id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.173 Rolnummer: A. 227197/IX-9494 Zaak: Arrest 249173 - Civiele bescherming - 08/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-22 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:51 Fiche Arrest nr 249.173 van 8 december 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Civiele bescherming Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 249.173 van 8 december 2020 in de zaak A. 227.197/IX-9494 In zake : Jimmy GROENEWEG woonplaats kiezend bij de Algemene Centrale der Openbare Diensten Fontainasplein 9-11 1000 Brussel bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Carlierlaan 291 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 15 januari 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken van 17 december 2018 waarbij Jimmy Groeneweg, door verandering van graad wordt benoemd in de graad van technisch medewerker en tewerkgesteld wordt bij de Algemene Directie Veiligheid, geïntegreerde centra voor noodoproepen – Vlaams Brabant, met ingang van 1 januari 2019. IX-9494-1/13 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november 2020. Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Nicolas Bonbled, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Verzoeker was statutair tewerkgesteld als operationeel medewerker bij de operationele eenheid Brasschaat van de Civiele Veiligheid. IX-9494-2/13 3.2. De wet van 15 mei 2007 „betreffende de civiele veiligheid‟ voorziet in twee soorten operationele diensten van civiele veiligheid, namelijk de operationele eenheden van de Civiele Bescherming enerzijds en de brandweer en reddingsposten van de hulpverleningszones anderzijds. Bij koninklijk besluit van 20 september 2017 „tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen‟ werd een reorganisatie doorgevoerd, waarbij met ingang van 1 januari 2019 in essentie de hulpverleningszones alle dringende opdrachten zullen uitvoeren, terwijl de Civiele Bescherming zich meer zal concentreren op de gespecialiseerde of langdurige opdrachten. Bij arrest nr. 248.253 van 11 september 2020 is het annulatieberoep tegen dit koninklijk besluit verworpen. Bij koninklijk besluit van 8 oktober 2017 „tot bepaling van de vestiging van de eenheden van de Civiele Bescherming‟ wordt het aantal operationele eenheden van de Civiele Bescherming met ingang van 1 januari 2019 teruggebracht van zes tot twee (waaronder Brasschaat). Bij arrest nr. 248.250 van 11 september 2020 zijn de annulatieberoepen tegen dit koninklijk besluit verworpen. Bij koninklijk besluit van 29 juni 2018 „houdende de bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming‟ wordt in essentie een regeling uitgewerkt die zo dicht mogelijk aanleunt bij de bezoldigingsregeling van de operationele leden van de hulpverleningszones (om mobiliteit tussen beide diensten te vergemakkelijken). Bij koninklijk besluit van 29 juni 2018 „tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming‟ wordt het administratief statuut voor het operationeel personeel van de Civiele IX-9494-3/13 Bescherming vastgesteld. Bij arrest nr. 248.192 van 31 augustus 2020 is het annulatieberoep tegen dit koninklijk besluit verworpen. 3.3. Bij koninklijk besluit van 3 juli 2018 „houdende diverse maatregelen betreffende de leden van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming‟ wordt onder meer ingevolge de reorganisatie met ingang van 1 januari 2019, het aantal openstaande betrekkingen in de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming vastgesteld (artikel 2), worden de nadere regels bepaald waaronder de leden van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming in de nieuwe graden van de Civiele Bescherming kunnen worden benoemd – zo wordt onder meer in een selectieprocedure voorzien (artikelen 3 tot 7), en wordt bepaald volgens welke regels de niet in aanmerking genomen leden weder tewerkgesteld worden in één van de diensten van de FOD Binnenlandse Zaken, in andere federale overheidsdiensten of bij de federale politie (artikelen 8 tot 15). Artikel 12 bepaalt dat de personeelsleden die op 1 januari 2019 niet benoemd of niet weder tewerkgesteld zijn, onderworpen worden aan de ambtshalve mobiliteit overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 januari 2007 „betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt‟. Tegen het koninklijk besluit van 3 juli 2018 zijn, naast het annulatieberoep A. 225.973/IX-9360 van verzoeker, nog vier andere annulatieberoepen ingesteld, namelijk de zaken, A. 226.148/VIII-10.943, A. 226.160/IX-9389, A. 226.174/VIII-10.946 en A. 226.180/VIII-10.949. Bij arrest nr. 248.190 van 31 augustus 2020 heeft de Raad van State de zaken A. 226.148/VIII-10.943 en A. 226.180/VIII-10.949 samengevoegd, en heeft hij artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 2018, waarin het aantal openstaande betrekkingen in de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming worden vastgesteld, vernietigd. Hij heeft het beroep voor het overige verworpen. IX-9494-4/13 Bij arrest nr. 248.191 van 31 augustus 2020 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zaak A. 226.174/VIII-10.946 en heeft hij artikel 3, § 1, 1°, en § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 3 juli 2018 vernietigd. De vernietigde bepalingen bevatten nadere regels inzake medische geschiktheid waaraan kandidaten dienen te voldoen in het kader van een kandidaatstelling voor de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming. Bij arrest nr. 249.172 van heden en arrest nr. 249.171 van heden heeft de Raad van State in respectievelijk de zaken 225.973/IX-9360 en 226.160/IX-9389 telkens het beroep verworpen. 3.5. Verzoeker neemt niet deel aan de selectieproeven waarin is voorzien in het koninklijk besluit van 3 juli 2018. 3.6. Met een brief van 16 november 2018 met onderwerp „heroriëntering‟ wordt verzoeker uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor de verschillende plaatsen die vacant zijn binnen de FOD Binnenlandse Zaken. Deze brief luidt als volgt: “U was geen kandidaat voor de Civiele Bescherming 2.0 of u bent niet geslaagd in de selectietesten die hiervoor werden georganiseerd. U dient dus bijgevolg een nieuwe functie toegewezen te krijgen. De functies die wij u kunnen aanbieden, vindt u terug in het keuzeformulier in bijlage. Bijgevoegd vindt u meer uitleg over deze openstaande plaatsen. Voor de functies in de centra van de Dienst Vreemdelingenzaken en de 1733 functies in de noodcentrale 112 zal uw medische geschiktheid voor de functie ook onderzocht worden door de arbeidsgeneesheer. Er zullen door de Dienst Vreemdelingenzaken, de Directie Civiele Veiligheid en de noodcentrales 112 ook informatiesessies georganiseerd worden en wel op de volgende data: [. ..] Uiterlijk op 26 november 2018 dient u via bijgevoegd keuzeformulier uw keuze te maken, anders zal met uw kandidatuur geen rekening worden gehouden. [...] Voor de indiensttreding kan er met u nog een intakegesprek worden gevoerd waarbij onder meer uw interesse voor de functie kan worden bevraagd en er desgevallend een aantal kleine testen worden georganiseerd. Deze testen zijn er enkel op gericht om uw huidig kennisniveau te kunnen vaststellen en aansluitend hierop de nodige opleiding te kunnen voorzien. Tijdens de informatiesessies zal u hierover meer informatie bekomen. Wanneer er voor een bepaalde functie meer kandidaten dan te begeven betrekkingen zijn, zullen er selectietesten worden georganiseerd waarbij de betrekking(
- en)zal (zullen) toegewezen worden aan de kandidaat(
- en)die het best beantwoordt (beantwoorden) aan de vereisten van de functie. IX-9494-5/13 Belangrijk om te vermelden is dat indien u geen keuze maakt, er u ambtshalve een bepaalde functie zal worden toegewezen. Indien u momenteel postuleert voor een andere functie (bv. bij een Brandweerzone of bij de dienst DAB van de federale politie), dan raad ik u aan om toch voor een hierboven vermelde functie te kiezen. Indien het resultaat van de selectieprocedure waarvoor u zich heeft ingeschreven negatief zou zijn, dan kan er van zodra het resultaat van die selectie gekend is, alsnog met uw keuze rekening gehouden worden. De personeelsleden die al via heroriëntering in een andere functie zijn ingestapt, moeten uiteraard het keuzeformulier niet meer invullen, tenzij zij een nieuwe keuze willen maken.” Verzoeker maakt echter geen gebruik van de mogelijkheid van wedertewerkstelling met toepassing van het koninklijk besluit van 3 juli 2018. 3.7. Bij besluit van 17 december 2018 van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken wordt verzoeker door verandering van graad benoemd in de graad van technisch medewerker en met ingang van 1 januari 2019 tewerkgesteld bij de Algemene Directie Veiligheid, geïntegreerde centra voor noodoproepen – Vlaams Brabant. Dat is het bestreden besluit. Het is als volgt gemotiveerd: “Gelet op de Grondwet, artikel 107, tweede lid; Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, de artikelen 5 en 50; Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2002 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken; Gelet op het koninklijk besluit van 8 oktober 2017 tot bepaling van de vestiging van de eenheden van de Civiele Bescherming; Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de civiele bescherming, artikel 98; Overwegende dat de heer Jimmy Groeneweg houder is van de graad van operationeel medewerker, graad opgeheven vanaf l januari 2019 door het voornoemde koninklijk besluit van 29 juni 2018; Overwegende dat het derhalve noodzakelijk is om een verandering van graad door te voeren vanaf l januari 2019; Overwegende dat de heer Jimmy Groeneweg voldoet aan de vereiste voorwaarden.” 3.8. Met een brief van 20 december 2020 wordt het bestreden besluit meegedeeld aan verzoeker. Deze brief luidt als volgt: “Omdat u geen gevolg gegeven hebt aan de aangetekende brief die naar u gestuurd werd in het kader van de heroriëntering en die u verzocht om u kandidaat te stellen voor een van de vacatures binnen de FOD Binnenlandse IX-9494-6/13 Zaken, werd u ambtshalve een job toegewezen. U vindt in bijlage dan ook het besluit van de Voorzitster van het Directiecomité waarbij u ambtshalve gemuteerd wordt naar een andere functie vanaf l januari 2019. U wordt uitgenodigd om u te melden op 2 januari 2019 om 10u bij de Algemene Directie Civiele Veiligheid - Centrale diensten, bij [E. H.], adviseur-generaal, Leuvenseweg l te 1000 Brussel. Indien u op 2 januari 2019 in een langdurig verlofstelsel (b.v. loopbaanonderbreking) bent, hoeft u zich pas aan te melden na het einde van de verlofperiode. Hetzelfde geldt indien u een goedkeuring voor kort verlof (b.v. jaarlijks vakantieverlof) werd toegekend. Indien u reeds ter beschikking bent gesteld bent van een andere FOD, dan hoeft u zich evenmin aan te melden op 2 januari, maar blijft u verder ter beschikking gesteld van deze FOD, tot uw ambtshalve mobiliteit is geregeld. Verder wil ik benadrukken dat u, indien u dit aanvraagt, verder kunt genieten van psychosociale en/of loopbaanbegeleiding.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie 4.1. Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve op dat het voorliggende beroep niet ontvankelijk is wegens het gebrek aan het rechtens vereiste belang. Deze exceptie wordt in het auditoraatsverslag als volgt onderbouwd (voetnoten weggelaten): “4.1. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de RvS-wet, kan een beroep tot nietigverklaring worden ingediend „door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang‟. Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: de verzoeker dient door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden, en, de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling moet hem een direct en persoonlijk voordeel verschaffen. Evenwel is voor de eventuele nietigverklaring van een reglementair besluit niet vereist dat dit de verzoeker een onmiddellijk voordeel zou kunnen opleveren. De omstandigheid dat hij als gevolg van de vernietiging van het bestreden besluit een nieuwe kans zou krijgen die zijn situatie in meer gunstige zin wordt geregeld volstaat om diens belang bij zijn beroep tot nietigverklaring te verantwoorden. De ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring raakt de openbare orde en moet desnoods ambtshalve onderzocht worden. 4.2 De vraag rijst of de verzoeker enig voordeel uit de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan halen. Door de bestreden beslissing wordt de verzoeker bij de FOD Binnenlandse Zaken met ingang van 1 januari 2019 door verandering van graad benoemd in de graad van „technisch medewerker‟ (en wordt hij tewerkgesteld bij de Algemene Directie Civiele Veiligheid, geïntegreerde IX-9494-7/13 centra voor noodoproepen Vlaams-Brabant), waar hij voorheen benoemd was in de graad van „operationeel medewerker‟ bij de Civiele Bescherming bij de FOD Binnenlandse Zaken. De graad van „operationeel medewerker‟ bij de FOD Binnenlandse Zaken werd ingevoerd bij koninklijk besluit van 16 november 2006 houdende hervorming van de loopbaan van bepaalde personeelsleden die houder zijn van operationele graden van de FOD Binnenlandse Zaken („Artikel 1. In de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken wordt de volgende graad gecreëerd: operationeel medewerker‟). Bovenvermeld KB van 16 november 2006 wordt met ingang van 1 januari 2019 opgeheven bij artikel 98 van het KB van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming. Blijkens artikel 5 van dit KB omvat het basiskader „de graden van sappeur en korporaal‟. 4.3 Uit het voorgaande volgt vooreerst dat de verzoeker vanaf 1 januari 2019 niet langer in de graad van „operationeel medewerker‟ kon benoemd blijven vermits die graad vanaf die datum in feite en in rechte niet langer bestond. In zoverre de verzoeker zou beogen na 1 januari 2019 toch in de graad van „operationeel medewerker‟ benoemd te blijven, is dit afhankelijk van het KB van 29 juni 2018 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, besluit dat niet het voorwerp uitmaakt van huidig beroep, en besluit dat actueel voor wettig moet gehouden worden vermits het beroep tot nietigverklaring 226.182/VIII-10950 dat hangende is geen schorsende werking heeft. De vraag rijst dan ook welk voordeel de verzoeker uit zijn beroep tot nietigverklaring kan halen vermits de verwerende partij na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing zich nog steeds in de onmogelijkheid bevindt om te beslissen dat de verzoeker benoemd blijft in de graad van „operationeel medewerker‟ aangezien die graad niet meer bestaat. 4.4 Blijkens zijn uiteenzetting in het verzoekschrift situeert de verzoeker zijn belang evenwel ook buiten het aspect van de benoeming in de graad van „operationeel medewerker‟: hij beoogt een verdere tewerkstelling bij de Civiele Bescherming zonder aan de selectieproeven die ingevolge het bestreden besluit in zaak [A. 225.973/IX-9360] moeten doorstaan worden te moeten deelnemen. Blijkens de repliek in zijn memorie van wederantwoord beoogt hij de nadelige gevolgen van zijn benoeming in zijn nieuwe graad en tewerkstelling in zijn nieuwe functie ongedaan te maken. Vraag is of de nietigverklaring van de bestreden beslissing hem het beoogde voordeel kan opleveren en het aangevoerde nadeel kan doen verdwijnen. Ten aanzien van die vraag moet vooreerst vastgesteld worden dat de vernietiging van de bestreden beslissing niet tot gevolg kan hebben dat de voorwaarde van deelname aan en het slagen in de selectieproeven om bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te kunnen blijven vervalt, vermits die voorwaarde opgenomen is in het KB van 3 juli 2018 (bestreden besluit in zaak [A. 225.973/IX-9360]), dat niet het voorwerp uitmaakt van huidig beroep. Met betrekking tot het bestreden besluit in zaak [A. 225.973/IX-9360] werd hierboven voorgesteld het beroep tot nietigverklaring te verwerpen. Indien de Raad deze conclusie volgt moet het bestreden besluit in zaak [A. 225.973/IX-9360] definitief voor wettig gehouden worden. Verder moet in herinnering gebracht worden dat de verzoeker er bewust zelf voor geopteerd heeft niet deel te nemen aan de selectieproeven, zodat hij niet aan de voorwaarde voldoet om bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te blijven. Deze voorwaarde die voorgeschreven wordt door het KB van 3 juli 2018 is uitvoerbaar en moet voor wettig gehouden worden. Het beoogde voordeel – om zonder deelname aan en slagen in de selectieproeven bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te kunnen blijven – kan de verzoeker niet bekomen door de vernietiging van het bestreden besluit. In zoverre de verzoeker met zijn beroep beoogt de nadelige IX-9494-8/13 gevolgen verbonden aan zijn nieuwe graad en nieuwe functie ongedaan te maken, moet vastgesteld worden dat na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing de verwerende partij zich hoe dan ook geconfronteerd ziet met de onmogelijkheid om verzoeker terug bij de Civiele Bescherming tewerk te stellen vermits hij niet deelgenomen heeft aan de selectieproeven. Het valt in die omstandigheden niet in te zien hoe de verzoeker na de vernietiging van de bestreden beslissing de voordelen verbonden aan zijn vroegere tewerkstelling bij de Civiele Bescherming zou kunnen recupereren.” 4.2. In zijn laatste memorie stelt verzoeker in verband met de door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie het volgende: “7.1. Zoals reeds uitvoerig werd uiteen gezet in het beroep tot nietigverklaring en de memorie van wederantwoord en deze laatste memorie met betrekking tot zaak [A. 225.973/IX-9360] dient het KB van 3juli 2018 vernietigd te worden en als dit KB vernietigd wordt van 3 juli 2018 dan zal de voorwaarde van deelname aan en het slagen in selectieproeven om bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te kunnen blijven wel degelijk vervallen en heeft verzoeker er ook alle belang bij dat het bestreden besluit in zaak II vernietigd wordt daar hij dan terug naar de Civiele Bescherming wenst te gaan. Tevens dient opgemerkt te worden dat in een ander Franstalig dossier met betrekking tot het KB van 3 juli 2018 de auditeur wel voorstelt om dit KB van 3 juli 2018 te vernietigen zodat vernietiging van dat KB wel degelijk tot de mogelijkheden behoort. […] 8.1. In de hypothese dat het bestreden besluit in zaak [A. 225.973/IX-9360] niet vernietigd zou worden quod non, heeft verzoeker nog steeds belang om dit besluit vernietigd te zien. Zoals reeds uitgebreid aangehaald in het beroep tot nietigverklaring en de memorie van wederantwoord mist de bestreden beslissing juridische grondslag en een besluit dat geen deugdelijke juridische grondslag heeft, kan niet genomen worden en mag niet bestaan. Bijgevolg zal bij vernietiging van het bestreden besluit verzoeker in zijn oude situatie terecht komen, met name de opheffing van zijn graad van operationeel medewerker bij de Civiele Bescherming en zal de overheid moeten zoeken naar een juridische oplossing die wel een correcte juridische grondslag heeft daar er momenteel geen enkele correcte juridische grondslag aanwezig is voor het bestreden besluit. Verzoeker zal hiermee niet bekomen dat hij zijn vroegere tewerkstelling bij de Civiele Bescherming kan recupereren, maar wel dat men een nieuwe beslissing neemt met een correcte juridische grondslag daar deze momenteel niet bestaat. Mogelijk kan hij met een vernietiging ook bekomen dat hij in een andere graad elders tewerkgesteld wordt wanneer men een juridische grondslag gevonden heeft om zulke nieuwe beslissing te nemen. Verzoeker krijgt in ieder geval dan opnieuw de kans om nog in een andere graad in een andere betrekking benoemd te worden op voorwaarde dat men hiervoor een correcte juridische grondslag heeft. Verzoeker heeft dus wel degelijk belang bij een vernietiging van het bestreden besluit daar hij ook belang heeft bij een besluit dat op een correcte juridische grondslag gesteund is en het huidige bestreden besluit heeft deze correcte juridische grondslag niet. Een besluit zonder correcte juridische grondslag mag hoe dan ook niet bestaan en momenteel is zulke correcte juridische grondslag niet aanwezig zodat het bestreden besluit tout court niet genomen mocht worden. Daarom alleen al moet het bestreden besluit uit het rechtsverkeer verdwijnen en heeft verzoeker belang bij een vernietiging van dit besluit.” IX-9494-9/13 Beoordeling 5.1. In antwoord op de door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie, situeert verzoeker zijn belang in de eerste plaats in het feit dat hij een annulatieberoep heeft ingesteld tegen het koninklijk besluit van 3 juli 2018. Als dit koninklijk besluit wordt vernietigd dan zou volgens hem de voorwaarde van deelname aan en het slagen voor selectieproeven om bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te kunnen blijven, vervallen en heeft hij er alle belang bij dat het in deze procedure bestreden besluit vernietigd wordt “daar hij dan terug naar de Civiele Bescherming wenst te gaan”. Zoals hiervóór sub 3.3 uiteengezet, heeft de Raad van State naar aanleiding van verschillende beroepen die tegen het koninklijk besluit van 3 juli 2018 waren ingesteld, enkel artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 2018, waarin het aantal openstaande betrekkingen in de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming worden vastgesteld, vernietigd, alsook artikel 3, § 1, 1°, en § 2, 1°, van hetzelfde besluit, bevattende nadere regels inzake medische geschiktheid waaraan kandidaten dienen te voldoen in het kader van een kandidaatstelling voor de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming. De Raad heeft de beroepen voor het overige verworpen. De bepalingen die betrekking hebben op de selectieproeven (artikel 4) blijven dus van toepassing. Verzoeker heeft er bewust voor gekozen om niet deel te nemen aan de selectieproeven, zodat hij niet aan de voorwaarde voldoet om bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te blijven. Het beoogde voordeel – om zonder deelname aan en slagen voor de selectieproeven bij de Civiele Bescherming tewerkgesteld te kunnen blijven – kan verzoeker niet verkrijgen door de vernietiging van het bestreden besluit. Bovendien moet er ook op worden gewezen dat bij artikel 98 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 „tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming‟ met ingang van 1 januari 2019 de graad van operationeel IX-9494-10/13 medewerker is opgeheven en dat bij arrest nr. 248.192 van 31 augustus 2020 het annulatieberoep tegen het koninklijk besluit van 29 juni 2018 is verworpen. Zelfs in de hypothese dat de koning, ingevolge de vernietiging van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 2018, het aantal openstaande betrekkingen in de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming zou verhogen en hiervoor selectieproeven zou organiseren die ook openstaan voor gewezen medewerkers van de Civiele Bescherming, dient verzoeker nog steeds deel te nemen aan een selectieproef en zich batig te rangschikken. Verzoeker zal in voorkomend geval aan die mogelijke selectieproef kunnen deelnemen, niettegenstaande hij inmiddels benoemd is in de graad van technisch medewerker en zijn tewerkstelling bij de Algemene Directie Veiligheid, geïntegreerde centra voor noodoproepen – Vlaams Brabant. Verzoeker heeft dan ook wat het hiervóór door hem omschreven belang betreft, niet langer een actueel belang. 5.2.1. In zoverre het koninklijk besluit van 3 juli 2018 niet wordt vernietigd, is verzoeker van oordeel dat hij nog steeds over een voldoende belang beschikt. 5.2.2. In de mate dat verzoeker met zijn beroep beoogt de nadelige gevolgen verbonden aan zijn nieuwe graad en nieuwe functie ongedaan te maken, moet worden vastgesteld dat na een eventuele vernietiging van het bestreden besluit de verwerende partij verzoeker opnieuw in een ambt – mogelijk het ambt dat hij nu reeds bekleedt – zal moeten benoemen. Verzoeker heeft eertijds de mogelijkheid gekregen om weder tewerkgesteld te worden, naargelang de vacante functies, in de diensten van de FOD Binnenlandse Zaken, in andere federale overheidsdiensten of bij de federale politie. Verzoeker heeft van die mogelijkheid bewust geen gebruik gemaakt. Dat hij zich nu in een voor hem ongemakkelijke situatie bevindt, heeft hij louter zichzelf te verwijten. IX-9494-11/13 Het voordeel dat verzoeker beoogt moet in beginsel ook méér zijn dan de morele genoegdoening die hij put uit het horen onwettig verklaren van het bestreden besluit, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van zijn initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat beoogde voordeel is immers niet verbonden met het verdwijnen van het bestreden besluit uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van het door verzoeker aangevoerde middel. 7. Uit wat voorafgaat volgt dat de door het auditoraat ambtshalve opgeworpen exceptie in de besproken mate gegrond is. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9494-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht december tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9494-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.173 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div