id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.116 Rolnummer: A. 227320/VII-40483 Zaak: Arrest 249116 - Milieuvergunningen - 03/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-14 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 249.116 van 3 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 249.116 van 3 december 2020 in de zaak A. 227.320/VII-40.483 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ gevestigd te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 waar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Roegiers kantoor houdend te 9900 Eeklo Koningin Astridplein 24, bus 1 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV O.D.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 januari 2019, strekt tot de nietigverklaring van de stilzwijgende beslissing van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 7 september 2017, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de nv O.D.M. voor het exploiteren van een leemontginning aan het Kerselaarsveld te Geraardsbergen, wordt verworpen. VII-40.483-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 244.348 van 2 mei 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 november
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Junior Geysens, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor de verwerende partij en voor de tussenkomende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.483-2/5 III. Feiten
- De feiten zijn uiteengezet in tussenarrest nr. 244.348 van 2 mei
- Er wordt naar verwezen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Excepties
- De verwerende partij en de tussenkomende partij wijzen erop dat de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw op 14 februari 2019 alsnog uitdrukkelijk uitspraak heeft gedaan over het bestuurlijk beroep tegen de deputatiebeslissing van 7 september 2017 en dat deze uitdrukkelijke beslissing volledig in de plaats is gekomen van de bestreden stilzwijgende afwijzende beslissing. Gelet op dit feit menen zij dat voorliggend annulatieberoep onontvankelijk is.
- In haar memorie van wederantwoord vraagt de verzoekende partij zich af of de op 14 februari 2019 verleende milieuvergunning “al dan niet een schending vormt van het beginsel van de redelijke termijn en of in voorkomend geval de milieuvergunningverlenende overheid dan nog in de mogelijkheid verkeert (na gebeurlijke vernietiging) om een beslissing te mogen treffen, waarbij dan ook dient nagegaan te worden of de voorliggende stilzwijgende afwijzende beslissing tegen het ingestelde beroep alsnog herleeft”.
- In haar laatste memorie treedt de verzoekende partij de conclusie van het verslag van de auditeur bij dat “het beroep in voorliggende zaak doelloos is geworden”. Beoordeling
- Op 14 februari 2019 heeft de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw een beslissing genomen over het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van VII-40.483-3/5 Oost-Vlaanderen van 7 september
- Met deze beslissing, die in de plaats is gekomen van de thans bestreden stilzwijgende afwijzende beslissing, heeft de verwerende partij een uitdrukkelijk afwijzend standpunt ingenomen over het ingestelde bestuurlijk beroep. Daargelaten de wettigheid van dit standpunt, dat door de verzoekende partij wordt betwist in een afzonderlijk beroep tot nietigverklaring dat zij tegen het ministerieel besluit van 14 februari 2019 bij de Raad van State heeft ingesteld, volgt hieruit dat de bestreden stilzwijgende beslissing definitief heeft opgehouden te bestaan. De gebeurlijke vernietiging van het besluit van 14 februari 2019 brengt niet mee dat de thans bestreden stilzwijgende beslissing zou terugkeren in het rechtsverkeer. Evenmin komt het de Raad van State op dit ogenblik toe vooruit te lopen op de vraag of een gehele of gedeeltelijke herbevestiging van de in eerste aanleg verleende milieuvergunning, ingevolge de herneming van de beroepsprocedure na een vernietigingsarrest, al dan niet de redelijke termijnvereiste zou miskennen. Conclusie is dan ook dat dit annulatieberoep tegen de stilzwijgende afwijzende beslissing over het bestuurlijk beroep van de verzoekende partij zonder voorwerp is.
- Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kosten
- Vermits de verwerende partij door haar stilzitten na de regelmatig verstuurde aanmaning op grond van artikel 14, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State het annulatieberoep zelf heeft uitgelokt, past het de kosten van het geding, met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding, te haren laste te leggen. Aangezien de rechtsplegingsvergoeding een tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij en de tussenkomst van een advocaat er in dit geval toe beperkt was de verzoekende partij te vertegenwoordigen tijdens de terechtzitting over de vordering tot schorsing, wordt het bedrag van de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding bepaald op 140 euro. VII-40.483-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.483-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.116 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.348 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div