzake de kwetsuur aan het oog van de Shih-Tzu door een onbekende persoon. De overhandigde papieren van de verzekering leveren geen bewijs dat er een dierenarts werd geraadpleegd; Gelet op het feit dat de honden tot 2 maal toe in 1 maand tijd ontsnapt waren uit de tuin en in het asiel terecht kwamen, doch de omheining nog steeds niet degelijk was om ontsnappen te voorkomen gezien er tijdens de controle op 29/10/2019 een hond probeerde te ontsnappen onder het tuinpoortje; Gelet op het dierenartsverslag van het asiel, d.d. 31/10/2019, waaruit blijkt dat - De honden allemaal vlooien hadden; - De teef (ID 981020000356755) een oor- en oogontsteking, en een onverzorgde vacht had; - Alle honden een onderbeet hebben (aangeboren afwijking waarbij de bovenkaak te kort is en een afwijkend gebit ontstaat. Hierdoor kunnen de honden tand- en eetproblemen krijgen). Het is onverantwoord hiermee te fokken; Wat erop wijst dat betrokkene zich niet bewust is van het feit dat zijn honden medische zorgen nodig hadden; Gelet op het feit dat uit navraag (d.d. 31/10/2019 en 4/11/2019) bij de dierenartsen is gebleken dat - Er geen consulatie meer heeft plaats gevonden na de ongewenste dekking eind juni 2019; - Er geen afspraak werd gemaakt voor de castratie, enkel voor het chippen van enkele pups; En gelet op het feit dat uit navraag (d.d. 4/11/2019) bij instanties voor hulp bij het poetsen van de woning is gebleken dat - Het lopende dossier in april 2019 werd stopgezet; - Betrokkene niet op de wachtlijst staat/ geen nieuw dossier werd opgestart omdat betrokkene vaak ontevreden was over de werknemers van deze instanties inzake de geleverde prestaties; Waaruit blijkt dat het erg onzeker is om betrokkene op zijn woord te geloven, gezien hij niet altijd de waarheid zegt; Gelet op het feit dat betrokkene minder kosten en minder werk heeft aan 2 honden en 1 pup dan aan 3 honden en 5 pups (voeding, (medische) verzorging) waardoor dit praktisch én financieel haalbaarder is om de honden hun welzijn te vrijwaren; Gelet op het feit dat de Shih-Tzu teef en Chihuahua reu mits een afdoende vlooienbehandeling, een behandeling van de oren en het oog bij de teef, en een reine huisvesting volledig kunnen herstellen; Gelet op het feit dat betrokkene zijn dieren graag ziet en reeds een inspanning leverde om de huisvesting proper te maken en te verbeteren, en mits dagelijkse inspanning en mits voldaan wordt aan de hoger vermelde VII-40.736-4/10 voorwaarden, het welzijn van de drie honden in de toekomst kan gegarandeerd worden; Gelet op het feit dat de kosten blijven oplopen”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt op dat verzoeker zelf in het verzoekschrift erkent dat de honden werden verkocht, waardoor hij niet beschikt over het vereiste belang.
- Verzoeker verwijst uitdrukkelijk naar het belang dat hij erbij zou hebben dat de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer verdwijnt, daar hij strafrechtelijke vervolging vreest of het opgelegd krijgen van een administratieve sanctie voor de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de bestreden beslissing die hem in een slecht daglicht stelt. Beoordeling
- In die concrete omstandigheid kan verzoeker het belang bij het beroep niet worden ontzegd. Aangezien de bestreden beslissing een negatief licht werpt op de wijze van exploitatie van verzoeker, en de gevolgen daarvan enkel kunnen worden weggenomen door een gebeurlijke nietigverklaring, behoudt verzoeker zijn belang, ook al is teruggave van de dieren niet meer mogelijk. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van verzoeker
- In een eerste middel roept verzoeker de schending in van artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet, artikel 20 en 21 van het besluit van de VII-40.736-5/10 Vlaamse regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen (hierna: besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015), artikel 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, en de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder de materiëlemotiveringsplicht. Verzoeker betoogt in essentie dat de bestreden beslissing is genomen door een onbevoegd persoon, dat artikel 42, § 2, van de dierenwelzijnswet bepaalt dat de dienst de bestemming van de inbeslaggenomen dieren bepaalt, en dat er te dezen geen delegatiebesluit conform artikel 20 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 voorligt. Hij licht daarbij toe dat de bestreden beslissing werd genomen door mevrouw Saartje Bennoot, vervangend afdelingshoofd van de afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid. Volgens verzoeker werd er inzake dierenwelzijn enkel delegatie gegeven aan het afdelingshoofd van de Afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn voor het goedkeuren van: 1° administratieve boetedossiers inzake dierenwelzijn; 2° dossiers voor de terugvordering van kosten na inbeslagnames; 3° vastgestelde rechten inzake dierenwelzijn (bvb. boetedossiers, terugvorderingkosten na inbeslagnames, erkenningsaanvragen, doorstorting retributies door beheerder databank registratie honden); 4° de verzending van dossiers inzake dierenwelzijn naar het parket. Aangezien er geen delegatie werd gegeven inzake bestemming van inbeslaggenomen dieren, werd de bestreden beslissing volgens verzoeker genomen door een onbevoegd persoon, minstens zou moeten worden vastgesteld dat de bestreden beslissing niet motiveert waarom het (vervangend) afdelingshoofd wel bevoegd zou zijn. VII-40.736-6/10
- De verwerende partij verwijst naar artikel 17 van het besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 luidens hetwelk het hoofd van het departement delegatie heeft om beslissingen te nemen over toezichts-, controle- en inspectietaken. Zij geeft de indeling in afdelingen van het departement Omgeving weer die volgt uit artikel 2 van het besluit van de secretaris-generaal van 1 april 2017 dat de organisatiestructuur van dit departement bepaalt. Een van de afdelingen is de afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn. Voorts wijst zij op het besluit van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van 6 november 2018, volgens hetwelk een delegatie geldt “van het hoofd van het departement naar de afdelingshoofden”. Zij leidt daaruit af dat het afdelingshoofd bevoegd was om de bestreden beslissing te nemen. Tot slot merkt zij op dat artikel 16 van laatstgenoemd besluit bepaalt dat bij tijdelijke afwezigheid of verhindering de aan de afdelingshoofden verleende delegaties ook gelden “voor het personeelslid dat hem vervangt”. Zij besluit dat het vervangend afdelingshoofd te dezen bevoegd was om de bestreden beslissing te nemen.
- In haar laatste memorie voegt de verwerende partij toe dat de verwijzing naar het arrest van de Raad van State nr. 246.897 van 30 januari 2020 niet dienend is, aangezien de delegatieproblematiek in die zaak verschilt van deze in de voorliggende zaak. In die zaak werd de beslissing volgens haar immers genomen door een inspecteur-dierenarts, en niet, zoals te dezen, door een vervangend afdelingshoofd. Beoordeling
- Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 “tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering” luidt: “De leden van de Vlaamse Regering kunnen hun bevoegdheden, gedelegeerd overeenkomstig hoofdstuk 2, delegeren aan personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse VII-40.736-7/10 Gewest. Ze kunnen die personeelsleden machtigen om, als ze daarvan kennis geven, die bevoegdheden verder te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag. […] De delegaties die aan personeelsleden zijn verleend in aangelegenheden die aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn overgedragen, blijven gelden tot ze gewijzigd of opgeheven worden, binnen de grenzen bepaald door dit besluit”. In uitvoering van voornoemde bepaling is het besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 aangenomen, dat in zijn artikel 17 bepaalt: “Het hoofd van het departement of agentschap heeft delegatie om beslissingen te nemen over: […] 6° toezichts-, controle- en inspectietaken; […]”. Het besluit van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van 6 november 2018 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake Omgeving aan personeelsleden van het departement Omgeving, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 december 2018, bepaalt op een gedetailleerde wijze de bevoegdheden van de afdelingshoofden. Geen enkele bepaling van dit besluit geeft aan een (vervangend) afdelingshoofd de bevoegdheid om een bestemmingsbeslissing inzake dieren te nemen. Er is geen beslissing bekend waarbij de bevoegdheid om de bestreden bestemmingsbeslissing te nemen, wordt gedelegeerd aan bepaalde personeelsleden. De conclusie dringt zich dus op dat het toekwam aan de secretaris-generaal om, op basis van vaststellingen van de inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van het departement Omgeving, een bestemmingsbeslissing te nemen. VII-40.736-8/10 De opmerking in de laatste memorie van de verwerende partij dat de beslissing die bij voormeld arrest van de Raad werd vernietigd, door een inspecteur-dierenarts werd genomen, doet er niet aan af dat ook de thans bestreden beslissing niet werd genomen door een daartoe regelmatig bevoegde ambtenaar. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het “besluit van het vervangend afdelingshoofd, van de afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid van 4 november 2019, waarbij een bestemmingsbeslissing wordt gegeven aan de honden van [Jackie Vandeplassche] in die zin dat de Shih-teef (ID 981020000356755), de Chihuahua reu (ID 96700001019526) en 1 vrouwelijk pup kan worden teruggegeven aan [Jackie Vandeplassche], en in die zin dat de Shih-Tzu reu (ID 981100004639162) en de overige vier pups in volle eigendom worden gegeven aan het asiel”.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. VII-40.736-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.736-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.060 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div