← België

Arrest 249208 - Varia (openbaar ambt) - 11/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.208 Rolnummer: A. 232407/IX-9806 Zaak: Arrest 249208 - Varia (openbaar ambt) - 11/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-15 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-06-20 01:53 Fiche Arrest nr 249.208 van 11 december 2020 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 249.208 van 11 december 2020 in de zaak A. 232.407/IX-9806 In zake: Hannelore BEERLANDT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Maartje Jongbloet kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 7 december 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van Selor, elektronisch meegedeeld op 25 november 2020, tot niet-toelating van […] Hannelore Beerlandt aan de selectieprocedure (ANG20715 resp. AFG20715) van de Directeur generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9806-1/12 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december 2020, om 10.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens en advocaat Maartje Jongbloet, die verschijnen voor de verzoekende partij en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Frederick Ongena, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 14 januari 2020, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. In het Belgisch Staatsblad van 26 augustus 2020 wordt door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning een Nederlandstalig bericht bekendgemaakt betreffende „Selectie van de Directeur generaal Ontwikkelings- samenwerking en Humanitaire Hulp (m/v/

  1. x)voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking – Selectienummer: ANG20715”. Ernaast wordt ook een overeenkomstig Franstalig bericht be- kendgemaakt. Het vermeldt als selectienummer: “AFG20715”. Beide berichten vermelden dat kan worden gesolliciteerd via de website van het Selectiebureau van de Federale Overheid (Selor), waar ook de functiebeschrijving kan worden verkregen. IX-9806-2/12 3.2. De functiebeschrijving van de toe te wijzen functie op de website van Selor vermeldt de volgende deelnemingsvoorwaarden: “Op de uiterste inschrijvingsdatum moet je  houder zijn van een basisdiploma van de 2e cyclus (vb. licentiaat/master) van universitair onderwijs of van hoger onderwijs van het academisch niveau (op te laden in je Mijn Selor-account) of titularis zijn van een functie van niveau A (benoemingsbesluit op te laden in je Mijn Se- lor-account).  en over een managementervaring van minstens 6 jaar beschikken of mi- nimaal 10 jaar nuttige professionele ervaring hebben (aan te tonen in de specifieke rubrieken in je Mijn Selor-account) o Onder managementervaring wordt verstaan een ervaring inzake beheer in een overheidsdienst of een organisatie uit de privésector. o Onder nuttige professionele ervaring wordt verstaan een ervaring op nationaal en internationaal niveau in één of meerdere functionele do- meinen opgesomd in de permanente resultaatgebieden, waaronder ten minste het gouvernementele, Europese of multilaterale domein.” De voorwaarden inzake “gelijkschakeling en taal diploma” worden nader toegelicht. De selectieprocedure verloopt als volgt: - tijdens de voorselectie gaat Selor na of de kandidaten voldoen aan de deelne- mingsvoorwaarden; - de kandidaten die toelaatbaar zijn verklaard, leggen een computergestuurde as- sessmentproef af die de generieke managementcompetenties meet; - kandidaten die geslaagd zijn voor de assessmentproef, kunnen deelnemen aan een mondelinge proef die, uitgaande van een praktijkgeval, de specifieke competenties en managementvaardigheden vereist voor de uitoefening van de functie evalueert; - na de mondelinge proef en de vergelijking van hun diploma‟s en verdiensten worden de kandidaten gemotiveerd ingedeeld in de volgende groepen: hetzij groep A „zeer geschikt‟, hetzij groep B „geschikt‟, hetzij groep C „minder ge- schikt‟, hetzij groep D „niet geschikt‟; - in groep A en groep B worden de kandidaten gerangschikt; IX-9806-3/12 - met de kandidaten uit groep A wordt een aanvullend onderhoud georganiseerd en bij uitputting van groep A wordt een aanvullend onderhoud georganiseerd met de kandidaten uit groep B. De functiebeschrijving voor de Franstalige selectie AFG20715 vermeldt voorts in verband met de sollicitatie (vrij vertaald): “Solliciteren kan tot en met 15/10/2020, uiterste inschrijvingsdatum. 1. Als je nog geen „Mijn Selor‟-account hebt, creëer er dan één en vul je online-cv in. Vergeet vooral niet het vereiste diploma en/of benoe- mingsbesluit op te laden (zie rubriek „Profiel‟ / „Deelnemingsvoor- waarden‟ van de vacature). 2. Je solliciteert online via „Mijn Selor‟-account en je vult de specifiek voor de managementfunctie voorziene rubrieken in en dit uitsluitend in de taal van de selectieprocedure (in dit geval in het Frans). 3. Wanneer je de specifiek voor deze managementfunctie voorziene ru- brieken ingevuld hebt en op de knop „Opslaan‟ geklikt hebt, vergeet dan niet je kandidatuur te valideren door op de knop „Mijn kandidatuur va- lideren‟ (bovenaan op uw scherm) te klikken. Opgelet! Deze knop ver- schijnt enkel wanneer je voldoende ervaringsjaren ten aanzien van de deelnemingsvoorwaarden hebt vermeld. Je kan de informatie in je online-cv en in de specifieke rubrieken tot aan de uiterste inschrijvingsdatum aanpassen. In dit geval, vergeet echter niet om je kandidatuur op te slaan na elke aanpassing in je „Mijn Selor‟-account. Selor gaat na of de kandidaten voldoen aan de algemene en de specifieke deelnemingsvoorwaarden, enkel  op basis van het in jouw „Mijn Selor‟-account opgeladen diploma en/of benoemingsbesluit  op basis van de door jou ingevulde specifieke rubrieken eigen aan deze management functie (vereiste ervaring), in jouw „Mijn Se- lor‟-account. Selor houdt enkel rekening met deze informatie zoals die verschijnt in jouw „Mijn Selor‟-account op de slotdatum van de oproep tot kandidatuurstelling. Andere informatie vind je op de site van Selor. […] Je kan niet solliciteren via fax, e-mail of elk ander communicatiemiddel. Bij het niet respecteren van de procedure, zal je kandidatuur niet in aan- merking worden genomen. […].” 3.3. Verzoekster stelt thans ceo van AgriCord te zijn, “een alliantie van 13 agri-agentschappen uit 11 landen van verschillende continenten die ge- mandateerd zijn door boerenorganisaties om hun collega boerenorganisaties in IX-9806-4/12 lage-inkomenslanden te ondersteunen”. Zij voegt er nog aan toe “voorzitter [te zijn] van de Raad van Bestuur van Enabel, lid van de Internationale Adviesraad van het Instituut voor ontwikkelingsbeleid van de Universiteit Antwerpen en Lid van de Raad van Bestuur en aandeelhouder van Kampani, een sociale impact in- vesteerder voor coöperatieven in voedselketens in lage- en middeninkomenslan- den”. Op 11 oktober 2020 schrijft zij zich in voor de Franstalige se- lectie van een directeur-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp bij de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking door op de website van Selor onder selectienummer AFG20715 haar cv op te laden en de vereiste rubrieken in te vullen. Zij doet dit in de Nederlandse taal. 3.4. Op 25 november 2020 ontvangt verzoekster vanwege Selor een e-mail waarbij een Franstalig stuk is gevoegd dat haar de volgende beslissing meedeelt (vrij vertaald): “Het selectiereglement bepaalt onder de rubriek „solliciteren‟: […] 2. Je solliciteert online via je „Mijn Selor‟-account en je vult de specifiek voor deze managementfunctie voorziene rubrieken in en dit uitsluitend in de taal van de selectieprocedure (in dit geval in het Frans). […] Je kan niet solliciteren via fax, e-mail of elk ander communicatiemiddel. Bij het niet respecteren van de procedure, zal je kandidatuur niet in aan- merking worden genomen. Gelet op het feit dat u de specifieke rubrieken in het Nederlands heeft in- gevuld voor een Franstalige selectieprocedure (AFG20715), wat in strijd is met punt 2 zoals hierboven aangehaald, kan uw kandidatuur niet in over- weging worden genomen voor de betrokken procedure.” Dit is de bestreden beslissing. IX-9806-5/12 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid 5. Ter staving van de uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering stelt verzoekster vooreerst dat zij bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed en diligentie heeft gehandeld. Zij wijst erop dat zij op 25 no- vember 2020 kennis heeft genomen van de bestreden beslissing, dat zij op 25 en 27 november 2020 bij de verwerende partij heeft geïnformeerd, dat zij op 3 de- cember 2020 de federale ombudsman heeft gecontacteerd, dat zij diezelfde dag het administratief dossier bij de verwerende partij heeft opgevraagd en dat dit dossier haar op 7 december 2020 is bezorgd. Gelet op dit tijdsverloop en het feit dat het administratief dossier haar pas op 7 december 2020 is bezorgd, moet volgens haar worden aanvaard dat zij haar vordering tijdig heeft ingesteld. Voorts betoogt verzoekster dat een gewone schorsingsvordering te laat zou komen, omdat een uitspraak daarover “manifest” zou vallen na 13 de- cember 2020, de uiterste datum om in te schrijven voor de eerste assessmentproef van de selectieprocedure. Indien de bestreden beslissing niet vóór die datum wordt geschorst, aldus verzoekster, dan zou zij zich ten onrechte niet kunnen inschrijven voor die proef en vervolgens deelnemen aan de selectieprocedure. Zij zou daardoor IX-9806-6/12 “iedere mogelijkheid om in de betrokken functie te worden aangesteld, [verlie- zen]”. Bovendien, zo vervolgt verzoekster, kan zij het resultaat van de procedure ten gronde niet afwachten “op gevaar zich in een toestand te bevinden waarin schadelijke gevolgen van de bestreden beslissing niet meer door een ver- nietigingsarrest of in het kader van het rechtsherstel na een dergelijk arrest kunnen worden goedgemaakt”. Het is voor haar immers van groot belang “nu en op dit ogenblik, minstens ten laatste op 13 december 2020 zich te kunnen inschrijven voor de assessmentproef in de betrokken selectieprocedure”. Verzoekster zet voorts uiteen dat zij “een bijzondere waarde [hecht] aan de functie waarvoor zij zich kandidaat gesteld heeft”. Zij stelt “[i]n de eerste plaats” dat de betrokken functie “specifiek voor [haar] uiterst uniek” is. Zij merkt op dat zij sinds haar hogere studies “steeds gedreven [is] door ontwikke- lingssamenwerking”. Haar diploma‟s van bio-ingenieur en master in de economie gaven haar de kans om zich op professioneel vlak nader in ontwikkelingssamen- werking te verdiepen. Sinds 1992 is zij, “zowel inhoudelijk als wat betreft het managen van internationale teams”, actief in ontwikkelingssamenwerking. Zij geeft daarvan “enkele voorbeelden”. Volgens verzoekster brengt de toe te wijzen functie “bij uitstek alle aspecten van management en ontwikkelingssamenwerking samen waarbinnen [zij] de nodige ervaring heeft opgedaan, en kadert [ze] binnen een bijzondere professionele omgeving, waardoor deze functie uniek is in België”. Verzoekster licht toe dat de functie haar “de ultieme gelegenheid [biedt] haar competenties ten volle te benutten”. Zij stelt “dan ook de uitgelezen kandidaat [te] zijn om te worden aangesteld in de betrokken functie”. Het missen van de erva- ringen die zij zou opdoen in “de unieke functie waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld”, zou niet kunnen worden weggewist door een vernietigingsarrest. Verzoekster doet tevens gelden dat haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid de enige is die zij kan aanwenden om te vermijden dat een andere kandidaat in de functie wordt benoemd en daarin erva- IX-9806-7/12 ring kan opdoen. Een kandidaat die de betrokken functie heeft uitgeoefend, zou in “een eventuele selectieprocedure na rechtsherstel” in ieder geval een voorsprong hebben op andere kandidaten bij zowel de computergestuurde assessmentproef, de mondelinge ondervraging als het aanvullend onderhoud, waarbij telkens wordt uitgegaan van praktijkgevallen die betrekking hebben op de te meten competenties of de te begeven managementfunctie. Verzoekster zou dan, indien haar rechtsher- stel wordt geboden en zij opnieuw kan deelnemen aan de betrokken selectiepro- cedure, niet over dezelfde kansen beschikken als nu om te worden aangesteld, aangezien de ervaring van de in de huidige selectieprocedure benoemde kandidaat dan ongetwijfeld in haar nadeel zal spelen. Volgens verzoekster “klemt de uiterst dringende noodzakelijk- heid des te meer” omdat de functie in het beste geval om de zes jaar openvalt en het veeleer aannemelijk is dat “de benoemde kandidaat wordt verlengd”. Daarbij moet haar leeftijd van 51 jaar in overweging worden genomen: indien zij omwille van de bestreden beslissing ten onrechte niet zou kunnen deelnemen aan de huidige se- lectieprocedure, dan zou zij ten vroegste opnieuw kunnen deelnemen wanneer zij 57 jaar oud is. Er rekening mee houdend dat de kans groot is dat het mandaat van de kandidaat die in de huidige selectieprocedure zal worden aangesteld, dan zal worden hernieuwd, is het volgens verzoekster zeer onzeker dat zij vóór het be- reiken van de pensioenleeftijd nog zal kunnen solliciteren voor de beoogde functie, en alleszins slinken haar kansen op een aanstelling. Verzoekster ziet zich op “een scharnierpunt in haar carrière”. Volgens haar betekent de huidige procedure voor haar “de ultieme en laatst mogelijke gelegenheid om te kunnen solliciteren voor een topmanagementfunctie die alle aspecten van haar passie en ervaring binnen de ontwikkelingssamenwerking en het management combineert”. Verzoekster besluit dat zij terecht een beroep doet op de proce- dure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. IX-9806-8/12 Beoordeling 6. De Raad van State heeft in zijn rechtspraak met betrekking tot het vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid al vaak eraan herinnerd dat de toepassing van de schorsingsprocedure „bij uiterst dringende noodzakelijkheid‟ een ernstige verstoring teweegbrengt in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, dat ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang brengt. Hij heeft eruit afgeleid dat de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk moet blijven. Ze mag slechts worden aangewend in die enkele gevallen dat door de verzoekende partij op een duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond dat de zaak uiterst dringend is. Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzake- lijkheid wordt aangevoerd, daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit betekent dat een verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens in haar inleidend verzoek- schrift aannemelijk moet maken dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien ze pas na het afwikkelen van een gewone schorsingsprocedure zou worden uit- gesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen dat haar ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing treft of dreigt te treffen. Niet anders dan het geval is in een gewone schorsingsprocedure, is bovendien vereist dat de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten, op gevaar af zich in een toestand te bevinden waarin schadelijke gevolgen van de bestreden beslissing niet meer door een eventueel vernietigingsarrest of in het kader van het rechtsherstel na een dergelijk arrest kunnen worden goedgemaakt. IX-9806-9/12 7. Het is voorzeker juist dat verzoekster, zoals zij betoogt, vol- doende diligent heeft gehandeld, doordat zij haar thans voorliggende vordering op 7 december 2020 heeft ingesteld, nadat zij op 25 november 2020 door de verwe- rende partij in kennis was gesteld van de bestreden beslissing om haar niet toe te laten tot de selectieprocedure. Uit die vaststelling alleen kan evenwel niet worden besloten dat voldaan is aan de schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijk- heid. Daartoe dient verzoekster daarenboven ervan te overtuigen dat zij het resul- taat van een gewone schorsingsprocedure en zelfs van het beroep tot nietigver- klaring niet kan afwachten zonder wezenlijk schadelijke gevolgen te moeten on- dergaan. 8. Verzoekster voert aan dat een gewone schorsingsvordering te laat komt, omdat daarover uitspraak zou worden gedaan na 13 december 2020, de uiterste datum om in te schrijven voor de eerste proef van de selectieprocedure. De omstandigheid dat de selectieprocedure inmiddels zonder verzoekster voortgang zou vinden en de eerste selectieproef nakend is, toont evenwel helemaal niet aan dat verzoekster getroffen wordt door een nadeel dat niet meer op een gepaste wijze zou kunnen worden goedgemaakt, zelfs na een eventueel annulatiearrest. Het valt immers niet in te zien, anders dan verzoekster beweert, dat zij in het kader van het rechtsherstel na een dergelijk arrest niet alsnog de mogelijkheid zou kunnen krij- gen om deel te nemen aan de selectieprocedure, die in beginsel zou moeten worden gecorrigeerd vanaf het punt waarop de vastgestelde onwettigheid werd begaan. 9. Verzoeksters betoog dat de functie “specifiek voor [haar] uiterst uniek” is en “de ultieme gelegenheid [biedt] haar competenties ten volle te be- nutten” toont de uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering niet aan, want zelfs na een eventueel vernietigingsarrest dat zou worden uitgesproken op grond van een door verzoekster aangevoerde of, desgevallend, ambtshalve vast- gestelde onwettigheid van de bestreden beslissing, zou zij alsnog voor die “unieke” IX-9806-10/12 functie in aanmerking kunnen komen en haar competenties voor die functie kun- nen aantonen. Of zij, zoals zij beweert, de “uitgelezen kandidaat” is, zal dan eventueel kunnen blijken. 10. Het argument van verzoekster dat zij de ervaring zal missen die zij in de functie had kunnen opdoen, kan evenmin overtuigen. Ook die gemiste ervaring kan zij immers goedmaken na een eventueel vernietigingsarrest. De om- standigheid dat ondertussen een ander kandidaat kan zijn benoemd, die wel erva- ring zou kunnen opdoen, toont de uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering niet aan. De eventuele aanstelling van een andere kandidaat na de se- lectieprocedure waaruit verzoekster, bij veronderstelling, onrechtmatig zou zijn geweerd, kan immers door verzoekster evenzeer worden bestreden. Ze zou dan voor verzoekster een gepast rechtsherstel na een eventueel vernietigingsarrest niet in de weg staan. Dat die andere kandidaat uit de ervaring die hij ondertussen heeft verworven, een voorsprong zou halen bij een nieuwe selectieprocedure in het kader van het rechtsherstel, is niet meer dan een bewering. In dit verband dient erop te worden gewezen dat met de ervaring die een kandidaat op grond van een onwettig bevonden aanstelling heeft verworven, geen rekening mag worden gehouden, zo bijvoorbeeld wanneer na een vernietigingsarrest de selectieprocedure wordt her- daan. Het enkele feit dat in dit geval de selectieproeven zouden uitgaan van “praktijkgevallen die betrekking hebben op de te meten competenties of de te begeven managementfunctie”, toont niet aan dat verzoekster op grond van de management- of professionele ervaring die als één van de deelnemingsvoorwaar- den ook van haar wordt vereist, niet op gelijke voet met de kandidaat wiens eerdere benoeming desgevallend werd vernietigd, aan die proeven zou kunnen deelnemen. 11. De omstandigheid dat de beoogde functie slechts om de zes jaar openvalt, is niet dienstig, net zo min overigens als de bewering dat de aanstelling van de titularis dan doorgaans wordt hernieuwd. In het kader van het rechtsherstel na een eventueel vernietigingsarrest zou het immers geen zes jaar duren vooraleer zich voor verzoekster een nieuwe kans kan aandienen om de functie alsnog toe- IX-9806-11/12 gewezen te krijgen. Vanuit dat oogpunt kan ook haar leeftijd van 51 jaar een af- doend rechtsherstel niet in de weg staan. 12. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster de uiterst dringende noodzakelijkheid van haar vordering niet aantoont. 13. Aldus is niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn opdat een vordering tot schorsing bij uiterst drin- gende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf december tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9806-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.208 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.259.332 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.