← België

Arrest 249343 - Wapens - 28/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.343 Rolnummer: A. 229519/XIV-38186 Zaak: Arrest 249343 - Wapens - 28/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-28 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.343 van 28 december 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 249.343 van 28 december 2020 in de zaak A. 229.519/XIV-38.186 In zake: XXXX woonplaats kiezend te 1740 Ternat Terlindenstraat 114 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 november 2019, strekt tot de nietig- verklaring van de “beslissing van de minister van Justitie inzake het beroep van [verzoeker] tegen het de beslissing van de provinciegouverneur van Vlaams-Brabant d.d. 28 augustus 2018”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 23 januari
  3. XIV-38.186-1/4 Op respectievelijk 7 juli 2020 en 6 juli 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 december 2020, om 15.45 uur. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, XIV-38.186-2/4 tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. De door verzoeker op het uitwisselingsplatform e-ProAdmin neergelegde memorie van wederantwoord is niet gebeurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent. De memorie is derhalve laattijdig.
  6. Verzoeker, die gebruik maakt van de elektronische procesvoering, voert vooreerst aan dat hij in de volle overtuiging was dat hij zijn memorie van wederantwoord tijdig had ingediend aangezien hij een ontvangstbevestiging ontving waarin hem werd meegedeeld dat deze goed werd neergelegd. Tevens wordt dit dossierstuk op e-ProAdmin als “in orde” gekwalificeerd. Voorts doet verzoeker gelden dat hij niet is bijgestaan door een advocaat, dat de zaak voor hem emotioneel zeer belastend is en dat het hem de grootste moeite kost om zich schriftelijk uit te drukken. De ontvangstbevestiging waarop verzoeker doelt, is het (automatische) elektronisch bericht uitgaande van de griffie, waarin wordt bevestigd dat de memorie van wederantwoord goed werd neergelegd op het uitwisselingsplatform e-ProAdmin. Dit bericht doet evenwel geen enkele uitspraak over de tijdigheid van het indienen van het betrokken processtuk, noch kan uit de ontvangst ervan door verzoeker, enige uitspraak over de al dan niet tijdige indiening van het processtuk worden afgeleid. De (goede) ontvangst door de griffier ervan, noch de vermelding daarvan op e-ProAdmin, tonen derhalve het bestaan van overmacht of onoverwinnelijke dwaling in hoofde van verzoeker aan. Evenmin doen de door verzoeker geuite feitelijke omstandigheden zulks blijken.
  7. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker niet doet blijken van overmacht of een onoverkomelijke dwaling ter rechtvaardiging van het laattijdig toesturen van de memorie van wederantwoord. XIV-38.186-3/4 Krachtens het voormelde artikel 21, tweede lid, dient derhalve te worden vastgesteld dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietig- verklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  10. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achtentwintig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-38.186-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.343 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.