← België

Arrest 249126 - Ziekenhuizen - 03/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.126 Rolnummer: A. 231226/VII-40869 Zaak: Arrest 249126 - Ziekenhuizen - 03/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-14 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 249.126 van 3 december 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenhuizen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 249.126 van 3 december 2020 in de zaak A. 231.226/VII-40.869 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de VZW ALGEMEEN ZIEKENHUIS DIEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lemmens en Eline Vanluchene kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. De vordering, ingesteld op 9 juli 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van: “- het besluit van de administrateur-generaal van het Agentschap Zorg en Gezondheid van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van 10 mei 2020 tot aanpassing van de erkenning van de vzw Algemeen VII-40.869-1/5 Ziekenhuis Diest, waarin het aantal Sp-bedden locomotorisch werd aangepast van 0 naar 20 vanaf 1 februari 2020; - het besluit van het Agentschap Zorg en Gezondheid van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van ongekende datum tot aanpassing van de planningsvergunning van de vzw Algemeen Ziekenhuis Diest, waarin het aantal Sp-bedden locomotorisch werd aangepast van 0 naar 20 vanaf 1 februari 2020; - het besluit van het Agentschap Zorg en Gezondheid van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van ongekende datum tot aanpassing van de exploitatievergunning van de vzw Algemeen Ziekenhuis Diest, waarin het aantal Sp-bedden locomotorisch werd aangepast van 0 naar 20 vanaf 1 februari 2020”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De vzw Algemeen Ziekenhuis Diest heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Eerste auditeur Ines Martens heeft een verslag overeenkomstig artikel 59 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 november
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daisy Daniels, die loco advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Eline Vanluchene, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. VII-40.869-2/5 Eerste auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Verzoek tot afstand
  5. Met een brief van 25 september 2020 doet verzoekende partij afstand van haar beroep. IV. Rechtsplegingvergoeding Standpunten van de partijen
  6. In haar brief, waarin zij de afstand bevestigt, zet de verzoekende partij het volgende uiteen: “De bevolkingscijfers op basis waarvan de programmatie van de ziekenhuisbedden berekend wordt, worden vastgesteld door het BELGISCHE STATISTIEKBUREAU STATBEL. Op 14 september j.l. zijn de nieuwe bevolkingscijfers van STATBEL bekendgemaakt. De toename van het bevolkingsaantal heeft ervoor gezorgd dat het aantal geprogrammeerde Sp-bedden evenredig is toegenomen. In 2019 was er nationaal een resterende ruimte voor 17,33 Sp-bedden, terwijl er gelet op de nieuwe bevolkingscijfers in 2020 ruimte is voor 49,17 Sp-bedden. Deze bijkomende ruimte heeft tot gevolg dat de aanpassing van erkenning van het AZ Diest waarin het aantal Sp-bedden locomotorisch werd gewijzigd van 0 naar 20 vanaf 1 februari 2020, nu, gelet op de grotere totale geprogrammeerde capaciteit, niet langer een overschrijding uitmaakt van het programmatiecriterium voor Sp-bedden, voorzien door artikel 1, lid 1, d), van het Koninklijk besluit van 21 maart 1977 tot vaststelling van de criteria die van toepassing zijn voor de programmatie van verschillende soorten ziekenhuisdiensten. De verzoekende partij wenst bijgevolg afstand van haar beroep tot nietigverklaring te doen. In de gegeven omstandigheden is er geen in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten VII-40.869-3/5 op de Raad van State van 12 januari 1973 zodat geen van de partijen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding kan veroordeeld worden”.
  7. De verwerende partij stelt daar het volgende tegenover: “Ten onrechte betoogt de verzoekende partij dat één en ander door wijzigende bevolkingscijfers tot haar eigen verwondering is gewijzigd. De verzoekende partij dient voldoende oog te hebben voor de bevolkingscijfers waarvan ze ook wel weet dat ze wijzigen, de verzoekende partij heeft een volkomen ongegrond verzoek neergelegd en de verwerende partij kan het initiatief van de verzoekende partij trouwens niet in dank afnemen. De verzoekende partij heeft de verwerende partij aldus hoe dan ook volkomen ten onrechte en tegen elke redelijkheid in tot kosten van een procedure gedwongen”. Beoordeling
  8. De uiteenzetting van de verwerende partij overtuigt. In de gegeven omstandigheden past het de verzoekende partij te veroordelen tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 700 €. BESLISSING
  9. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. VII-40.869-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie december tweeduizend twinig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.869-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.