← België

Arrest 249179 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.179 Rolnummer: A. 232357/X-17847 Zaak: Arrest 249179 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 09/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-11 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 249.179 van 9 december 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.179 van 9 december 2020 in de zaak A. 232.357/X-17.847 In zake : Petr CERVENY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Du Bois kantoor houdend te 1500 Halle Vandenpeereboomstraat 66 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nicolas Bonbled, Thomas Eyskens, Sebastiaan De Meue en Simon Claes kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 december 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “[a]rtikel 10 van het Ministerieel besluit van 1 november 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (publicatie Belgisch Staatsblad 1 november 2020) […] in het licht van het Ministerieel besluit van 28 november 2020 houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 november 2020”. X-17.847-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december 2020, om 13.30 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Inge van den Dorpel, die loco advocaat Kris Du Bois verschijnt voor verzoeker, en advocaat Simon Claes, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De COVID-19-pandemie heeft ertoe geleid dat de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken op 28 oktober 2020 het besluit „houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ (hierna: het ministerieel besluit van 28 oktober 2020) nam. Artikel 17 ervan luidt: X-17.847-2/7 “De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan. De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden: 1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen; 2° het respect van het maximum van 40 personen in eenzelfde ruimte, kinderen tot en met 12 jaar niet meegeteld; 3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers; 4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang.” Het artikel is door artikel 10 van het besluit van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 1 november 2020 „houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟ (hierna: het ministerieel besluit van 1 november 2020) vervangen geworden door: “De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging zijn verboden, met uitzondering van: - de erediensten en de niet-confessionele morele dienstverlening bedoeld in artikel 15, § 3 en 4; - de erediensten en de niet-confessionele morele dienstverlening die zijn opgenomen met de bedoeling ze via alle beschikbare kanalen te verspreiden en die alleen met maximaal 10 personen plaatsvinden, met inbegrip van de personen die voor die opname verantwoordelijk zijn, met het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, en voor zover de plaats van eredienst of niet-confessionele morele dienstverlening tijdens de opname voor het publiek gesloten blijft.” 3.
  5. Verzoeker heeft het verbod, van toepassing tot en met 13 december 2020, bestreden met een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (zaak A. 232.280/X-17.843). X-17.847-3/7 De vordering is verworpen geworden bij arrest nr. 249.083 van 27 november
  6. Met een besluit van 28 november 2020 (hierna: het ministerieel besluit van 28 november 2020) verlengt de minister van Binnenlandse Zaken de maatregelen in het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 – inbegrepen artikel 17 ervan, zoals vervangen door artikel 10 van het ministerieel besluit van 1 november 2020 – tot 15 januari
  7. Tevens voorziet het, vanwege “de lichte daling in de cijfers”, in versoepelingen, maar het verandert niets aan het verbod op collectieve uitoefening van de eredienst. IV. Ontvankelijkheid
  8. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de ontvankelijkheid dringen zich alleen op indien mocht blijken dat de grondvoorwaarden voor een schorsing vervuld zijn. Dit is, zoals hierna zal blijken, niet het geval. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
  9. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. X-17.847-4/7 VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
  10. Verzoeker, die “tot het katholieke geloof behoort”, argumenteert dat de gelovigen tijdens de eredienst het sacrament van de eucharistie ontvangen en dat het de kern vormt van de eredienst. Dit sacrament kan enkel ontvangen worden als de mis in levenden lijve wordt bijgewoond. Het is deel van de katholieke geloofsbeleving dat de eucharistie minstens eenmaal per week wordt toegediend, namelijk op zondag. De katholieke gelovige is ervan overtuigd dat hij zonder de eucharistie geen écht leven leidt. Dat de gelovige gemeenschap niet de eredienst kan bijwonen en niet de eucharistie kan ontvangen, maakt een ernstige beperking uit van de geloofsbeleving, met mogelijk gevolgen voor de mentale gezondheid. Het ministerieel besluit van 28 november 2020 verlengt het lijden van de katholieke gelovigen en maakt het onnodig erger dan noodzakelijk. De verlenging tot 15 januari 2021 impliceert dat ook de kerstvieringen en de vieringen tijdens de advent niet mogelijk zijn. Beoordeling
  11. Een zeer vergelijkbare uiteenzetting voerde verzoeker ook al eerder aan, ter staving van zijn vordering tot schorsing in de sub 3.2 vermelde zaak. De verwerende partij wierp hem toen onder meer tegen dat hij geen enkel concreet gegeven bijbrengt, maar zich beperkt tot een algemene uiteenzetting “die niet gebaseerd is op concrete elementen die eigen zijn aan de zaak”: zo verschaft hij bijvoorbeeld geen precieze informatie over de concrete wijze waarop hij zelf de eredienst belijdt en beleeft, en welke kerk(en) hij pleegt te bezoeken of van welke concrete parochie of gemeenschap hij deel uitmaakt. X-17.847-5/7 Verzoeker heeft er toen geen antwoord op gegeven. Dat doet hij ook niet in deze zaak, waarin de verwerende partij in de nota dezelfde kritiek herhaalt.
  12. Bovendien is er intussen door de Raad van State arrest nr. 249.177 van 8 december 2020 uitgesproken, waarin bij wijze van voorlopige maatregel aan de verwerende partij is opgelegd om ten laatste op 13 december 2020 artikel 17 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020, zoals gewijzigd, te vervangen door een regeling die de collectieve uitoefening van de eredienst niet onevenredig beperkt.
  13. In de gegeven omstandigheden kan de Raad van State er niet toe komen de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid vervuld te achten. Deze vaststelling verantwoordt de verwerping van de vordering. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. X-17.847-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.847-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.179 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.267 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.