← België

Arrest 249298 - Dierenwelzijn - 22/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.298 Rolnummer: A. 231788/VII-40924 Zaak: Arrest 249298 - Dierenwelzijn - 22/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-07 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.298 van 22 december 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 249.298 van 22 december 2020 in de zaak A. 231.788/VII-40.924 In zake: Frédéric VANDERWILT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Gauthier De Wachter kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 september 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse Minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand van 17 juli 2020betreffende de erkenningsaanvraag van 23 maart 2020 voor het houden van een servalkat (leptailurus serval). II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. VII-40.924-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 december
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Gauthier De Wachter, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Michaël Eeckhout, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 23 maart 2020 dient verzoeker een erkenningsaanvraag in als particulier voor het houden van een servalkat. Dit is een zoogdiersoort die niet voorkomt op de positieve lijst vastgesteld in het koninklijk besluit van 16 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden. 3.
  6. Op 10 juni 2020 werd een PV (G-20-1960-SAC/DWZ) opgesteld door de dienst dierenwelzijn betreffende inbreuken op de dierenwelzijnsreglementering. Eén van de opgelegde maatregelen houdt in dat verzoeker de betrokken kat tegen uiterlijk 14 juni 2020 naar de Duitse kweker ervan dient terug te brengen. Voorts mag betrokkene zolang hij niet over een erkenning beschikt om servalkatten aan te houden, in Vlaanderen geen servalkatten aanhouden. VII-40.924-2/9 3.
  7. Op 17 juni 2020 geeft de Vlaamse dierentuinencommissie een negatief advies betreffende de aanvraag. 3.
  8. Op 4 september 2020 wordt een nieuw PV opgesteld. De servalkat is niet meer aanwezig bij verzoeker. Op basis van artikel 4, § 5 van de wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) wordt aan verzoeker de maatregel opgelegd dat hij, zo lang hij niet over een erkenning beschikt om Servalkatten aan te houden, in Vlaanderen geen Servalkatten mag aanhouden. 3.
  9. Op 17 juli 2020 neemt de verwerende partij de bestreden beslissing. Deze is als volgt gemotiveerd: “Overwegende dat uw aanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals omschreven in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden, en dit om volgende redenen:  Uit uw aanvraag blijkt niet dat u voldoende kennis heeft over de levensgewoonten en de fysiologische noden van de soort: o Er wordt vermeld dat met het oog op het welzijn van de dieren de volgende activiteiten ondernomen zullen worden: „dagelijkse activiteiten, spelen, wandelen, zwembad aanwezig op de huisvesting)‟ dit toont niet aan dat u zich bewust bent van de gedragsbiologische behoeften van de serval als wild, niet gedomesticeerd dier, wat een risico inhoudt voor het welzijn van de gehouden dieren. o Uit uw aanvraag blijkt dat de dieren niet altijd in het voorziene, afgesloten verblijf gehouden zullen worden, o.a. omdat het zwembad niet in het dierverblijf ligt en u vooropstelt te gaan wandelen met dit dier. Dit verhoogt het risico op ontsnapping van de dieren sterk, waardoor de veiligheid van de dieren niet gegarandeerd is. Hieruit blijkt dat u zich onvoldoende bewust bent van de wilde aard en de bewegingscapaciteiten van de serval. o Uit de aanvraag kan worden afgeleid dat u twee servals (koppel) samen in een verblijf wil houden. In de natuur leeft de serval solitair. Enkel in de paartijd trekken de dieren op met een soortgenoot. In gevangenschap worden deze dieren dan ook bij voorkeur solitair gehouden. Hoewel ze regelmatig per twee gehouden kunnen worden zonder dat dit welzijnsproblemen oplevert is dit niet altijd het geval. Uit de aanvraag blijkt niet dat u zich hiervan bewust bent, noch dat u maatregelen voorziet om de dieren te kunnen scheiden indien zou blijken dat het samen huisvesten welzijnsproblemen oplevert. o Door hun gedragsbiologie zijn serval zeer gevoelig voor de ontwikkeling van stereotiep gedrag. Uit de aanvraag blijkt niet dat u zich VII-40.924-3/9 hiervan bewust bent.  Uit uw aanvraag blijkt niet dat de door u voorziene huisvesting en verzorging voldoende garanties bieden om het welzijn van de dieren te verzekeren en dit om volgende redenen: o Het risico op ontsnapping van de dieren (en de daarmee gepaarde welzijnsrisico‟s voor de dieren) is erg reëel gezien de volgende elementen: - De buitenkooi werd vervaardigd uit bamboe. Aangezien bamboe krimpt en zwelt afhankelijk van de luchtvochtigheid en neerslag, na verloop van tijd kan splitsen en breken, is dit materiaal niet geschikt. Gezien de slanke bouw van de serval is ontsnapping waarschijnlijk wanneer een paal komt los te zitten of verschuift. - De buitenkooi blijkt open te zijn aan de bovenkant wat een risico inhoudt gezien de spring- en klimcapaciteiten van de soort. Er blijkt verder ook een open ruimte te zijn tussen het plafond van het binnenverblijf en de bamboe „muur‟ wat een risico inhoudt op ontsnapping. - De deuren die in het verblijf voorzien zijn lijken op de aan de aanvraag toegevoegde foto‟s onvoldoende betrouwbaar. Een duurzaam en stevig alternatief, bij voorkeur met sluis, is noodzakelijk. - Uit uw aanvraag blijkt dat de dieren niet altijd in het voorzien afgesloten verblijf gehouden zullen worden, o.a. omdat het zwembad niet in het dierverblijf ligt en u vooropstelt te gaan wandelen met de dieren. Dit verhoogt het risico op ontsnapping van de dieren sterk. Uit berichtgeving in de media dd. 29 mei 2020 blijkt dat u reeds in het bezit bent van een Leptailurus serval en dat ontsnapping inderdaad een reëel gevaar is. Tijdens een controle door de dienst dierenwelzijn op 9 juni 2020 werd eveneens vastgesteld dat het dier niet in het voorziene, afgesloten verblijf werd gehouden. o U geeft aan dat u de dieren wil laten zwemmen in het buiten het verblijf gelegen zwembad. Uit uw aanvraag blijkt niet hoe ervoor gezorgd zal worden dat het water geen gezondheidsrisico voor de dieren zal inhouden, hetzij door vervuiling, hetzij door producten gebruikt bij het onderhoud. o Door hun gedragsbiologie zijn servals zeer gevoelig voor de ontwikkeling van stereotiep gedrag. Uit de aanvraag blijkt onvoldoende op welke manier u dit wil voorkomen. Om deze redenen weiger ik u de erkenning voor het houden van Leptailurus serval”. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  10. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden. VII-40.924-4/9 V. Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
  11. Verzoeker zet het volgende uiteen: “[…] Ten gevolge dan de bestreden beslissing van 17 juli 2020 beschikt verzoeker op dit moment niet over een vergunning voor het houden van een servalkat en noodzakelijkerwijze ook niet voor de servalkat „Thor‟. Dit heeft tot gevolg dat de verwerende partij zich op elk ogenblik naar de woning van verzoeker kan begeven met het oog op de inbeslagname van de servalkat „Thor‟ hetgeen verwerende partij overigens heeft gepoogd op 3 september 2020 […]. Ten gevolge van deze bestreden beslissing houdt verzoeker de servalkat „Thor‟ dan ook niet meer onder zich. […] Het feit dat verzoeker de servalkat „Thor‟ ten gevolge van de bestreden beslissing niet meer onder zich houdt, zorgt er dan ook voor dat er op dit moment onomkeerbare schade ontstaat in hoofde van deze serval. „Thor is op dit moment, doordat verzoeker niet meer kan instaan voor zijn verzorging, volledig vervreemd aan het geraken van verzoeker. De emotionele band die de servalkat „Thor‟ en verzoeker hebben opgebouwd is op dit moment dan ook volledig aan het verdwijnen en aan het vervagen. […] Ten gevolge van deze vervreemding zal „Thor‟ na verloop van tijd dan ook niet meer als eigendom van verzoeker kunnen worden beschouwd, aangezien de emotionele band tussen verzoeker en de in tussentijd volgroeide servalkar „Thor‟ volledig zal vervaagd zijn. Verzoeker kan bijgevolg het normale verloop van de procedure dan ook niet verder afwachten, aangezien de schade die verzoeker lijdt groter wordt met de dag dat hij niet in het bezit kan zijn van diens servalkat „Thor‟. […] Verzoeker maakt dan ook uitdrukkelijk voorbehoud voor de door verzoeker geleden schade ten gevolge van de bestreden beslissing. […] Dat de servalkat „Thor‟ gehecht is aan verzoeker blijkt immers uit de verklaring van de dierenarts van de Vannet van 23 juni 2020 […]: „Mijnheer Vanderwilt is in contact gekomen met onze praktijk voor een gezondheidscheck up voor Thor. …Thor was levendig, zeer aanhankelijk aan mr Vanderwilt en leek in goede gezondheid. In de volgende consultaties bleek dat Thor goed groeide en speels en levendig was, ook een bloedonderzoek sloot verscheidene aandoeningen uit. Naar mijn bescheiden mening (…) zorgde mr Vanderwilt goed voor Thor en zocht een zorgvuldig en compleet dieet uit voor deze katachtige. Aan het dier waren geen opmerkingen kwa gezondheid die zouden wijzen op een slechte verzorging en huisvesting. …‟ […] De serval is immers geboren in gevangenschap in een kwekerij te Duitsland en verbleef van maart tot augustus 2020 bij verzoeker. Bijgevolg VII-40.924-5/9 was Thor volledig aangepast aan diens omgeving waar hij in de best mogelijke omstandigheden werd opgevangen en verzorgd door verzoeker. Een Nederlands dierenarts voor exoten en wildlife bevestigt eveneens in diens rapport dat „Thor‟ in de goede omstandigheden werd opgevangen en tevens in goede gezondheid verkeert […]. […] Niet enkel het feit dat „Thor‟ op dit moment wordt onttrokken uit zijn normale omgeving zorgt voor onomkeerbare schade, daarenboven is het eveneens hoogst onduidelijk waar en in welke omstandigheden Thor dan wel zou terechtkomen, in het geval dat verwerende partij de servalkat „Thor‟ in beslag zou nemen. […] In eender welk opvang- of asielcentrum in België zullen de omstandigheden immers minderwaardig zijn aan de omstandigheden waarin „Thor‟ verblijft bij verzoeker. Een zulke inbeslagname is hoe dan ook uiterst nefast voor de gemoedstoestand en de gezondheid van Thor die zich thans uitermate had gehecht aan zijn vertrouwde omgeving in diens verblijfplaats in de Spalaan 23 te Oostende. […] Verzoeker beschikt immers over een perfecte en volledig aangepaste accommodatie, zoals blijkt uit de aanvraag van 23 maart 2020 en uit de bijgebrachte stukken. Voorts beschikt verzoeker eveneens over een meer dan gedegen kennis voor wat betreft de benodigdheden en de verzorging die een serval behoeft, zoals eveneens blijkt uit de erkenningsaanvraag van verzoeker. […] Hoewel verzoeker aan alle mogelijke wettelijke voorwaarden voldoet en er bijgevolg geen enkele reden is om verzoeker geen erkenning te verlenen voor het houden van een servalkat, belet de bestreden beslissing het feit dat de situatie van verzoeker zou geregulariseerd worden, hetgeen mogelijk is middels één enkele beslissing van verwerende partij tot toekenning van een erkenning voor het houden van een servalkat. […] Verzoeker kan dan ook niet de gewone procedure voor Uw Procedure afwachten aangezien het niet in bezit zijn van de servalkat „Thor‟, leidt tot onomkeerbare en onherroepelijke schade. Deze schade wordt dan ook met de dag groter”. Beoordeling
  12. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan een verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak VII-40.924-6/9 spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een -voortdurende- tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. De spoedeisendheid zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Het volstaat niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  13. Het nadeel dat volgens verzoeker voorvloeit uit de inbeslagname van het dier vloeit niet rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing maar veeleer uit de gedragingen van verzoeker zelf. Bovendien streeft verzoeker geen wettig voordeel na met de schorsing maar een terugkeer naar de toestand waarbij een servalkat wordt gehouden zonder de vereiste erkenning vanwege de overheid. In zoverre verzoeker zich beroept op onomkeerbare schade omdat hij ten gevolge van de bestreden beslissing de betrokken serval niet meer onder zich kan houden en de ontstane emotionele band volledig verdwijnt en vervaagt, toont hij niet aan op basis van welke wettelijke of reglementaire grondslag hij de serval zou mogen houden in Vlaanderen. Overeenkomstig artikel 3bis, § 1 van de dierenwelzijnswet is het verboden dieren te houden die niet behoren tot de soorten of categorieën vermeld op een door de Vlaamse regering vastgestelde lijst. De servalkat komt niet voor op de door de Vlaamse Regering vastgestelde lijst van diersoorten of -categorieën die zonder voorafgaande toestemming van de Vlaamse regering mogen worden gehouden. VII-40.924-7/9 Krachtens artikel 3bis, §2, 3°, b) van de dierenwelzijnswet mogen in afwijking van § 1 dieren van andere soorten of categorieën dan die aangewezen door de Vlaamse regering worden gehouden door particulieren erkend door de Vlaamse regering, op advies van het in artikel 5, § 2, tweede lid, bedoelde comité van deskundigen. Uit artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden blijkt dat de betrokken particulier de aanvraag vooraf per aangetekend schrijven moet overmaken aan de minister die binnen een termijn van zes maanden hierover een beslissing dient te nemen. Het is pas na het verkrijgen van deze erkenning dat het betrokken dier mag worden gehouden. Het schorsen van de weigeringsbeslissing brengt niet met zich mee dat verzoeker de servalkat kan houden aangezien hij dan nog steeds niet over de vereiste vergunning beschikt. Op basis van artikel 42 van de dierenwelzijnswet kan de verwerende partij het betrokken dier in beslag nemen wanneer zij een inbreuk op deze wet vaststelt. Het houden van een diersoort zonder de vereiste erkenning is zulk een inbreuk. Het nadeel waarop verzoeker zich beroept en dat de vordering mogelijk spoedeisend zou maken is aldus niet het gevolg van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing maar van zijn eigen handelen door het houden van een diersoort zonder over de vereiste voorafgaandelijke erkenning te beschikken. Het aangevoerde nadeel en het beweerde spoedeisende karakter ervan, is aldus aan verzoeker zelf te wijten. Een dergelijk nadeel, en de er volgens verzoeker eruit voortvloeiende spoedeisendheid, kan niet worden aangenomen.
  14. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die VII-40.924-8/9 cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december 2020, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.924-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.298 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.724 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.