id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.227 Rolnummer: A. 222299/X-16926 Zaak: Arrest 249227 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-30 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:52 Fiche Arrest nr 249.227 van 15 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.227 van 15 december 2020 in de zaak A. 222.299/X-16.926 In zake : de NV ZWIJNAARDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 2221 Heist-op-den-Berg Dorpsstraat 91 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD OUDENAARDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 29 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Oudenaarde van 27 maart 2017 houdende de goedkeuring van een beleidskader voor detailhandel. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. X-16.926-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november 2020. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Konstantijn Roelandt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij is eigenaar van percelen, gelegen aan de straat Kraneveld te Oudenaarde, achter het retailpark N60. Zij wenst op haar terrein een winkelcentrum voor detailhandel op te richten, “gericht [...] op persoonsgebonden goederen”. 3.2. Met de bestreden beslissing van 27 maart 2017 keurt de gemeenteraad van de stad Oudenaarde een beleidskader voor detailhandel goed. Zij belast daarbij het college van burgemeester en schepenen “met het uitwerken van een stedenbouwkundige verordening met de afbakening van een kernwinkelgebied en de afbakening van een winkelarm gebied langs en onmiddellijk palend aan de N60”. 3.3. Op 29 maart 2018 verleent de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen in graad van bestuurlijk beroep de door de verzoekende partij met het oog op de realisatie van een winkelcentrum gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Met het arrest nr. RvVb/UDN/1718/1059 van X-16.926-2/8 28 juni 2018 schorst de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) de tenuitvoerlegging van die vergunning. 3.4. Op 1 oktober 2018 stelt de gemeenteraad van de stad Oudenaarde de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘detailhandel’ definitief vast. De verzoekende partij heeft tegen dit besluit op 30 november 2018 een vernietigingsberoep bij de Raad van State ingediend (zaak A. 227.005/X-17.401). Met een op 12 februari 2019 ingediend beroep vraagt de nv Meubelweelde 2000 de vernietiging van hetzelfde besluit (zaak A. 227.412/X-17.439). 3.5. Met zijn arrest nr. RvVb/A/1819/0136 van 2 oktober 2018 vernietigt de RvVb het onder randnummer 3.3 vermelde vergunningsbesluit van 29 maart 2018. 3.6. Volgend op het voormelde vernietigingsarrest, herneemt de deputatie het onderzoek van het vergunningsdossier, en verleent zij aan de verzoekende partij op 29 november 2018 een nieuwe stedenbouwkundige vergunning. Met zijn arrest nr. RvVb-S-1819-0981 van 14 mei 2019 schorst de RvVb de stedenbouwkundige vergunning. Met zijn arrest nr. RvVb-A-1819-1278 van 6 augustus 2019 vernietigt de RvVb het vergunningsbesluit. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.1. Wat de ontvankelijkheid ratione materiae van haar beroep betreft, zet de verzoekende partij in haar verzoekschrift uiteen dat de bestreden beslissing, gelet op de erin gehanteerde bewoordingen, “verordenende bepalingen bevat”. Volgens haar kan men de bewoordingen van de bestreden beslissing “niet anders interpreteren dan dat de verwerende partij op basis van de haar voorliggende gegevens beslist heeft dat nieuwe detailhandel gericht op persoonsgebonden goederen alleen nog maar kan in de kern van de stad en niet langs of palend aan de N60”. Ook in de hypothese dat de bestreden beslissing X-16.926-3/8 daadwerkelijk alleen maar als een “beleidsmatige gewenste ontwikkeling” in de zin van artikel 4.3.1, § 2, VCRO moet worden gezien, heeft zij volgens de verzoekende partij rechtsgevolgen. Op grond van de voormelde decreetbepaling kan immers niet ontkend worden dat het verbod om langs en onmiddellijk palend aan de N60 nieuwe ontwikkelingen voor detailhandel, gericht op persoonsgebonden goederen, toe te laten, “rechtstreekse invloed kan hebben op het vergunningenbeleid en dus wél rechtsgevolgen sorteert”. De stad Oudenaarde heeft zich volgens de verzoekende partij “nog snel een ‘tool’ verschaft op basis waarvan zij [haar] vergunningsaanvragen [...] ‘kan’ weigeren”. De bestreden beslissing heeft derhalve wel degelijk “een ‘effect’ en ‘rechtsgevolg’”. 4.2. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een ontvankelijkheidsexceptie ratione materiae op. Zij meent dat de bestreden beslissing niets meer dan “een beleidsdocument [is] om een ruimtelijk handelsbeleid te voeren” en dat de beslissing inpasbaar is in artikel 6 van het decreet van 15 juli 2016 ‘betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid’ (hierna: DIHB). Volgens de verwerende partij betreft het “een voorbereidend document”. “[N]aar analogie” verwijst zij naar de ruimtelijke structuurplannen die evenmin rechtstreeks aanvechtbaar zijn. Met de bestreden beslissing wordt over de vergunningsaanvraag van de verzoekende partij geen uitspraak gedaan. 4.3. In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat de bestreden beslissing enkel een visietekst weergeeft die nog “verder moet worden uitgewerkt in de nodige beleidsinstrumenten”, dat zij geen verbod op bijkomende detailhandel inhoudt en geen enkele “verplichting” of een “vermomde bestemmingswijziging” bevat. Zij beoogt enkel de nodige bekendmaking en publiciteit te geven aan het door de stad Oudenaarde voorgestane beleid inzake handelsvestigingen. 4.4. De verzoekende partij repliceert in haar laatste memorie dat er van enige beoordelingsmarge in de “beleidsmatig gewenste ontwikkelingen” geen sprake is. X-16.926-4/8 Beoordeling 5.1. Het toentertijd geldende artikel 4.3.1, § 1, 1°, VCRO bepaalt dat een vergunning wordt geweigerd indien het aangevraagde onverenigbaar is met “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.