id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.301 Rolnummer: A. 231591/VII-40905 Zaak: Arrest 249301 - Voedselveiligheid (FAVV) - 22/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-07 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.301 van 22 december 2020 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 249.301 van 22 december 2020 in de zaak A. 231.591/VII-40.905 In zake: SHARDA CROPCHEM ESPANA S.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Van Maele kantoor houdend te 8310 St. Kruis Brugge Malehoeklaan 70, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO‟s en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 augustus 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “de ongedateerde beslissing, gekend onder referte 41.154/20/289507 waarbij in toepassing van artikel 29, § 3 van het Koninklijk Besluit dd. 28 februari 1994, de erkenning, vergunning in hoofde van [de verzoekende partij] inzake de producten BENTA 480 SL (9982P/B) en BEST (10765P/B) werden ingetrokken”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. VII-40.905-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 december
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lawrence Taillaert, die loco advocaat Joris Van Maele verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Franky De Mil, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is een agrochemische onderneming gevestigd in Spanje, die in België erkend is om volgende gewasbeschermingsmiddelen op de markt te brengen: - Het product BENTA 480 SL- N24496 gekend onder vergunningsnummer 9982 P/B - Het product BEST N30059 gekend onder vergunningsnummer 10765P/B 3.
- Op 9 en 17 april 2019 werden controles verricht. Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (hierna: FAVV) deelde mee dat het analyseresultaat van het monster niet conform is. 3.
- Het FAVV besliste hierop op 13 maart 2020 om de producten van de verzoekende partij in beslag te nemen en werd aan het SGS verzocht om te testen. 3.
- De erkenning voor de betrokken producten werd geschorst. VII-40.905-2/7 3.
- Op 16 april 2020 formuleerde de verzoekende partij een repliek. 3.
- De verwerende partij nam daarna de beslissing tot intrekking van de erkenning voor voornoemde producten. De bestreden beslissing is als volgt gemotiveerd (beëdigde vertaling): “De informatie opgenomen in uw beroepschrift, ingediend op 01/04/2020 door Eric Neumans Consulting BVBA, werd, op 28/04/2020 geëvalueerd door het Erkenningscomité voor bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik Deze informatie werd voorgelegd ingevolge het schrijven van 03/03/2020 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu ter betekening van de schorsing van de vergunningen voor de in rubriek vermelde producten. De redenen die tot deze schorsing hebben geleid werden u uiteengezet in desbetreffend schrijven van 03/03/2020; het betreft, ter herinnering, de aanwezigheid van een onzuiverheid (1,2-dichloorethaan) aan een onaanvaardbaar gehalte (het gemeten gehalte ligt 1000 keer hoger dan het aanvaardbaar gehalte van 3 mg/kg). Deze ongelijkvormigheid werd aangetoond bij controles die werden uitgevoerd door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen. De goedgekeurde bron van bentazon voor uw producten BENTA 480 SL (9982P/B) en BEST (10765P/B) is Hefei Xingyu Chemical Co Ltd (Wangjiang west road, P.R. China). In uw beroepschrift erkent u dat de onzuiverheid aan 1,2-dichloorethaan, waarvan de specificatie van 3 mg/kg sinds 1 juni 2018 van toepassing is, nooit door Hefei Xingyu Chernical Co Ltd werd opgespoord in de productieloten. In uw beroepschrift stelt u voor om voor uw producten een andere bron van bentazon te gebruiken, meer bepaald Shandong Binnong Technology Co., Ltd, in juni 2018 geëvalueerd door de Duitse autoriteiten, en dit teneinde te voldoen aan de vereisten inzake het maximumgehalte voor de onzuiverheid aan 1,2-dichloorethaan. Dit verzoek wijzigt het voorwerp van het aanvankelijk verzoek en moet bijgevolg als een nieuw verzoek worden beschouwd dat als onontvankelijk dient te worden afgewezen. Bovendien brengt dit verzoek geen oplossing naar voor, voor de producten die zich momenteel op de Belgische markt bevinden. Er wordt in uw beroepschrift geen enkele andere maatregel voorgesteld. Het Erkenningscomité heeft deze elementen onderzocht en is van mening dat zij niet toelaten de schorsing van uw vergunningen op te heffen. Het comité stelt dat niet langer wordt voldaan aan het artikel 29 §1 1° en 2° van het koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik, De herkomst van uw producten die op de markt aanwezig zijn, respecteert het maximum toegelaten gehalte aan 1,2-dich1oorethaan niet, een gezondheidsprobleem kan niet worden VII-40.905-3/7 uitgesloten. U heeft geen enkele garantie geboden inzake de gelijkvormigheid van de herkomst van de werkzame stof met betrekking tot de onzuiverheid aan 1,2-dichloorethaan. Het Erkenningscomité stelt voor de vergunningen voor de producten BENTA 480 SL (9982P/B) en BEST (10765P/B) in te trekken. Ik laat u weten dat ik heb besloten om het voorstel van het Erkenningscomité te volgen en dat ik aldus heb beslist de vergunningen voor deze producten in te trekken overeenkomstig het artikel 29 §3 van het KB van 28 februari
- 1k bevestig dat deze producten niet langer op de Belgische markt mogen worden gebracht noch in België mogen worden gebruikt en aldus moeten worden teruggetrokken”. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
- De verzoekende partij zet het volgende uiteen: “Het hoeft geen betoog dat de Bestreden Beslissing van de bevoegde Minister, waarbij in toepassing van artikel 29, §4 van het koninklijk besluit van 28 februari 1194 de intrekking per direct werd bevolen, voor schade VII-40.905-4/7 zorgt in hoofde van verzoekster, die haar producten niet meer op de markt kan verhandelen, distribueren, zij haar vergunning niet meer kan uitoefenen. Dit gaat gepaard met aanzienlijk financiële repercussies, niet in het minst nu verzoekster geconfronteerd wordt met
(1)verlies van klanten,
(2)hoge stockagekosten,
(3)de FAVV die de verplichting oplegt om de inbeslag genomen partijen te vernietigen,
(4)verzoekster aangesproken wordt door klanten (productaansprakelijkheid). Waar in toepassing van art. 29, §4 KB 28.02.1994 de intrekking slechts gevolgen ressorteert vanaf 6 maanden na de beslissing, werd in huidige bestreden Beslissing de erkenning per direct ingetrokken, zodoende voor tonnen aan gewasbeschermingsmiddelen „bevroren‟ zijn, met aanzienlijke schade in hoofde van verzoekster tot gevolg”. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Dit houdt in dat het aan een verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een -voortdurende- tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. De spoedeisendheid zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Het volstaat niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. VII-40.905-5/7
- De verzoekende partij toont niet aan dat door de bestreden beslissing haar voortbestaan als onderneming in het gedrang komt of dat dit financieel nadeel een zodanige impact heeft dat zij dit niet kan lijden tot uitspraak over het annulatieberoep is gedaan. Zij brengt geen concrete gegevens of cijfers aan en het volstaat evenmin te stellen, zoals de verzoekende partij doet, dat die intrekking gepaard gaat met aanzienlijke “financiële repercussies” met verwijzing naar het verlies van klanten, hoge opslagkosten, vernietiging van in beslag genomen goederen en productaansprakelijkheid van de verzoekende partij. Zij draagt daartoe geen stukken noch cijfergegevens bij. De beweringen met betrekking tot de aanzienlijke schade en de aanzienlijke financiële repercussies volstaan op zich niet. Er worden geen stukken, concrete gegevens of cijfers voorgelegd.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken, BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-40.905-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.905-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.301 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.728 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div