id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.304 Rolnummer: A. 231669/X-17790 Zaak: Arrest 249304 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 22/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-08 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.304 van 22 december 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.304 van 22 december 2020 in de zaak A. 231.669/X-17.790 In zake: William VANDERMERCKEN woonplaats kiezend te 1653 Dworp Halderbosstraat 15 tegen: de STAD HALLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Junior Geysens kantoor houdend te 1000 Brussel Bisschoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- Met een op 24 augustus 2020 ingediend verzoekschrift vraagt William Vandermercken de schorsing van de tenuitvoerlegging van “Art. 1 politieverordening – maatregelen Covid-19 – verplicht bedekken van neus en mond voor personen ouder dan 12 jaar, van 24 juli 2020, gedeeltelijk, namens de burgemeester uitgevaardigd”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
- X-17.790-1/5 Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. William Vandermercken, die in persoon verschijnt, en advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: Raad van State-wet). III. Feiten
- De burgemeester van de stad Halle oordeelt het op 24 juli 2020 “noodzakelijk om dringende maatregelen te treffen om zo het gevaar voor de volksgezondheid [ten gevolge van het COVID-19-virus] te beperken en het risico op verspreiding maximaal te beheersen”. Daartoe beslist de burgemeester bij politieverordening dat het op het grondgebied van de stad Halle voor alle personen vanaf 12 jaar verplicht is om op een aantal opgesomde locaties de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of een veilig alternatief in stof (artikel 1). De verordening is van toepassing vanaf 25 juli 2020 (artikel 2). Op 19 augustus 2020 vervangt de burgemeester met onmiddellijke ingang artikel 1 van de politieverordening van 24 juli 2020 door een nieuwe bepaling, waardoor de verplichting tot het dragen van een mondmasker wordt opgeheven wat bepaalde locaties betreft. Deze aanpassing wordt op haar beurt opgeheven door een politieverordening van de burgemeester van 11 september 2020, waarbij de locaties en de tijdstippen waarop de mond en de neus bedekt moeten worden, nog meer beperkt worden. X-17.790-2/5 IV. Verzoek tot uitbreiding van het voorwerp en ontvankelijkheid
- Op 4 september 2020 deelt verzoeker mee dat zijn verzoekschrift “niet meer van toepassing” is op artikel 1 van de politieverordening van 24 juli 2020, maar nu gericht is tegen artikel 1 van de politieverordening van 19 augustus
- Van haar kant werpt de verwerende partij verzoeker tegen niet over het rechtens vereiste belang te beschikken.
- Een onderzoek van en een uitspraak over een en ander komt vooralsnog overbodig voor. Zoals hierna zal blijken is hoe dan ook aan minstens één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet voldaan. V. Grondvoorwaarden voor een schorsing
- Krachtens artikel 17, § 1, van de Raad van State-wet kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten op voorwaarde, onder andere, dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. De feiten die deze spoedeisendheid verantwoorden, dienen overeenkomstig artikel 17, § 2, eerste lid, van de Raad van State-wet en artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging kort geding voor de Raad van State‟ in het verzoekschrift tot schorsing te worden aangevoerd. VI. Voorwaarde van de spoedeisendheid Standpunt van de partijen
- In het verzoekschrift kan worden gelezen dat verzoeker graag gaat wandelen, zich regelmatig op het grondgebied van de stad Halle bevindt, en dat de politieverordening, zoals ze geformuleerd is, “chaos” creëert doordat ze X-17.790-3/5 ingaat tegen de logica van het besluit van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 28 juli 2020 „houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken‟. Verzoeker wil inzonderheid “de schade” beperken ten gevolge van “angst, verwarring, dwaling (maar wel met mogelijke vervolging van daders die niet weten wat ze moeten doen of welke regels de juiste zijn)”.
- In de nota doet de verwerende partij gelden dat verzoeker kennelijk in gebreke blijft om gegevens aan te brengen die de spoedeisendheid zouden kunnen verantwoorden. Beoordeling
- Er is reden om het verweer van de verwerende partij bij te vallen. Dat doet ter terechtzitting verzoeker ook zelf, door toe te geven dat er in het verzoekschrift niets over de spoedeisendheid staat. Verzoeker doet niet met voldoende precieze en nauwkeurige gegevens blijken van de urgentie die voor een schorsing vereist is.
- Alvast de schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. X-17.790-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.790-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.304 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.997 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div