← België

Cassatiebeschikking 13612 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/01/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 09 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.612 Rolnummer: A. 229658/XIV-38207 Zaak: Cassatiebeschikking 13612 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 09/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-01-20 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-25 22:40 Fiche Beschikking nr 13.612 van 9 januari 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.612 van 9 januari 2020 in de zaak A. 229.658/XIV-38.207 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pauline Delgrange kantoor houdend te 1210 Brussel Haachtsesteenweg 55 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 december 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 228.205 van 29 oktober 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 11 december 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, artikel 62 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Verzoeker is van oordeel dat de XIV-38.207-1/2 Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de aangehaalde bepalingen en beginselen niet “correct” heeft toegepast, doch daarmee vraagt hij in wezen een nieuwe beoordeling van de zaak. De Raad van State vermag als administratieve cassatierechter echter niet de beoordeling van de zaak door de annulatierechter over te doen. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. Verzoeker heeft voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet de schending opgeworpen van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni
  3. Hij voert ook niet aan en toont a fortiori ook niet aan dat hij daartoe niet in de mogelijkheid was. Bijgevolg vermag verzoeker de schending van deze verdragsbepaling niet voor het eerst op te werpen voor de Raad van State als administratieve cassatierechter. Het enige middel is in die mate kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op negen januari tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.207-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.612 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.