← België

Arrest 249380 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/12/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.380 Rolnummer: A. 229665/X-17627 Zaak: Arrest 249380 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-01-15 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 01:50 Fiche Arrest nr 249.380 van 30 december 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 249.380 van 30 december 2020 in de zaak A. 229.665/X-17.627 In zake:

  1. Johan MICHELS
  2. Patrick REUBENS
  3. Carine HULST
  4. Erna HELLINCKX
  5. Sylvia VANLOFFELT
  6. Claude BUIDIN
  7. Georges STANDAERT
  8. Dieter HOORNAERT
  9. Maurice VERMAEL
  10. Rik DEKETELAERE
  11. de VZW GROEN
  12. de VZW YACHT
  13. de BVBA PIC-QUICK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Reylandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelse Steenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Katrien Dams en Sven Vernaillen kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV MAATSCHAPPIJ VAN DE BRUGSE ZEEHAVEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Magali Van Landegem en Neil Braeckevelt kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-17.627-1/6 I. Voorwerp van het beroep
  14. Het beroep, ingesteld op 29 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et [b]esluit van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het voorkeursbesluit betreffende het complexe project „Verbetering van de nautische toegankelijkheid tot de (achter)haven van Zeebrugge dd. 28.06.2019‟”. II. Verloop van de rechtspleging
  15. Bij arrest nr. 247.807 van 17 juni 2020 wordt het beroep ingediend door Marguerite Vanderbeke en Katrien Lefever als niet verricht beschouwd en wordt ten aanzien van de overige partijen de gewone rechtspleging vervolgd. De nv Maatschappij van de Brugse Zeehaven heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 9 maart
  16. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 22 juni
  17. Op respectievelijk 29 september 2020, 22 september 2020 en 29 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. X-17.627-2/6 De verzoekende partijen hebben gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 december
  18. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Katrien Dams, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Magali Van Landegem, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  19. III. Beoordeling
  20. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partijen van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. X-17.627-3/6 De verzoekende partijen hebben geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd.
  21. In haar verzoek om te worden gehoord en ter terechtzitting deelt de huidige raadsvrouw van verzoekers mee dat zij er door hun vorige raadsman niet van in kennis is gesteld dat hij een memorie van antwoord had ontvangen, dat zij ervan uitging “dat zij nog zou worden aangeschreven door de Griffie van de Raad met mededeling van de memories van de verwerende partij” en dat zij “in de overtuiging was dat er achterstand was van betekeningen van de memories omwille van Corona”. Er is volgens de raadsvrouw sprake van dwaling en overmacht, die verzoekers niet kunnen worden toegerekend.
  22. De memorie van antwoord is op 22 juni 2020 geldig betekend geworden aan verzoekers, op het adres van hun toenmalige raadsman bij wie woonplaatskeuze werd gedaan. De betekening is om evidente reden dan ook niet overgedaan naar aanleiding van de mededeling bij aangetekend schrijven van 17 juli 2020 van de huidige raadsvrouw van verzoekers dat zij de vorige raadsman opvolgt. Noch het feit dat de vorige raadsman van verzoekers zou hebben nagelaten de huidige raadsvrouw over de memorie van antwoord en de lopende termijn voor het indienen van een memorie van wederantwoord in te lichten, noch de veronderstelling van de huidige raadsvrouw dat er bij de griffie een achterstand was in de betekening van memories “gezien coronaomstandigheden”, maakt een afdoende verontschuldiging uit voor het niet tijdig indienen van een memorie van wederantwoord. Het eerste is een kwestie van miscommunicatie tussen de raadslieden, het tweede een louter gratuite, onjuiste aanname. Geen van beide kunnen overmacht of onoverwinnelijke dwaling staven. X-17.627-4/6
  23. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Kosten
  24. Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 „tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand‟, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
  25. Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  26. De Raad van State verwerpt het beroep.
  27. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 2600 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De onterecht betaalde bijdragen ten bedrage van 240 euro dienen te worden terugbetaald. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-17.627-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig december tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.627-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.380 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.