← België

Arrest 249169 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 08/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.169 Rolnummer: A. 217879/IX-8781 Zaak: Arrest 249169 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 08/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-22 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 249.169 van 8 december 2020 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 249.169 van 8 december 2020 in de zaak A. 217.879/IX-8781 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Martel en Aube Wirtgen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:

  1. Pascal LOUAGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Van Hulle kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
  2. Geert DE WOLF woonplaats kiezend te 2520 Ranst Ranstsesteenweg 7
  3. Marc VAN ASCH bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Van Alsenoy kantoor houdend te 1000 Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- IX-8781-1/8 I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 18 december 2015, strekt tot de nie- tigverklaring van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 waarbij Pascal Louage, Geert De Wolf en Marc Van Asch worden benoemd tot effectieve bestuursrechters bij het Milieuhandhavingscollege. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Pascal Louage, Geert De Wolf en Marc Van Asch hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Hun tussenkomst is toegestaan bij be- schikkingen van 25 februari 2016 en 15 maart
  6. De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de derde tus- senkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 oktober
  7. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaten Jan Ghysels en Tess Van Gaal, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Bart Martel, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Karel Van Alsenoy, die loco advocaat Stijn Van Hulle verschijnt IX-8781-2/8 voor de eerste tussenkomende partij en advocaat Karel Van Alsenoy, die verschijnt voor de derde tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. Verzoeker wordt bij besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 “benoemd” tot effectieve bijzitter bij het Milieuhandhavingscollege, met ingang van 1 september 2009 en voor een mandaat van zes jaar. 3.
  10. Op 8 mei 2015 beslist de Vlaamse Regering om de mandaten van de effectieve en plaatsvervangende bestuursrechters van het Milieuhandha- vingscollege niet te verlengen. Verzoeker vecht, wat hem betreft, deze beslissing aan met een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A. 216.453/IX-8686). Dat beroep wordt verworpen bij arrest nr. 249.168 van heden. 3.
  11. Eveneens op 8 mei 2015 beslist de Vlaamse Regering om drie functies van bestuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege vacant te verklaren. 3.
  12. Op 12 juni 2015 stelt verzoeker zich kandidaat voor de functie van bestuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege. 3.
  13. Met een brief van 18 juni 2015 deelt de voorzitter van de selec- tiecommissie aan verzoeker mee dat zijn kandidatuur niet voldoet aan de ontvan- IX-8781-3/8 kelijkheidsvoorwaarden, aangezien hij niet aantoont dat hij houder is van het di- ploma van licentiaat of master in de rechten. Verzoekers kandidatuur wordt derhalve niet verder in aanmer- king genomen. Verzoeker vecht ook deze beslissing aan met zijn reeds ver- melde beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State (zaak A. 216.453/IX-8686) dat wordt verworpen bij arrest nr. 249.168 van heden. 3.
  14. Op voordracht van de algemene vergadering van de Vlaamse bestuursrechtscolleges, na een selectieprocedure, beslist de Vlaamse Regering op 9 oktober 2015 om Pascal Louage, Geert De Wolf en Marc Van Asch te benoemen tot effectieve bestuursrechters bij het Milieuhandhavingscollege. Het desbetreffende besluit van de Vlaamse Regering maakt het voorwerp uit van het voorliggende beroep. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
  15. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een annulatieberoep zoals bedoeld in artikel 14, § 1, van deze wetten, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden ad- ministratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wet- tig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen. IX-8781-4/8
  16. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waarbij andere kandidaten worden benoemd in de geambieerde functie, is om door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat hij opnieuw de kans krijgt om zelf in die functie te worden be- noemd en om ze daadwerkelijk uit te oefenen. Die kans kan verzoeker slechts verkrijgen indien hijzelf voldoet aan de voorwaarden om in de functie te worden benoemd. Volgens verzoeker is dat het geval nu de Vlaamse Regering op 8 mei 2015 op een onwettige wijze zijn mandaat van bestuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege niet heeft verlengd en voorts ook omdat de selectiecommissie van de dienst van de bestuursrechts- colleges ten onrechte zijn kandidaatstelling voor de functie van bestuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege niet in aanmerking heeft genomen. Verzoeker heeft zowel de ene als de andere beslissing met eenzelfde beroep tot nietigverklaring bestreden (zaak A. 216.453/IX-8686). Verzoekers voormelde beroep is evenwel verworpen bij arrest nr. 249.168 van heden. Dit betekent vooreerst dat de beslissing van de Vlaamse Rege- ring van 8 mei 2015 om verzoekers mandaat van bestuursrechter niet te verlengen definitief is geworden en verzoeker de wettigheid ervan in het kader van zijn thans voorliggend beroep niet meer ontvankelijk vermag te betwisten. Die beslissing van de Vlaamse Regering van 8 mei 2015 is immers niet te beschouwen als een voorbereidende beslissing die genomen is in het kader van de complexe admini- stratieve verrichting welke geresulteerd heeft in de thans bestreden benoemingen en is aangevangen met de vacantverklaring (op dezelfde datum) van de drie be- trekkingen waarin die benoemingen zijn gebeurd, zodat verzoeker de eventuele onwettigheid ervan niet ontvankelijk kan aanvoeren in een beroep tegen de eind- beslissing van de complexe administratieve verrichting waarvan ze geen deel uitmaakt. Voor zover hij dat wel nog doet, namelijk in zijn tweede middel – ove- rigens op dezelfde wijze als in zijn beroep tegen de voormelde beslissing van de IX-8781-5/8 Vlaamse Regering van 8 mei 2015 dat door de Raad van State in zijn arrest nr. 249.168 ongegrond werd bevonden – zijn verzoekers grieven onontvankelijk en kan de beweerde onwettigheid van die beslissing, verzoekers belang bij zijn thans voorliggend beroep niet staven. Arrest nr. 249.168 heeft verzoekers beroep tot nietigverklaring ook verworpen voor zover het gericht is tegen de beslissing van de selectiecom- missie van de dienst van de Vlaamse bestuursrechtscolleges om zijn kandidatuur niet in aanmerking te nemen voor de vacantverklaarde betrekkingen van be- stuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege. Die beslissing is echter wel te beschouwen als een voorbereidende beslissing van de thans bestreden benoemin- gen. In zijn voorliggend beroep vermag verzoeker dan ook ontvankelijk eventuele wettigheidsbezwaren ertegen aan te voeren, althans voor zover de Raad van State daarover in zijn arrest nr. 249.168 nog geen uitspraak heeft gedaan. Verzoeker doet dat uitsluitend in het eerste onderdeel van zijn derde middel. In het tweede onderdeel van dat middel refereert hij aan het vijfde middel dat hij heeft aangevoerd in zijn beroep in de zaak A. 216.453/IX-8686 en dat “wordt […] hernomen”, maar dat reeds ongegrond werd bevonden in het voornoemde arrest nr. 249.
  17. De vraag naar verzoekers belang bij het beroep hangt aldus sa- men met de vraag naar de gegrondheid van het eerste onderdeel van het derde middel. In zijn laatste memorie deelt verzoeker evenwel mede dat, na kennis te hebben genomen van het auditoraatsverslag, hij niet meer aandringt met betrekking tot, onder meer, het eerste onderdeel van het derde middel. De Raad van State verleent akte daarvan. IX-8781-6/8
  18. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker niet aantoont dat de be- slissing van de selectiecommissie van de dienst voor de bestuursrechtscolleges om zijn kandidaatstelling voor de betrekking van bestuursrechter bij het Milieuhand- havingscollege af te wijzen, onwettig is. Bijgevolg moet ambtshalve worden besloten dat verzoeker niet het rechtens vereiste belang heeft bij een eventuele nietigverklaring van de be- noemingen tot bestuursrechter bij het Milieuhandhavingscollege die hij met zijn voorliggende beroep bestrijdt, aangezien is komen vast te staan dat hij niet aan de voorwaarden voldoet om na een dergelijke nietigverklaring zelf voor de geambi- eerde functie in aanmerking te komen. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk en moet dienvolgens worden verworpen. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt het beroep.
  20. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussen- komsten, begroot op 450 euro, elk voor één derde.
  21. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-8781-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht december tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-8781-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.169 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.