← België

Arrest 249364 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 30/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.364 Rolnummer: A. 225007/X-17209 Zaak: Arrest 249364 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 30/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-19 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.364 van 30 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 249.364 van 30 december 2020 in de zaak A. 225.007/X-17.209 In zake :

  1. Ludo BREPOELS
  2. Marc GIELEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Sarah Jacobs kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD SINT-TRUIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de CV NIEUW SINT-TRUIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 19 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Sint-Truiden van 19 februari 2018 houdende de goedkeuring van de zaak van de wegen en de grondafstand met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag van de cv Nieuw Sint-Truiden voor het bouwen van 49 sociale wooneenheden met twee ondergrondse parkings op een terrein tussen de Dellingweidestraat en de Jan van Xantenlaan te Sint-Truiden. X-17.209-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De cv Nieuw Sint-Truiden heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 7 juni
  5. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij, de tussenkomende partij en verzoekers hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 oktober
  6. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joy Vingerhoets, die loco advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Sarah Jacobs verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Liesbeth Peeters, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Stefano Geebelen, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. X-17.209-2/13 III. Feiten
  8. Een zijde van het woonperceel van eerste verzoeker paalt aan de oostelijke zijde van de Dellingweidestraat te Sint-Truiden. Het woonperceel van tweede verzoeker ligt in de onmiddellijke omgeving van het kruispunt tussen de Dellingweidestraat en de Witte-Brugstraat. Tussen de westelijke zijde van de Dellingweidestraat en de Jan van Xantenlaan te Sint-Truiden ligt een terrein dat krachtens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden – Tongeren, gelegen is in woonuitbreidingsgebied (hierna: het betrokken terrein). Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de basiskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht.
  9. Op 31 mei 2017 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden een stedenbouw- kundigevergunningsaanvraag in voor een sociaal woonproject op het betrokken X-17.209-3/13 terrein. De huisvestingsmaatschappij wil 49 sociale wooneenheden met twee ondergrondse parkings oprichten. Het project van de huisvestingsmaatschappij voorziet verder onder meer de aanleg van twee nieuwe doodlopende toegangswegen die allebei aansluiten op de Dellingweidestraat. 5.
  10. Tijdens het van 11 juli tot 9 augustus 2017 georganiseerde openbaar onderzoek worden 27 bezwaarschriften ingediend. 5.
  11. In zijn bezwaarschrift stelt eerste verzoeker onder meer: “Invloed op het verkeer in onze wijk De in- en uitrit van de twee geplande parkings gebeuren beide langs de Dellingweidestraat […] De mobiliteit van de Aalsterweg/Dellingweide/Dellingweidestraat en Jan van Xantenlaan wordt nog meer belast en gaat de draagkracht te boven. De Dellingweidestraat is een kleine woonstraat van nog geen 6 meter breed, zonder fietspad en zonder voetpad en met nauwelijks een berm naast de weg. De straat biedt nauwelijks plaats aan 2 kruisende voertuigen. Deze straat is enkel geschikt om het verkeer af te wikkelen van de enkele woningen die gelegen zijn aan de Dellingweidestraat zelf en de achterliggende Witte Brugstraat. Meer verkeersgebruik voor mobiliteit of parkeren, kan deze straat niet aan. Dit was voorheen een kleine enkele betonbaan, welke nu iets breder gemaakt werd, doch onvoldoende voor het komende groeiend verkeer. De bewoners van de Aalsterweg hebben nu ook al een druk verkeer voor hun straat, nog aangevuld met het fietsroutenetwerk. De bijkomende verkeersdrukte van meer dan 50 geplande extra woongelegenheden kan voor deze straat ook een groot probleem worden. En dan spreken we nog niet van verkeer van de Champagne-site, waarvan er zeker ook een deel langs vermelde wegen zal gaan komen of sluipen. Wat voorziet het gemeentelijk mobiliteitsplan voor deze problematiek? In elk van de gestelde vraagstukken inzake mobiliteit, milieuproblematiek, e.d. wordt door CV Nieuw Sint-Truiden bij haar aanvraag eenvoudig vermeld dat de invloed niet aanzienlijk is. Erg gemakkelijk bijgebracht, want op alle vragen naar enige invloed wordt telkens gesteld dat de invloed niet aanzienlijk is, maar geen studie en geen toetsingstrumenten ter zake, welke deze stellingname bekrachtigt, toelicht of bevestigt. Dit is niet met de nodige ernst geargumenteerd en onderbouwd! Zijn er wel voldoende parkeerplaatsen voor alle bewoners en bezoekers? Als slechts enkele bewoners, of bezoekers hun auto op de Dellingweidestraat parkeren, zit het verkeer reeds strop. Hier werd niet de nodige zorgvuldigheid aan de dag gelegd, noch bestudeerd, in het belang van iedereen”. X-17.209-4/13 In zijn bezwaarschrift stelt tweede verzoeker onder meer: “Verkeersbelasting: gezien een verdubbeling van het aantal woongelegenheden zal het verkeer, zowel in- en uitstroom verdubbelen. Er is geen mobiliteitsstudie die kan aantonen dat het verkeer vlot zal kunnen verlopen, integendeel”.
  12. Bij besluit van 13 oktober 2017 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Truiden de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. 7.
  13. Tegen het laatstgenoemde besluit wordt door verzoekers bestuurlijk beroep ingesteld bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Limburg. 7.
  14. Op 22 januari 2018 adviseert de provinciale stedenbouwkundig ambtenaar om het bestuurlijk beroep van verzoekers in te willigen en de stedenbouwkundige vergunning te weigeren gelet op, onder meer, het ontbreken van een beslissing van de gemeenteraad over de zaak van de wegen.
  15. Met het besluit van 19 februari 2018 keurt de gemeenteraad van de stad Sint-Truiden de voorgestelde wegenisaanleg en de grondafstand goed. Dit is het bestreden besluit.
  16. Met een schrijven van 22 februari 2018 bezorgt de tussenkomende partij het bestreden besluit aan de deputatie. 10.
  17. Bij beslissing van 1 maart 2018 verklaart de deputatie het bestuurlijk beroep van verzoekers ongegrond en verleent zij de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Tegen deze beslissing stellen verzoekers een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. 10.
  18. Bij arrest nr. RvVb-A-1819-1117 van 18 juni 2019 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen de laatstgenoemde beslissing van de deputatie. X-17.209-5/13 IV. Ontvankelijkheid Exceptie
  19. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op wegens het ontbreken van het vereiste belang. Volgens de verwerende partij volgt de door verzoekers gevreesde hinder niet uit de bestreden beslissing, maar uit het woonproject van de tussenkomende partij, dat niet ter beoordeling stond van de gemeenteraad. Bovendien zijn de woningen van verzoekers niet in de Dellingweidestraat gelegen, zodat zij geenszins aantonen enige hinder te ondervinden door de nieuwe wegenis. Beoordeling 12.
  20. Verzoekers wonen in de onmiddellijke nabijheid van het bestreden wegentracé dat aansluit op de Dellingweidestraat, die de enige ontsluitingsweg vormt voor de auto‟s van en naar de aangevraagde 49 wooneenheden. Gelet op de mogelijke mobiliteitsimpact op de woon- en leefomgeving van verzoekers die aldus wel degelijk uit de bestreden beslissing voortvloeit, doen zij blijken van het vereiste belang bij de nietigverklaring. 12.
  21. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 13.
  22. In het eerste middel wordt de schending aangevoerd van artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), van artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 „betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsaanvragen en aanvragen tot verkavelingswijziging‟ (hierna: het besluit van 5 mei 2000), alsook van het materiëlemotiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. X-17.209-6/13 13.
  23. Verzoekers wijzen er op dat het bestreden besluit geen enkele motivering bevat. De noodzakelijkheid van het nieuwe wegentracé en de impact ervan op de bestaande mobiliteitssituatie werd niet beoordeeld, minstens kan een en ander niet worden afgeleid uit de bestreden beslissing. Verzoekers stellen dat deze tekortkoming des te meer klemt nu zij vanaf het begin bezwaren hebben geformuleerd met betrekking tot de mobiliteitsimpact voor de omliggende straten. De verwerende partij heeft evenwel geen rekening gehouden met de ingediende bezwaren. Zij heeft evenmin een belangenafweging gemaakt, noch rekening gehouden met alle feitelijke en juridische aspecten van het dossier, waaronder de impact voor de mobiliteitssituatie in de onmiddellijke omgeving. 14.
  24. In haar memorie van antwoord betwist de verwerende partij het belang van verzoekers bij het eerste middel. Zij stelt dat verzoekers bezwaren, alsook hun middel, betrekking hebben op de verkeersdruk die het woonproject teweeg zal brengen in de Dellingweidestraat. In het bestreden besluit wordt evenwel terecht geen uitspraak gedaan over het tracé of de uitrusting van die straat. De gemeenteraad mag zich immers enkel uitspreken over het tracé en de uitrusting van de nieuwe wegenis, die in dit geval bestaat uit twee doodlopende straten ten dienste van de bewoners en de bezoekers van het sociaal woonproject. 14.
  25. Ten gronde betoogt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat de gemeenteraad niet bevoegd is om zich uit te spreken over de verkeersdruk die het sociale woonproject teweeg zal brengen. Dat aspect moet worden beoordeeld door de vergunningverlenende overheid. Volgens de verwerende partij uiten verzoekers geen kritiek op het tracé en de uitrusting van de nieuwe wegenis. Bovendien worden het tracé en de uitrusting duidelijk omschreven in de documenten bij de vergunningsaanvraag.
  26. In haar toelichtende memorie repliceert de tussenkomende partij dat verzoekers‟ bezwaren gericht zijn tegen de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor het bouwproject. De gemeenteraad kan zich in het bestreden besluit niet uitlaten over die bezwaren, aangezien hij niet bevoegd is om de verenigbaarheid van de stedenbouwkundige aanvraag met de goede ruimtelijke ordening te beoordelen. De motivering in het bestreden besluit verwijst naar de X-17.209-7/13 aanvraag, waarin het tracé van de wegen onmiskenbaar staat ingetekend. Die motivering houdt verband met de zaak van de wegen en volstaat om het bestreden besluit te ondersteunen. Beoordeling 16.
  27. Artikel 41, eerste lid, eerste zin, van de Grondwet luidt: “De uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen worden door de gemeenteraden of de provincieraden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld.” Artikel 162, eerste lid en tweede lid, 2°, van de Grondwet luidt: “De provinciale en gemeentelijke instellingen worden bij de wet geregeld. De wet verzekert de toepassing van de volgende beginselen: [...] 2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor alles wat van provinciaal en van gemeentelijk belang is, behoudens goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald.” Het toentertijd toepasselijke artikel 4.2.25, eerste lid, VCRO bepaalt: “Als de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag”. De toentertijd geldende artikelen 2, eerste lid, en 42, §§ 1 en 2, van het gemeentedecreet luiden: “Art. 2 De gemeenten beogen om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet zijn ze bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang voor de verwezenlijking waarvan ze alle initiatieven kunnen nemen. […] Art. 42 §
  28. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van X-17.209-8/13 bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, bepaald in artikel
  29. §
  30. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daartoe algemene regels vaststellen.” Krachtens de hiervoor geciteerde bepalingen van de Grondwet en het gemeentedecreet beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid voor aangelegenheden van gemeentelijk belang, waaronder de in artikel 4.2.25, eerste lid, VCRO bedoelde wegenisaanleg. Het bestreden besluit past binnen deze bevoegdheid. 16.
  31. Artikel 10 van het besluit van 5 mei 2000 stelde toentertijd dat in geval van een vergunningsaanvraag die wegeniswerken omvat als vermeld in artikel 4.2.25 VCRO, de gemeenteraad een gemotiveerd besluit over de zaak van de wegen neemt. 16.
  32. Wanneer de gemeenteraad het tracé van de wegen bepaalt, oefent hij een verordenende bevoegdheid uit waarbij de algemeenheid van de geadresseerden vooropstaat. 16.
  33. Het bepalen van het voornoemde tracé moet steunen op motieven van algemeen belang, die meer bepaald verband houden met een uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening doordacht gemeentelijk wegennet. Zoals de Raad van State in herinnering bracht in het arrest nr. 247.984 van 1 juli 2020, dient de gemeenteraad daarbij uit te maken of het nieuwe wegtracé op de gepaste wijze aansluit op het bestaande wegennetwerk. 16.
  34. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de beslissende overheid de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen. De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat het bestreden besluit moet worden gedragen door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. X-17.209-9/13 Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren, volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, moet hij dit antwoord vinden in een algemene stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is, hetzij in een antwoord op een bezwaar of opmerking van een andere bezwaarindiener of op een advies van een overheidsinstantie.
  35. In de onderhavige zaak benadrukten verzoekers in hun tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften de mobiliteitsdruk vanuit het nieuwe wegtracé op de omliggende straten, in het bijzonder de Dellingweidestraat. De eerste verzoeker heeft er op gewezen dat de Dellingweidestraat “een kleine woonstraat van nog geen 6 meter breed, zonder fietspad en zonder voetpad en met nauwelijks een berm naast de weg” is, zodat ze ongeschikt is om het autoverkeer af te wikkelen van en naar het nieuwe wegtracé. Aldus hebben verzoekers in hun bezwaarschriften de problematiek van de aansluiting van het nieuwe wegtracé op het bestaande wegennetwerk bekritiseerd.
  36. De in randnummer 14.1 aangehaalde exceptie van de verwerende partij steunt op haar uitgangspunt dat de gemeenteraad onbevoegd zou zijn om zich uit spreken over de aansluiting van het nieuwe wegtracé op het bestaande wegennetwerk. Uit hetgeen hiervoor, in randnummer 16.4, is vastgesteld, volgt dat het laatstgenoemde uitgangspunt onjuist is. Bijgevolg wordt de aangevoerde exceptie verworpen.
  37. Ook ten gronde gaan de verwerende partij en de tussenkomende partij er ten onrechte van uit dat het de gemeenteraad niet zou toekomen om te oordelen over de aansluiting van het nieuwe wegtracé op het bestaande wegennetwerk. X-17.209-10/13
  38. Het bestreden besluit vermeldt weliswaar de toepasselijke reglementering en verwijst naar de aanvraag, doch het bevat geen formele inhoudelijke motivering. Noch in de tekst van het bestreden besluit, noch in enig stuk van het administratief dossier wordt verwezen naar de bezwaarschriften van verzoekers, laat staan dat daarin iets inhoudelijk over de aangevoerde bezwaren wordt gezegd. Hoewel hij daar door de aangevoerde rechtsregels toe verplicht was, blijkt niet dat de gemeenteraad van de stad Sint-Truiden standpunt heeft ingenomen over de in verzoekers‟ bezwaarschriften opgeworpen problematiek van de aansluiting van het nieuwe wegtracé op de Dellingweidestraat. Nochtans vormt die problematiek een wezenlijk onderdeel van de inpassing in het globale wegennet van het in de aanvraag van de tussenkomende partij voorziene wegtracé. Het blijkt niet welk rechtens verantwoord motief er was om ten tijde van het bestreden besluit aan te nemen dat het nieuwe wegtracé op gepaste wijze aansluit op het bestaande wegennetwerk.
  39. Het eerste middel is gegrond. VI. Kosten
  40. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  41. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. X-17.209-11/13 BESLISSING
  42. De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Sint-Truiden van 19 februari 2018 houdende de goedkeuring van de zaak van de wegen en de grondafstand met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag van de cv Nieuw Sint-Truiden voor het bouwen van 49 sociale wooneenheden met twee ondergrondse parkings op een terrein tussen de Dellingweidestraat en de Jan van Xantenlaan te Sint-Truiden.
  43. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  44. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.209-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.209-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.364 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.