id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.232 Rolnummer: A. 230623/X-17711 Zaak: Arrest 249232 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 15/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-28 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.232 van 15 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.232 van 15 december 2020 in de zaak A. 230.623/X-17.711 In zake:
- de NV BUCOMAT
- de BV BELGIAN SEED COMPANY
- de NV O.H.E. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Beleyn en Merlijn De Rechter kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN Tussenkomende partij: de GEMEENTE KLUISBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Cheyns kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Kerkgate 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 mei 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen van 23 april 2020 tot goedkeuring van de visienota en de structuurschets voor het gebied „Ruien-Centraal‟ te Kluisbergen, “in het bijzonder” in zoverre daarin bepaald wordt dat vergunningsaanvragen getoetst zullen worden aan deze visienota en structuurschets. X-17.711-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 247.659 van 27 mei 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 27 mei 2020 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht. Op respectievelijk 23 september 2020 en 28 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de tussenkomende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen X-17.711-2/4 een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij, heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Wel liet de verwerende partij weten dat de bestreden beslissing op 25 juni 2020 is ingetrokken.
- In de gegeven omstandigheden ziet de Raad van State geen reden om, gebruik makend van de bevoegdheidstoewijzing in artikel 17, § 6, van de Raad van State-wet en in artikel 11/2 van het algemeen procedurereglement, de bestreden beslissing nog nietig te verklaren via een versnelde rechtspleging. In de plaats wordt vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring ten gevolge van de intrekking “doelloos” is geworden. Verzoeksters zijn daarbij als de in het gelijk gestelde partij te beschouwen, met dien verstande dat hen vanwege artikel 67, § 2, laatste lid, van het algemeen procedurereglement, geen verhoging van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is.
- Door de intrekking van de bestreden beslissing heeft de opgelegde schorsing opgehouden uitwerking te hebben. Een opheffing van de schorsing overeenkomstig artikel 17, § 10, van de Raad van State-wet is hierdoor niet meer nodig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.711-3/4
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoeksters gezamenlijk. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.711-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.232 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.659 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div