← België

Arrest 249190 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.190 Rolnummer: A. 225338/IX-9309 Zaak: Arrest 249190 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 10/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-22 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 249.190 van 10 december 2020 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 249.190 van 10 december 2020 in de zaak A. 225.338/IX-9309 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Stappers kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vlaamsekaai 54-57 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 mei 2018, strekt tot de nietigverkla- ring van: “de beslissing van de selectiecommissie inzake de ZAP TTZAPBOF va- cature uitgeschreven op beslissing van het bestuurscollege van de Univer- siteit Antwerpen, op voorstel van de faculteit Sociale Wetenschappen, [XXXX] niet in aanmerking te nemen voor een selectiege-sprek.” IX-9309-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 243.846 van 28 februari 2019 is het debat hero- pend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 november
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jim Deridder, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven, behalve wat het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. IX-9309-2/8 III. Feiten
  5. Op 23 januari 2018 beslist het bestuurscollege van de Universi- teit Antwerpen een vacature voor een voltijds onderzoeksprofessor in het domein Governance of learning in an era of globalisation uit te schrijven. Het vacature- bericht vermeldt onder meer dat de interviews met de door de selectiecommissie gepreselecteerde kandidaten zullen plaatsvinden op 22 mei
  6. Op 23 maart 2018 dient verzoekster haar kandidatuur in. Nog acht andere kandidaten solliciteren naar het te begeven ambt, onder wie N.C. Op 9 mei 2018 beslist de selectiecommissie dat de kandidatu- ren ontvankelijk zijn en om vijf kandidaten, onder wie verzoekster, niet in de preselectie op te nemen. Dat is, voor zover ze verzoekster betreft, de bestreden beslis- sing. Na vergelijking van de vier kandidaten die in de preselectie zijn opgenomen, wordt N.C. door de commissie voorgedragen. Op 22 mei 2018 vraagt verzoekster aan de verwerende partij wanneer het interview zal plaatsvinden. In antwoord hierop ontvangt verzoekster op 24 mei 2018 het volgende e-mailbericht van de verwerende partij: “U kandideerde voor de positie van voltijds TTZAPBOF in het domein van ‘Governance of learning in an era of globalisation’. Wij vinden het belangrijk om u alvast op de hoogte te brengen van de huidige stand van zaken. Dit bericht is louter informatief en onder voor- behoud van goedkeuring door de betrokken organen: de procedure is im- mers nog niet afgerond. De laatste stap in het selectieproces is de behan- deling van het advies door de Faculteitsraad, de Onderzoeksraad en het Bestuurscollege. De selectiecommissie heeft besloten om u niet in aanmerking te nemen voor een selectiegesprek.” IX-9309-3/8 Op 27 juni 2018 beslist de faculteitsraad om N.C. voor de aan- stelling voor te dragen. Op 28 juni 2018 beslist de onderzoeksraad om N.C. aan het bestuurscollege voor te dragen. Op 28 augustus 2018 beslist het bestuurscollege om N.C. aan te stellen als voltijds docent in het tenure track stelsel bij het departement Oplei- dings- en Onderwijswetenschappen van de faculteit Sociale Wetenschappen met een opdracht van onderwijs, onderzoek en dienstverlening in het domein Gover- nance of learning in an era of globalisation voor een periode van vijf jaar met ingang van 1 oktober
  7. Op 11 december 2018 wordt die beslissing door het bestuurs- college ingetrokken en op dezelfde datum neemt het bestuurscollege een nieuwe beslissing waarbij N.C. opnieuw wordt aangesteld. Van laatstgenoemde beslis- sing vordert verzoekster de nietigverklaring in de procedure gekend onder rol- nummer A. 227.356/IX-9502, waarin de Raad heden ook uitspraak doet. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  8. De verwerende partij werpt op dat het beroep onontvankelijk is, omdat de bestreden beslissing geen eindbeslissing is. Zij verwijst naar de artike- len 14 en 16 van het ZAP-reglement. De adviescommissie is enkel met een be- slissingsbevoegdheid bekleed voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van de kandidaturen. De kandidatuur van verzoekster is niet onontvankelijk ver- klaard, zodat zij door de bestreden beslissing niet in haar rechtspositie wordt ge- raakt. Voor de beslissing om kandidaten voor een gesprek uit te nodigen en de inhoudelijke beoordeling van de titels en verdiensten van die kandidaten die voor een gesprek werden uitgenodigd, treft de adviescommissie slechts voorbereiden- IX-9309-4/8 de handelingen bij wege van een advies. Enkel het bestuurscollege is bevoegd om, na ontvangst van alle adviezen, te beslissen welke kandidaten op basis van een vergelijking tussen het vacaturebericht en hun sollicitatie niet voor een ge- sprek worden uitgenodigd, of in voorkomend geval initieel niet uitgenodigde kandidaten alsnog te laten oproepen en na vergelijking van de titels en verdien- sten van de geselecteerde kandidaten te beslissen over de aanstelling. In zijn be- slissing van 11 december 2018 heeft het bestuurscollege zich ook effectief uitge- sproken over de kandidatuur van verzoekster en op gemotiveerde wijze uiteenge- zet waarom zij niet in de selectie voor een gesprek is opgenomen. Dat is derhalve de beslissing waarbij op bindende wijze over verzoeksters kandidatuur uitspraak is gedaan.
  9. Verzoekster antwoordt dat de verwerende partij op haar vraag naar de stand van de selectieprocedure zeer onduidelijk heeft geantwoord, zodat zij niet kon weten of zij niet in aanmerking kwam omdat haar kandidatuur onont- vankelijk was of om een andere reden.
  10. Verzoekster herhaalt in haar laatste memorie dat het haar niet kwalijk genomen kan worden dat zij de e-mail van 24 mei 2018 als een eindbe- sluit heeft aangezien omwille van de schimmigheid van dit antwoord. Beoordeling
  11. Verzoekster betwist terecht niet dat de selectiecommissie enkel een adviesbevoegdheid heeft. Het grieft verzoekster dat zij niet is uitgenodigd voor een selec- tiegesprek. Minstens in die mate is de beslissing van de selectiecommissie slechts een niet-aanvechtbare voorbereidende rechtshandeling. Zelfs al zou de communicatie over die beslissing verwarrend zijn geweest, kan dit niets veranderen aan de aard en draagwijdte van de beslis- IX-9309-5/8 sing zelf en doet zulks niet anders besluiten. Bovendien kan verzoekster in deze kritiek niet worden bijgevallen. De hiervóór geciteerde e-mail is geenszins ver- warrend: het bericht preciseert dat de procedure nog niet is afgerond, dat het gaat om een “advies” dat nog zijn tocht moet lopen langs de faculteitsraad, de onder- zoeksraad en het bestuurscollege en dat de mededeling gebeurt “onder voorbe- houd van goedkeuring door de betrokken organen”. Voorts werd aan verzoekster meegedeeld dat de selectiecommissie heeft besloten om haar niet in aanmerking te nemen voor een selectiegesprek. Over een onontvankelijk verklaren van haar dossier is geen sprake en het weren voor het gesprek impliceert dat het dossier ten minste ontvankelijk is. Verzoekster werd dus niet in de waan gebracht dat over haar lot een eindbeslissing of minstens een aanvechtbare vóórbeslissing voorlag.
  12. De exceptie is gegrond. V. Kosten Standpunt van de partijen
  13. De verwerende partij merkt omtrent de kosten op wat volgt: “Verzoekster is sinds 1998 jarenlang een personeelslid van de Universiteit Antwerpen geweest. Zoals blijkt uit haar sollicitatieformulier, was zij in de periode van 1 oktober 2012 tot 30 november 2015 – dus meer dan drie jaar – bovendien aangesteld onder het ZAP-statuut. Verzoekster kan met andere woorden niet voorhouden onwetend te zijn geweest omtrent de selectieprocedure zoals zij in het ZAP-statuut is be- paald. Evenmin is verzoekster verschalkt omtrent de hoedanigheid van de hier bestreden beslissing. Zoals zij immers in haar verzoekschrift zelf erkent, is haar met de kennisgeving van het advies van de adviescommissie uit- drukkelijk meegedeeld dat de procedure daarmee nog niet is afgerond. Zo verzoekster niettegenstaande haar jarenlange ervaring met het ZAP- statuut nog gerede twijfels gehad zou kunnen hebben omtrent de organisa- tie van de selectieprocedure, dan had het op haar weg gelegen om daar- omtrent een vraag te stellen. Het vacaturebericht vermeldt overigens uit- drukkelijk dat voor vragen contact met de universiteit kan worden opge- nomen. Dat heeft verzoekster evenwel niet gedaan; zij heeft ervoor gekozen om onmiddellijk een beroep bij de Raad van State in te stellen. IX-9309-6/8 Deze vaststellingen wettigen dat de rechtsplegingsvergoeding, zoals zij door verwerende partij wordt gevorderd, ten laste van verzoekster wordt gelegd.”
  14. Verzoekster meent dat de kosten ten laste gelegd moeten wor- den van de verwerende partij, “gezien net de verwerende partij door haar onbe- hoorlijke beantwoording de illusie heeft gewekt dat het een eindbesluit was, waar de verwerende partij niet heeft aangegeven dat verzoeksters kandidatuur ontvan- kelijk was”. Beoordeling
  15. Zoals hiervóór reeds is opgemerkt, valt de Raad van State ver- zoekster niet bij in haar analyse van de e-mail van 24 mei
  16. Er is geen reden om de verwerende partij, die beschouwd moet worden als de in het gelijk gestelde partij, te veroordelen tot de betaling van de kosten noch om, zoals verzoekster vraagt in ondergeschikte orde, het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding te herleiden. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  19. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9309-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien december tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9309-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.190 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.846 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.