id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.378 Rolnummer: A. 230185/X-17666 Zaak: Arrest 249378 - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 30/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-15 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.378 van 30 december 2020 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Federale reglementen (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.378 van 30 december 2020 in de zaak A. 230.185/X-17.666 In zake: de N.V. GHELAMCO INVEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Gerven, Jens Mosselmans en Stef Feyen kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan door advocaten Benoît Allemeersch, Wim De Meester en Anne-Sophie Houtmeyers kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Medialaan 28b tegen:
- het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST, vertegenwoordigd door de Commissie voor toegang tot bestuursdocumenten bijgestaan en vertegenwoordigd door Advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen
- de STAD BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Virgini Dor en Youri Musschebroeck kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 februari 2020, strekt tot de nietigverklaring van : X-17.666-1/5 “-de beslissing van de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 december 2019, aangeduid als beslissing nr. 362.19” en - “Voor zover als nodig, de beslissing van de Stad Brussel van 22 augustus 2019 met referentie 45.950/G waarbij het verzoek van Ghelamco om afschrift van bestuursdocumenten van 25 juli 2019 wordt afgewezen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben elk een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 mei
- De verzoekende partij heeft op 14 juli 2020 een memorie van wederantwoord ingediend. Op 18 september 2020 en 19 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan respectievelijk de verzoekende partij en de verwerende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 november
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stef Feyen, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Daisy Daniels, die loco advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony X-17.666-2/5 Poppe verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Youri Musschebroeck, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: de Raad van State-wet). III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Het gaat om een zware, strenge sanctie, die de wetgever uitdrukkelijk heeft gewild en waarvan slechts kan worden afgezien in geval van overmacht of onoverwinnelijke dwaling.
- Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de Raad van State-wet en van artikel 14bis, § 1, van het algemeen procedurereglement. De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van het algemeen procedurereglement. X-17.666-3/5
- Zij legt uit dat het voorliggende beroep zeer nauw samenhangt met twee andere beroepen die zij bij de Raad van State instelde en dat zij zich ervan bewust was dat zij in één van de drie zaken ten laatste op 10 juli 2020 een memorie van wederantwoord moest neerleggen. Per vergissing evenwel heeft zij op 10 juli 2020 geen memorie van wederantwoord ingediend in de voorliggende zaak, maar in die met nr. A. 230.228/X-17.670, waarin zij daarvoor nog tot 14 juli 2020 de tijd had. Volgens de verzoekende partij staat vast dat de verwerende partijen door deze vergissing geen schade hebben opgelopen en dat de vergissing evenmin het verloop van de rechtspleging heeft gehinderd.
- De aangevoerde tekortkoming in de interne organisatie van de verzoekende partij laat zich niet als overmacht of onoverwinnelijke dwaling kwalificeren. De omstandigheid dat het overschrijden van de termijn voor het indienen van de memorie van wederantwoord weinig tot geen nadelige gevolgen voor de andere partijen of het procedureverloop zou hebben, verandert dat niet. Ook de verwijzing naar de zaak waarin het arrest van de Raad van State nr. 222.663 van 28 februari 2013 tussenkwam, kan de verzoekende partij niet baten. In die zaak was, anders dan in de voorliggende zaak, wél tijdig een memorie van wederantwoord aan de Raad van State toegestuurd, zij het met vermelding van een verkeerd rolnummer.
- Concluderend wordt te dezen vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.666-4/5
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.666-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div