← België

Arrest 249219 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.219 Rolnummer: A. 224829/X-17198 Zaak: Arrest 249219 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 15/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-30 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-20 01:54 Fiche Arrest nr 249.219 van 15 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.219 van 15 december 2020 in de zaak A. 224.829/X-17.198 In zake :

  1. Geert GHEYSELS
  2. Kristine DE GRAVE
  3. de BVBA ANOBESIA
  4. de NV GHEYSELS - DE GRAVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Kurt Stas kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE AFFLIGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Ghysels en Yves Sacreas kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de CV PROVIDENTIA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingediend op 21 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Affligem van 23 januari 2018 houdende de goedkeuring van de zaak van de wegen met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag van de cv Providentia voor het bouwen van een sociale woonwijk met 27 eengezinswoningen en X-17.198-1/8 28 appartementen op een terrein tussen de Brusselbaan en de Oudebaan te Affligem. II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De cv Providentia heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 mei
  7. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van Den Broeck heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 oktober
  8. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yves Sacreas, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Dirk De Greef verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. X-17.198-2/8 III. Feiten
  10. De verzoekende partijen zijn eigenaars en gebruikers van een woning, gelegen aan de Brusselbaan te Affligem (hierna: verzoekers‟ woonperceel). Verzoekers‟ woonperceel ligt aan de westelijke zijde van de in de Atlas der Buurtwegen opgenomen voetweg nr. 41 (hierna: voetweg 41). Op en langs het tracé van voetweg 41 ligt een ongeveer 2,5 meter brede verharde weg, die voor autoverkeer een éénrichtingsverbinding vormt tussen de Brusselbaan en de Oudebaan. Tussen de Brusselbaan in het noorden, de oostelijke zijde van voetweg 41 in het westen en de Oudebaan in het zuiden ligt een onbebouwd terrein (hierna: het betrokken terrein).
  11. Op 5 oktober 2017 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in voor een sociaal woonproject op het betrokken terrein. De huisvestingsmaatschappij wil 27 eengezinswoningen en 28 appartementen oprichten. Ter ontsluiting is langs de uiterste westelijke rand van het betrokken terrein de aanleg van een weg voorzien, die aansluit op de Brusselbaan. Deze nieuwe weg zal vlak naast en parallel met het tracé van voetweg 41 lopen. 5.
  12. Tijdens het van 30 oktober tot 29 november 2017 georganiseerde openbaar onderzoek worden tien bezwaarschriften ingediend. 5.
  13. In hun bezwaarschrift voeren verzoekers aan dat de aanleg van een nieuwe weg vlak naast voetweg 41 zorgt voor een kennelijk onredelijke toestand. De creatie van twee naast elkaar liggende openbare wegen is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
  14. Met het besluit van 23 januari 2018 keurt de gemeenteraad van de gemeente Affligem de voorgestelde wegenisaanleg goed. Dit is het bestreden besluit. X-17.198-3/8 7.
  15. Bij besluit van 6 februari 2018 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Affligem de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. 7.
  16. Tegen het laatstgenoemde besluit wordt door verzoekers bestuurlijk beroep ingesteld bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant. 7.
  17. Bij beslissing van 14 juni 2018 verklaart de deputatie het bestuurlijk beroep van verzoekers deels gegrond en verleent zij een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning. Tegen deze beslissing stellen verzoekers een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 7.
  18. Bij arrest nr. RvVb-A-1920-0232 van 5 november 2019 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de laatstgenoemde beslissing van de deputatie. 7.
  19. Bij beslissing van 11 juni 2020 weigert de deputatie de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. IV. Onderzoek van het tweede onderdeel van het eerste middel Standpunt van de partijen 8.
  20. Het eerste middel wordt genomen uit de schending van artikel 42, § 1, van het gemeentedecreet en van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 „betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging‟ (hierna: het besluit van 5 mei 2000), alsook uit de schending van het motiveringsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. X-17.198-4/8 8.
  21. In hun tweede middelonderdeel wijzen verzoekers er op dat hun bezwaar volgens hetwelk de aanleg van een nieuwe weg zorgt voor een kennelijk onredelijke toestand die niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening, onbeantwoord is gebleven. Het bestreden besluit bevat ter zake geen enkele motivering. Ten onrechte heeft de verwerende partij geen rekening gehouden met verzoekers‟ bezwaar.
  22. In haar memorie van antwoord wijst de verwerende partij er op dat het antwoord op een bezwaarschrift niet in detail elk argument moet ontkrachten, zolang de beslissing de redenen voor de ongegrondheid van het bezwaar weergeeft. Zij meent dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: Gecoro) afdoende is ingegaan op de summiere argumentatie van verzoekers. 10.
  23. In haar memorie wijst de tussenkomende partij er op dat het bestreden besluit ook motiveert dat “de infrastructuur en omgevingswerken bijdragen tot de nieuwbouw in de woonuitbreidingszone”. 10.
  24. De tussenkomende partij voegt er aan toe dat in het bestreden besluit verwezen wordt naar het advies van de Gecoro en naar het voorwaardelijk gunstig advies van het agentschap Wegen en Verkeer van 14 december
  25. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat het tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift ingegeven is door het feit dat verzoekers geen verkaveling naast hun woonperceel willen. Aldus verwarren zij argumenten die betrekking hebben op de verkaveling met argumenten die betrekking hebben op de zaak van de wegen.
  26. Ter terechtzitting benadrukken verzoekers dat de stedenbouwkundige vergunning voor het woonproject van de tussenkomende partij definitief geweigerd is, zodat het wezenlijk om reden van de duidelijkheid in het rechtsverkeer is dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. X-17.198-5/8 Daarop verklaart de verwerende partij zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen. Beoordeling
  27. Het bepalen van een wegtracé door de gemeenteraad moet steunen op motieven van algemeen belang, die meer bepaald verband houden met een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening doordacht gemeentelijk wegennet. Zoals de Raad van State in herinnering bracht in het arrest nr. 247.984 van 1 juli 2020, dient de gemeenteraad daarbij uit te maken of het nieuwe wegtracé op de gepaste wijze aansluit op het bestaande wegennetwerk. Artikel 10 van het besluit van 5 mei 2000 stelde toentertijd dat in geval van een vergunningsaanvraag die wegeniswerken omvat, de gemeenteraad een gemotiveerd besluit over de zaak van de wegen neemt. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, moet hij dit antwoord vinden in een algemene stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is, hetzij in een antwoord op een bezwaar of opmerking van een andere bezwaarindiener of op een advies van een overheidsinstantie.
  28. In de onderhavige zaak hebben verzoekers in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediend bezwaarschrift aangevoerd dat de nieuwe ontsluitingsweg niet op de gepaste wijze aansluit op het bestaande wegennetwerk, doordat hij meer bepaald vlak naast en parallel met voetweg 41 loopt. Aldus hebben verzoekers in hun bezwaarschrift kritiek geformuleerd die – anders dan de verwerende partij in haar laatste memorie laat uitschijnen – betrekking heeft op de zaak van de wegen. X-17.198-6/8
  29. In het advies van het agentschap Wegen en Verkeer van 14 december 2017 is niets terug te vinden dat betrekking heeft op de laatstgenoemde kritiek.
  30. Volgens de verwerende partij zou een antwoord op verzoekers‟ bezwaar terug te vinden zijn in de volgende stellingname van de Gecoro: “[De bestaande straat op en langs het tracé van voetweg 41] blijft behouden. De nieuwe infrastructuur ligt naast de voetweg. […] De Gecoro is van oordeel, verwijzend naar haar eigen visie en verwijzend naar het juryverslag en de gedetailleerde beoordelingscriteria vermeld in dit verslag, dat de verschillende aspecten zoals mobiliteit - inclusief parkeren, voetpaden, openbare ruimte, ontsluiting via de gewestweg, sluipverkeer... - de bebouwingstypologie, architectuur en algemeen concept van het project, gedetailleerd bekeken en beoordeeld werden.” In de hiervoor geciteerde overwegingen van de Gecoro wordt geen concreet motief van algemeen belang aangehaald ter verantwoording van het door verzoekers bekritiseerde tracé van de nieuwe weg. Hetzelfde geldt voor de in randnummer 10.1 weergegeven overweging van het bestreden besluit.
  31. Er moet worden vastgesteld dat nergens een antwoord is terug te vinden op verzoekers‟ bezwaar. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij aangehaalde omstandigheid dat verzoekers‟ bezwaarschrift ingegeven zou zijn door het feit dat zij geen verkaveling naast hun woonperceel willen.
  32. Het eerste middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  33. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Affligem van 23 januari 2018 houdende de goedkeuring van de zaak van de wegen met betrekking tot de stedenbouwkundige X-17.198-7/8 vergunningsaanvraag van de cv Providentia voor het bouwen van een sociale woonwijk met 27 eengezinswoningen en 28 appartementen op een terrein tussen de Brusselbaan en de Oudebaan te Affligem.
  34. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  35. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, op een bijdrage van 20 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 60 euro wordt aan hen terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.198-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.219 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.