id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.155 Rolnummer: A. 223069/X-17011 Zaak: Arrest 249155 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-11 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 249.155 van 7 december 2020 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.155 van 7 december 2020 in de zaak A. 223.069/X-17.011 In zake : Marnix ARSCHOOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151 B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de HULPVERLENINGSZONE 1 WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 5 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van: “Het besluit van de Hulpverleningszone 1 West-Vlaanderen van een onbekende datum waarbij er tot een kaderwijziging is beslist voor het administratief personeel, meer in het bijzonder waar de functie van technisch medewerker automecanicien op de standplaats Brugge wordt geschrapt en aan verzoeker een nieuwe functie in de brandweerpost te Oostende wordt aangeboden.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-17.011-1/10 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Marnix Arschoot, die in persoon verschijnt en advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker, op dat moment technisch medewerker - automecanicien (C1-C3), tewerkgesteld bij de brandweer van Brugge, wordt op 25 maart 2011 door het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge bij wijze van ordemaatregel, via terbeschikkingstelling, naar de politie overgeplaatst. Volgens de Raad van State, in zijn arresten nrs. 217.083 van 29 december 2011 en 222.552 van 19 februari 2013, miskent de ordemaatregel alleen dan niet het evenredigheidsbeginsel wanneer hij geherevalueerd zal worden X-17.011-2/10 na afloop van de strafrechtelijke kant van de personeelsproblematiek in de dienst Uitrusting van de brandweer. In het kader van die herevaluatie besluit het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge op 21 juni 2013 om verzoeker toe te wijzen aan de werkplaats bij de politie. Deze beslissing is bij arrest van de Raad van State nr. 235.431 van 13 juli 2016 vernietigd geworden. Op 24 november 2014 beslist de gemeenteraad de functie van technisch medewerker – automecanicien te schrappen in het kader van de brandweer. De beslissing en de goedkeuring ervan door de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen worden door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 235.432 van 13 juli
- Op 1 januari 2015 gaat de brandweerhervorming van start. Voor de vast benoemde medewerkers die niet willen of kunnen overstappen naar de Hulpverleningszone 1 West-Vlaanderen zoekt het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge op 22 december 2014 een oplossing. Met betrekking tot verzoeker wordt beslist hem blijvend ter beschikking te stellen van de politie en te hechten aan de preventiedienst. De Raad van State vernietigt de beslissing bij arrest nr. 235.433 van 13 juli
- Met een brief van 21 december 2016 deelt verzoeker aan de verwerende partij mee dat hij “op heden” tot de zone, met standplaats te Brugge, behoort en dat hij verwacht uitgenodigd te worden om zich bij de diensten te Brugge aan te bieden. Immers, zo argumenteert hij onder andere, zijn er geen objectieve elementen voorhanden die een verplaatsing naar een andere locatie binnen de zone verantwoorden en is hij precies benoemd in de standplaats Brugge. Het antwoord, ondertekend door de voorzitter van de hulpverleningszone en de zonecommandant, van 7 juli 2017 luidt: “Hulpverleningszone 1 West-Vlaanderen kreeg in het najaar van 2016 van [de] stad Brugge de vraag of we eventueel een plaats hebben om u X-17.011-3/10 tewerk te stellen. Daarop volgde op 10 november 2016 een open gesprek, vervolgens bezocht u de kazerne in Oostende en vlak voor de Kerstvakantie werd een laatste gesprek gevoerd tussen u, de Zonecommandant en de secretaris van de zone. Daarin werd de visie op de toekomst van de werkplaatsen ook al toegelicht. Waar er tot een drietal jaren terug aan alle voertuigen werd gesleuteld beperken de werkzaamheden zich nu tot het periodiek onderhoud en kleine en dringende tussenkomsten. Grote herstellingen worden uitbesteed. De personeelsbezetting van de werkplaats in Brugge werd dan ook door de jaren heen afgezwakt. Sinds de overgang naar de zonale brandweer is er veel veranderd. De zone is constant in evolutie en probeert steeds de werking te verbeteren en efficiënter te maken. Dat betekent dat wij u geen plaats kunnen aanbieden in [de] post Brugge die voldoet aan uw profiel. Concreet kunnen wij u een functie aanbieden in [de] post Oostende als mecanicien op het niveau waarop u eerder was ingeschaald. Dit gaat om een fulltime betrekking. U zou samenwerken met de huidige werkplaatsleider. Gelieve ons spoedig iets te laten weten omtrent dit aanbod.” Deze brief – aldus verzoeker – doet blijken van de bestreden beslissing. Met een schrijven van 31 augustus 2017 deelt de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, algemene directie Civiele Veiligheid, mee dat volgens zijn analyse verzoeker automatisch werd overgedragen naar de hulpverleningszone 1 “aangezien de beslissing van de Stad Brugge om de betrokkene te schrappen op het administratief kader van de brandweer en de goedkeuring daarvan door de Gouverneur retroactief vernietigd werden door de Raad van State omwille van een gebrek in de inhoudelijke motivering”. IV. Precisering van het voorwerp / ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
- Volgens verzoeker, in het verzoekschrift, moet uit de brief van 7 juli 2017 blijken dat zijn functie in de post Brugge is afgeschaft: “het feit dat de zone laat weten dat er te Brugge geen functie meer beschikbaar is kan […] niet anders dan aangezien worden als dat deze functie werd afgeschaft”. Welke functie X-17.011-4/10 verzoeker in Oostende krijgt aangeboden, wordt niet verduidelijkt. De brief lijkt volgens hem te passen “binnen de procedure herplaatsing, maar ook dat is niet duidelijk”.
- Naar de mening van de verwerende partij, in de memorie van antwoord, vecht verzoeker een niet bestaand besluit aan, zodat het beroep onontvankelijk ratione materiae is. De verwerende partij heeft aangeboden wat het best past bij de talenten en verworvenheden van verzoeker. De brief van 7 juli 2017 “is een pure mededeling waar verzoeker kan werken”. Hoe dan ook is de precieze allocatie van een personeelslid een maatregel van intern bestuur, die niet ontvankelijk bestreden kan worden.
- In de memorie van wederantwoord dupliceert verzoeker dat het beroep gaat over “de expliciete mededeling dat er voor verzoeker geen plaats meer is te Brugge omwille van het feit dat de functie die hij indertijd aldaar uitoefende, aldaar nu niet meer kan worden uitgeoefend”. Volgens verzoeker is de concrete realiteit dat bij het van start gaan van de hulpverleningszone “geen enkele operationele of administratieve medewerker of technische medewerker van post is verplaatst”. Vandaar dat verzoeker meent “dat wanneer men meldt dat er te Brugge geen plaats meer zou zijn voor een technisch medewerker, dit als gevolg heeft dat [de] functie die aldaar door de verzoekende partij werd uitgeoefend wordt afgeschaft”.
- In de laatste memorie legt de verwerende partij uit dat zij “zo coulant mogelijk” is geweest en verzoeker een aanbod heeft gedaan om in Oostende te gaan werken. Hij wil het niet aanvaarden en het aanbod is dan ook niet bekrachtigd door het zonecollege. Dit “aanbod in grote welwillendheid en in een zoektocht om te geven wat verzoeker het best past” is geen betwistbare bestuurshandeling. “[E]r is geen besluit gemaakt maar gewoon een aanbod geformuleerd”. X-17.011-5/10 Beoordeling
- Naar het oordeel van de Raad van State houdt de brief van 7 juli 2017 minder in dan wat verzoeker er uit begrijpt, maar méér dan wat de verwerende partij wil toegeven.
- Terecht stelt de verwerende partij in de memorie van antwoord vast dat verzoeker een lange rechtsstrijd met de stad Brugge heeft gevoerd om bij de brandweerdienst te kunnen blijven werken, maar dat op het ogenblik dat hij die rechtsstrijd uiteindelijk succesvol beëindigde, de organisatie van de brandweer overgegaan blijkt van een gemeentelijk systeem naar het systeem van de hulpverleningszone. Het is niet betwist dat finaal hieruit volgt dat verzoeker geacht moet worden deel uit maken van het personeel van de verwerende partij.
- Als zodanig meent verzoeker automatisch geplaatst te zijn in – zoals voorheen – de betrekking van technisch medewerker, uit te oefenen in de werkplaats te Brugge, Pathoekeweg. Minstens maakte hij jegens de verwerende partij afdoende duidelijk van oordeel te zijn dat zij hem voor deze betrekking moest aanwijzen.
- Het antwoord van 7 juli 2017 is helder: de personeelsbezetting in de werkplaats in Brugge is afgezwakt en er kan hem geen plaats worden aangeboden in de post Brugge die aan zijn profiel voldoet. De brief bevat ondubbelzinnig de weigering om verzoeker in de werkplaats te Brugge tewerk te stellen als technisch medewerker, om een reden die verzoeker in zijn enig middel betwist.
- Met de verwerende partij wordt aangenomen dat het aan de weigering toegevoegde “aanbod” van de verwerende partij om, in de plaats van in Brugge, in Oostende te gaan werken, puur vrijblijvend is en niet voor vernietiging X-17.011-6/10 vatbaar. Het gaat om een functie die er bestond noch bestaat. Ter terechtzitting bevestigt de verwerende partij dat ze “nooit gecreëerd” werd.
- De gevolgtrekking, ten slotte, die verzoeker uit de brief van 7 juli 2017 maakt, namelijk dat er een wijziging van het kader zou hebben plaatsgehad waarbij er tot de schrapping is beslist van “de functie van technisch medewerker automecanicien op de standplaats Brugge”, steunt op niets. Het is niet meer dan een lukrake gissing zonder grond.
- Als de aangevochten, uit de brief van 7 juli 2017 blijkende, beslissing moet bijgevolg worden geïdentificeerd en gepreciseerd: de weigering van de verwerende partij om verzoeker de functie toe te wijzen van technisch medewerker, uit te oefenen in de werkplaats te Brugge. De weigering is van aard verzoeker in de concrete omstandigheden van deze zaak speciaal te grieven. Ze komt aanvechtbaar voor. Het beroep ertegen is ontvankelijk ratione materiae. De exceptie van de verwerende partij wordt verworpen. V. Onderzoek van het middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert onder meer aan dat de bestreden beslissing niet correct gemotiveerd is. Dat er sinds de overgang naar de zonale brandweer veel veranderd is, is nietszeggend en niet afdoend. Niet alleen, volgens verzoeker, kwam de vorige commandant tot de conclusie dat er geen reden was om de functie van technisch medewerker in de post Brugge af te schaffen, bovendien worden “er te Brugge nog steeds een gelijk aantal voertuigen […] aangehouden en [moeten] er dus nog steeds werken […] gebeuren zoals de commandant indertijd zelf reeds heeft omschreven”. De bestreden beslissing is bij gebrek aan een daadwerkelijk gefundeerde motivering, onwettig. X-17.011-7/10
- De verwerende partij repliceert dat verzoeker zich vergist als hij meent “dat een vroeger commandant van één van de brandweerkorpsen die is toegetreden tot de zone, zou kunnen gaan determineren hoe de zone zich moet inrichten”. Eventueel is de zienswijze van de commandant relevant in de verhouding tussen de stad Brugge en verzoeker, maar ze is “compleet irrelevant in de verhouding Hulpverleningszone-Brugge”. Beoordeling
- Op vraag van de Raad van State heeft de verwerende partij verduidelijkt dat bij haar de betrekkingen van technisch medewerker onder de directie Uitrusting ressorteren en dat er initieel drie personen de functie van technisch medewerker bekleedden, van wie twee in de post Brugge. Eén van beiden ging in 2017 met pensioen en de tweede is kennelijk F. R. Tevens is door de verwerende partij uitgelegd dat de personeelsformatie op vandaag nog altijd in drie functies van technisch medewerker bij de directie Uitrusting voorziet. Naast deze functies van technisch medewerker (C1-C3) zijn er inmiddels drie functies van “technisch medewerker onderhoud materiaal Noordzee” bijgekomen. Ook blijkt dat de verwerende partij nog steeds twee technische profielen in Brugge aanhoudt. Die betrekkingen worden evenwel niet bezet door een technisch medewerker (C1-C3). Eén betrokkene is een operationele beroepssergeant, de ander (F. R.) is een personeelslid op D-niveau. Voorts doet verzoeker gelden, zonder dat het ernstig en overtuigend wordt tegengesproken door de verwerende partij, dat F. R. te Brugge de facto de hulp krijgt, verschillende dagen per week, van twee technische medewerkers onderhoud materiaal Noordzee. X-17.011-8/10
- De slotsom is dat het niet geloofwaardig is dat er, zoals in de bestreden beslissing wordt gemotiveerd, in de post Brugge geen plaats is die voldoet aan verzoekers profiel van technisch medewerker. Het middel is, in de besproken mate, gegrond.
- De hierna uit te spreken vernietiging van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de verwerende partij ertoe verplicht is zich opnieuw over het geweigerde uit te spreken. Zij zal daarbij niet opnieuw de hiervoor vastgestelde onwettigheid mogen begaan. Concreet zal zij niet opnieuw mogen weigeren om verzoeker de functie van technisch medewerker in de post Brugge toe te wijzen om reden dat er in die post beweerdelijk geen plaats is die voldoet aan zijn profiel. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de weigering van de hulpverleningszone 1 West-Vlaanderen van 7 juli 2017 om Marnix Arschoot de functie van technisch medewerker, uit te oefenen in de werkplaats te Brugge, toe te wijzen.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. X-17.011-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven december 2020, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust , kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.011-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.155 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.