id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.376 Rolnummer: A. 229949/X-17647 Zaak: Arrest 249376 - Tucht (openbaar ambt) - 30/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-15 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.376 van 30 december 2020 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.376 van 30 december 2020 in de zaak A. 229.949/X-17.647 In zake: Ingrid VAN BERGHEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annick Boljau kantoor houdend te 2170 Merksem Ringlaan 40 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karl De Schoenmaeker kantoor houdend te 1930 Zaventem Luchthaven Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan door advocaat Thomas De Donder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 270
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepscommissie voor Tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp
- Het beroep, ingesteld op 8 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de algemeen directeur van de stad Antwerpen van 2 april 2019 om Ingrid Van Berghen te straffen met het ontslag van X-17.647-1/4 ambtswege, en van de beslissing van de beroepscommissie voor tuchtzaken van 12 november 2019 om de eerstgenoemde beslissing niet te vernietigen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 247.437 van 22 april 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen ingewilligd. Het genoemde arrest is op 23 april 2020 aan de verwerende partijen ter kennis gebracht. Op respectievelijk 20 augustus 2020, 18 augustus 2020 en 17 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Shanna Schuerewegen, die loco advocaat Annick Boljau verschijnt voor verzoekster, advocaat Inge Derde, die loco advocaten Karl De Schoenmaeker en Thomas De Donder verschijnt voor de eerste verwerende partij en advocaat Angelique Van De Meirssche, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. X-17.647-2/4 Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de Raad van State-wet). III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 6, van de Raad van State-wet en artikel 11/2, § 1, van het algemeen procedurereglement kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- De verwerende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Integendeel zijn de bestreden beslissingen ingetrokken geworden – de eerste bestreden beslissing door de eerste verwerende partij op 19 mei 2020, de tweede bestreden beslissing door de tweede verwerende partij op 26 mei
- Hieruit volgt dat er geen reden is om de bestreden beslissingen volgens de versnelde procedure van artikel 11/2, § 1, van het algemeen procedurereglement nietig te verklaren, maar om het beroep als “doelloos” te verwerpen bij gebrek aan voorwerp. De kosten komen ten laste van de verwerende partijen, inbegrepen een basisrechtsplegingsvergoeding van 700 die evenwel, vanwege artikel 67, § 2, laatste lid, van het algemeen procedurereglement, niet verhoogd wordt. X-17.647-3/4
- Door de intrekking van de bestreden beslissingen heeft de opgelegde schorsing opgehouden uitwerking te hebben. Een opheffing van de schorsing overeenkomstig artikel 17, § 10, van de Raad van State-wet is hierdoor niet meer nodig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoekster. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.647-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.376 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.