← België

Arrest 249189 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.189 Rolnummer: A. 221584/IX-9018 Zaak: Arrest 249189 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-22 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 249.189 van 10 december 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 249.189 van 10 december 2020 in de zaak A. 221.584/IX-9018 In zake: Hilde BORTIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Enrico De Simone kantoor houdend te 2018 Antwerpen Oudekerkstraat 89 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 23 februari 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het bestuurscollege van de Universiteit Antwerpen van 6 december 2016 houdende de decretale evaluatie van Hilde Bortier. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord en een “aangepaste memorie van wederantwoord” ingediend. Auditeur Wendy Depester heeft een verslag opgesteld. IX-9018-1/12 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Enrico De Simone, die verschijnt voor de verzoeken- de partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoekster is hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde en Ge- zondheidswetenschappen en is als lid van het ZAP onderworpen aan een vijfjaar- lijkse evaluatie. Op 9 mei 2016 adviseert de facultaire evaluatiecommissie ZAP om verzoekster voor de periode 2011-2016 het evaluatieresultaat „onvoldoende‟ toe te kennen. Na verzoekster te hebben gehoord, handhaaft de evaluatiecommis- sie haar advies. Op 25 mei 2016 sluit de faculteitsraad zich erbij aan. IX-9018-2/12 Op 27 juni 2016 tekent verzoekster bij de centrale beoorde- lingscommissie beroep aan tegen de beslissing van de faculteitsraad. Zij wordt op 7 oktober 2016 door het beroepsorgaan gehoord. Daarop adviseert de centrale beoordelingscommissie om de aan verzoekster toe- gekende evaluatie te bekrachtigen. Op 21 december 2016 wordt aan verzoekster ter kennis ge- bracht dat het bestuurscollege “op 6 december 2016 beslist [heeft] het eindresul- taat „onvoldoende‟ toe te kennen aan uw decretale evaluatie en het verbetertraject dat door de [centrale beoordelingscommissie] werd voorgelegd aan te houden en een volgende evaluatie te gelasten in de loop van mei 2018”. De kennisgevingsbrief vermeldt nog dat die beslissing steunt op: “- het volledig schriftelijk dossier dat volgende stukken bevat: • verslagen van het doelgesprek op 12 februari 2013, 12 februari 2015 en 26 november 2015; • uittreksel uit de notulen van de FEC-GGW van 9 en 25 mei 2016; • uittreksel uit de notulen van de FR-GGW van 25 mei 2016; • betekening van de beslissing van de FR-GGW aan prof. Hilde Bortier op 16 juni 2016; • beroep van prof. Hilde Bortier van 27 juni 2016 tegen de beslissing van de faculteit GGW; • e-curriculum van prof. Hilde Bortier; • profielen ZAP; - de artikelen 40 en 41 van het ZAP-statuut van 28 juni 2011; - artikel V.46 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; - het verslag van de vergadering van de Centrale Beoordelingscommissie van 7 oktober 2016” en voorts steunt op de volgende motivering (voetnoten weggelaten): “Algemeen Het evaluatierooster waartegen de FEC-GGW en de FR-GGW de presta- ties en het functioneren van prof. Hilde Bortier hebben afgewogen, was door deze laatste gekend of kon minstens door haar gekend zijn. Het werd IX-9018-3/12 bij ieder doelgesprek aan haar bezorgd en via andere kanalen aan haar kenbaar gemaakt. Als lid van het zelfstandig academisch personeel heeft prof. Hilde Bortier de plicht zich naar de bepalingen van het ZAP-statuut en alle andere re- glementen, voorschriften en besluiten van de universiteit te gedragen. Deze plicht voor het ZAP houdt meteen de plicht in voor de universiteit om het statuut, de reglementen, voorschriften en besluiten kenbaar te ma- ken aan het ZAP. Als een ZAP-lid niet over deze en andere informatie kan beschikken door een computerprobleem, mag worden verwacht dat het hiervan op zelfstandige wijze melding maakt aan de bevoegde dienst, zo- dat stappen kunnen worden ondernomen om dit technisch probleem aan te pakken. Er vonden in de referteperiode drie doelgesprekken plaats conform de be- palingen van het ZAP-statuut. Het doelgesprek is een tweerichtingsge- sprek waarin individuele afspraken worden vastgelegd en opgevolgd, die zowel gerelateerd zijn aan het generieke ZAP-profiel als aan de specifieke opdracht en tijdsbesteding van het ZAP-lid. In het doelgesprek worden ook afspraken gemaakt over de tijdsverdeling tussen de kerntaken, alsook over het opnemen van opdrachten in leiderschap of organisatie. Het is een formele dialoog tussen twee partijen met als doel de groei en de ontwikke- ling van het ZAP-lid te stimuleren, de resultaten te bespreken en te opti- maliseren, de capaciteiten optimaal te benutten en de werkomstandighe- den te verbeteren. Naast de doelgesprekken vonden verschillende infor- mele gesprekken plaats die niet onderworpen zijn aan een periodiciteit of vormvoorschrift in het ZAP-statuut. De FR-GGW kon met andere woor- den op 25 mei 2016 een ernstige evaluatie van de prestaties van prof. Hil- de Bortier in de drie kerntaken maken. De tijdsverdeling in de doelge- sprekken in de referteperiode is steeds 30/30/30/10 gebleven. De opdeling 10/25/65 die prof. Hilde Bortier eenzijdig maakt in de hoorzitting op de FR-GGW van 25 mei 2016, wordt niet gedragen door de leiding van het faculteitsbestuur. Van prof. Hilde Bortier mag worden verwacht dat zij op eigen initiatief en proactief tot een door de faculteit gedragen oplossing probeert te komen indien privé- en medische redenen haar tijdelijk belemmeren om de op- drachten zoals in de doelgesprekken overeengekomen, naar behoren uit te voeren. Uit de doelgesprekken in de referteperiode kan niet worden op- gemaakt dat prof. Hilde Bortier aan de leiding van het faculteitsbestuur te kennen gaf minder goed te kunnen functioneren door een privé- en/of me- dische problematiek in die mate dat de tijdsverdeling tussen de drie kern- taken daaraan moest worden aangepast. Zowel de interne regelgeving van de universiteit als de federale en Vlaamse regelgeving ter zake voorzien in verschillende verlofstelsels waardoor ZAP-leden de zorg voor anderen of voor zichzelf kunnen opnemen. In de referteperiode is er geen medisch at- test dat de verminderde of gehele arbeidsongeschiktheid van prof. Hilde Bortier rechtvaardigt. Voor de kerntaak onderwijs De onderwijsbijdrage van prof. Bortier is zeer beperkt: deze was in de loop van 2013 al teruggevallen tot 4 studiepunten en sedert 2014 tot IX-9018-4/12 0 punten. Haar bijdrage aan het embryologie-onderwijs werd stopgezet als gevolg van een evaluatie van de CIKO waarbij het door haar gegeven on- derwijs (partim embryologie in opleidingsonderdeel celbiologie) als sterk onvoldoende werd beoordeeld. Bovendien heeft zij zich, in tegenstelling tot de in verschillende doelge- sprekken gemaakte afspraken, niet ingeschakeld in de masterthesissen. Haar huidige onderwijsbijdrage bestaat nog enkel uit het jaarlijks verbete- ren van ongeveer 100 practicumproeven, ter ondersteuning van prof. [X.] (service onderwijs anatomie FBD). Bijgevolg haalt zij geen enkel ZAP- criterium voor de kerntaak onderwijs. Voor de kerntaak onderzoek Het wetenschappelijk onderzoek dat betrekking had op fundamentele em- bryologie of ontwikkelingsbiologie en klinische anatomie van hart en bloedvaten, het ellebooggewricht en de heup, is al geruime tijd stilgeval- len. In 2011 was prof. Hilde Bortier nog promotor van een verdedigd docto- raatsproefschrift, maar het laatste wetenschappelijk A1-artikel werd gepu- bliceerd in 2012 en er zijn de laatste vijf jaar geen nieuw gestarte docto- raatsprojecten te noteren, noch verworven onderzoeksfondsen. Ook voor de kerntaak onderzoek worden de ZAP-criteria dan ook niet gehaald. Hoewel de H-index in de referteperiode steeg van 11 naar 16, heeft prof. Hilde Bortier sinds 1998 geen lezingen meer gegeven. Voor de kerntaak dienstverlening De dienstverlening van prof. Hilde Bortier is vrij beperkt: betrokkene is sedert 2004 lid van het comité Preventie, Bescherming, Welzijn (PBW). Dit vormt naar eigen zeggen de hoofdmoot van haar activiteiten. Zij is lid van de American Association of Anatomists (AAA), de American Society for Cell Biology (ASCB) en de EMBO* de Belgische Vereniging voor Celbiologie en ten slotte de Belgische Vereniging voor Microscopie. Bo- vendien dient te worden opgemerkt dat prof. Bortier geen leidinggevende of coördinerende activiteiten uitoefent.” Op 28 augustus 2018 wordt verzoekster op eigen verzoek eer- vol ontslag verleend wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en wordt haar het dragen van de eretitel toegestaan. Op 16 oktober 2018 wordt verzoekster aangesteld als gastpro- fessor (5%). IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  6. Volgens het auditoraatsverslag “dient uit het dossier te worden afgeleid dat de „aangepaste memorie van wederantwoord‟ […] in de plaats is ge- IX-9018-5/12 komen van de „memorie van antwoord‟” en moet “enkel rekening gehouden wor- den met de aangepaste memorie van wederantwoord”. De Raad van State valt die in laatste memories niet tegenge- sproken analyse bij. V. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  7. De verwerende partij betwist het actueel belang van verzoek- ster, omdat zij ondertussen op eigen verzoek vervroegd op pensioen is gesteld. Voor zover er een gehandhaafd moreel belang zou worden aangevoerd, is de verwerende partij van oordeel dat morele genoegdoening werd verkregen middels de aanstelling van verzoekster als gastprofessor.
  8. Verzoekster antwoordt dat zij hoe dan ook een moreel belang behoudt bij de nagestreefde nietigverklaring: “de „onvoldoende‟ evaluatie door verweerster schaadt haar nog altijd pro- fessioneel (zij is nog gastprofessor) en heeft een smet geworpen op haar academische loopbaan. Er is dus schade, zij het met name morele schade, die direct voortvloeit uit de bestreden beslissing. En deze schade wordt niet hersteld door de kleine aanstelling als gastprofessor.” Voor de beoordeling van haar actueel belang zouden voorts het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en het feit dat zij haar rustpensioen ook effectief heeft aangevraagd en verkregen geen invloed mogen hebben. Ver- zoekster verwijst in dat verband naar de prejudiciële procedure bij het Grondwet- telijk Hof die ondertussen is afgesloten met arrest nr. 105/2020 van 9 juli
  9. Ook wijst zij erop “dat het tijdsverloop (bijna drie jaar sedert de bestreden beslissing) niet in het voordeel werkt van [verzoekster]”. In dit verband IX-9018-6/12 wordt verwezen naar het arrest Vermeulen van het Europees Hof voor de rechten van de mens van 17 juli
  10. Ten slotte merkt zij op, “[v]oor zover als nodig”, dat zij “over- weegt een vordering tot de toekenning van een schadevergoeding tot herstel in te stellen”. Beoordeling
  11. Het belang, waarvan een verzoekende partij blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het instellen van het annulatieberoep en de verzoekende partij moet dat belang behouden tot aan de uitspraak. De aard van het belang kan weliswaar evolueren, maar een verzoekende partij moet minstens aannemelijk maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, di- rect en persoonlijk voordeel oplevert.
  12. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang on- der meer rechtstreeks zijn en de verzoekende partij een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, name- lijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoekende partij dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding – door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen – te faciliteren. Het voordeel moet in beginsel ook méér zijn dan de morele genoegdoening die een verzoekende partij put uit het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing, inzonderheid om derden aldus te overtuigen van haar initieel gelijk. Een dergelijk belang heeft een karakter dat niet valt binnen de IX-9018-7/12 grenzen van het belang zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State; dat beoogde voordeel is immers niet ver- bonden met het verdwijnen van de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer maar enkel met het horen gegrond verklaren erga omnes van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen.
  13. Er is voor een verzoekende partij geen stelplicht om haar be- lang bij het beroep te omschrijven of toe te lichten. Wel ligt het op de weg van een verzoekende partij, wanneer er twijfel rijst omtrent haar actueel belang en zeker wanneer daarover een onderbouwde exceptie wordt opgeworpen, om aan de Raad van State alle nuttige gegevens ter beoordeling voor te leggen, die kun- nen aantonen dat zij in de concrete omstandigheden van de zaak nog steeds een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring behoudt. Met wat een verzoekende partij desgevraagd dan voor de Raad doet gelden, schetst zij zelf de contouren waarom het haar (nog) te doen is en de Raad moet met die door de verzoekende partij vastgelegde grenzen van het ge- rechtelijk debat rekening houden.
  14. Een evaluatie onderscheidt zich, wat het aangebrachte morele leed betreft, van een tuchtbeoordeling. Een tuchtsanctie beoogt een ambtenaar wegens deontologisch laakbaar gedrag te bestraffen en werpt een zodanige smet op de getuchtigde dat hij er in elk geval een gekwalificeerd moreel belang bij heeft om haar middels een annulatieberoep ongedaan te zien maken. Aangenomen wordt dat een derge- lijk odium niet wordt tegengesproken of ongedaan gemaakt door het enkele feit dat de betrokkene ondertussen uit dienst getreden zou zijn. Een evaluatie is een instrument in het kader van een doeltref- fend personeelsbeheer dat tot doel heeft het bestuur in te lichten over de waarde, de geschiktheid, de prestaties en de verdiensten van een personeelslid gedurende IX-9018-8/12 een welbepaalde, afgelopen periode, waarbij het personeelslid ofwel voor zijn inzet wordt gewaardeerd ofwel wordt aangespoord zijn prestaties te verbeteren. Een evaluatie is geen tuchtmaatregel of anderszins gericht op enige bestraffing van tekortkomingen in zijn functioneren maar beoogt, door een waardering uit te drukken van het bestuur over de wijze van dienen van zijn per- soneelslid, aanmoedigend of aanmanend te werken voor de betrokken persoon opdat deze optimaal in zijn functie zou renderen.
  15. Gewis kan dan de vraag rijzen of het morele nadeel dat ver- zoekster ondervindt van een negatieve evaluatie nog een voldoende rechtstreeks verband vertoont met de finaliteit van de gevorderde nietigverklaring, wanneer zij niet langer bij haar werkgever is tewerkgesteld en bijgevolg voor de toekomst uiteraard geen voor- of nadelen meer kan ondervinden in haar loopbaan ingevol- ge de toegekende evaluatie.
  16. Dat verzoekster ondertussen op pensioen is gesteld, betekent weliswaar niet dat zij haar belang noodzakelijk en automatisch verliest, maar het stelt verzoekster evenmin ervan vrij om nog haar actueel belang te moeten aanto- nen wanneer het op aannemelijke gronden door de verwerende partij wordt be- twist.
  17. Hierin slaagt zij niet. Verzoekster beweert niet dat zij tijdens haar loopbaan concrete nadelen van de thans bestreden evaluatie heeft ondervonden die minstens als mo- reel krenkend kunnen worden ervaren. Hoe zij als gastprofessor nog leed zou ondervinden van de eva- luatie toont zij niet aan; zoals de verwerende partij terecht opmerkt is die aanstel- ling – evenals het eervol ontslag en de toekenning van de eretitel van haar ambt – IX-9018-9/12 vanwege de verwerende partij veeleer een teken van appreciatie dan van afkeu- ring. Evenmin beweert verzoekster dat hetgeen in de beschrijving van haar presteren in de bestreden beslissing aan bod komt een dermate grievend karakter vertoont dat zij geacht kan worden er nog een gekwalificeerd moreel belang aan te ontlenen. De Raad kan dit evenmin spontaan ontwaren in de hier- vóór aangehaalde motivering. Andere bijzondere redenen brengt verzoekster niet ter sprake. Het belang waarop verzoekster steunt blijkt aldus niet méér te zijn dan het belang bij het horen gegrond verklaren van een middel, hetgeen on- voldoende rechtstreeks is om het belang bij de gevorderde nietigverklaring te dienen.
  18. Ook de opmerking van verzoekster over het “tijdsverloop” doet niet anders besluiten. Zoals het arrest Vermeulen van het Europees Hof voor de rech- ten van de mens van 17 juli 2018 in herinnering brengt, moet de Raad van State inzake de voorwaarden van ontvankelijkheid van het beroep in het bijzonder re- kening houden met de eventuele invloed van de duur van de annulatieprocedure op het verlies van het belang van een verzoekende partij. Welnu, ook al valt de totale duur van het procesverloop te be- treuren, ze heeft geen weerslag op het verlies van het belang dat ingevolge de pensionering van verzoekster reeds op 28 augustus 2018 is gerealiseerd. Verzoekster wijst er dan ook vergeefs op dat haar enkel inge- volge de duur van de annulatieprocedure een verlies van belang ten laste gelegd zou kunnen worden. IX-9018-10/12
  19. De vraag of de Raad van State zich minstens over de middelen moet uitspreken met het oog op de toekenning van een schadevergoeding tot her- stel behoeft geen antwoord, om de eenvoudige reden dat verzoekster die vorde- ring wel heeft aangekondigd maar vóór de sluiting van het debat niet heeft inge- diend. Heeft een verzoekende partij die niet meer van een belang bij de nietigverklaring doet blijken geen vordering tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel ingesteld in de loop van de annulatieprocedure, dan zal zij van de Raad van State geen beoordeling van haar middelen mogen ver- wachten, louter met het oog op het faciliteren van de eventuele toekenning van een schadevergoeding (RvS, alg. verg., nr. 244.015 van 22 maart 2019).
  20. Verzoekster doet niet langer blijken van het rechtens vereiste belang. De exceptie is gegrond. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsple- gingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-9018-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9018-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.189 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.