← België

Arrest 249255 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 16/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.255 Rolnummer: A. 219493/X-16654 Zaak: Arrest 249255 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 16/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-28 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.255 van 16 december 2020 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.255 van 16 december 2020 in de zaak A. 219.493/X-16.654 In zake: Frank DE BOCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de INTERGEMEENTELIJKE VERENIGING VOOR CREMATORIUMBEHEER IN HET ARRONDISSEMENT HALLE-VILVOORDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36 Tussenkomende partij : Gerrit CALLUY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring “van de beslissing van de raad van bestuur van Havicrem van 13 april 2016, waarbij dhr. Gerrit Calluy als directeur van Havicrem wordt aangesteld, en de beslissing van de raad van bestuur van 11 mei 2016 houdende X-16.654-1/4 goedkeuring van de beslissing van 13 april 2016 waarbij dhr. Gerrit Calluy als directeur van Havicrem wordt aangeseld”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 236.745 van 13 december 2016 wordt het debat heropend en wordt de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 2 juli
  3. Op 16 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement). Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 november
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. X-16.654-2/4 Advocaat Joy Moens, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Sophie Groetaerts, die loco advocaat Tom Peeters verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de Raad van State-wet). III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de Raad van State-wet geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Ter verontschuldiging argumenteert verzoeker dat de postbode de aangetekende zending met het auditoraatsverslag “niet correct heeft aangeboden”. Hij staaft dit met een e-mail waarin de ombudsvrouw voor de postsector meedeelt dat de postbode erkende, “overweldigd door het werkvolume en de tijdsdruk”, dat de uitreikingsprocedure (“aanbellen en bij afwezigheid bericht nalaten”) niet geëerbiedigd werd, en dat Bpost zich daarvoor wenst te excuseren. X-16.654-3/4 Er kan bijgevolg overmacht in hoofde van verzoeker worden aangenomen.
  7. Er is geen reden om met toepassing van artikel 21, zevende lid, van de Raad van State-wet en artikel 14quater, van het algemeen procedurereglement de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast te stellen. BESLISSING
  8. Het debat wordt heropend.
  9. De Raad van State verwijst de zaak naar de gewone procedure. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-16.654-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.255 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.236.745 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.