id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 januari 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.643 Rolnummer: A. 229748/XIV-38218 Zaak: Cassatiebeschikking 13643 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 28/01/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-02-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-26 01:12 Fiche Beschikking nr 13.643 van 28 januari 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.643 van 28 januari 2020 in de zaak A. 229.748/XIV-38.218 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Vancraeynest kantoor houdend te 5530 Yvoir avenue de Fidevoye 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 10 december 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 228.544 van 7 november 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 19 december 2019 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ specifiek aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin XIV-38.218-1/3 van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. Verzoeksters kritiek “dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn motiveringsplicht niet naleefde, voor zover deze een onjuiste interpretatie van de formele motivering van het CGVS valideerde” betreft de juistheid van de gegeven motieven en houdt derhalve geen verband met de jurisdictionele motiveringsplicht als vormvereiste. Verzoekster betwist ook niet – en toont a fortiori niet de onwettigheid aan van – het concreet onderbouwde motief in het bestreden arrest dat verzoeksters kritiek als zouden haar kinderen wel gehoord zijn doch nergens worden vermeld in de aanvankelijk bestreden beslissing, feitelijke grondslag mist. Verzoekster gaat niet in op het motief in het bestreden arrest “dat de algemene bepaling dat de belangen van het kind bij elke handeling die het kind aangaat de eerste overweging vormen geen afbreuk kan doen aan de eigenheid van het asielrecht, waarin artikelen 48/3 en 48/4 van de vreemdelingenwet in uitvoering van Europese regelgeving en van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 in duidelijk omschreven voorwaarden voorzien voor de erkenning als vluchteling dan wel de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus”. Daarenboven is ingevolge de devolutieve werking van verzoeksters beroep tegen de aanvankelijk bestreden beslissing het bestreden arrest in de plaats gekomen van de aanvankelijk bestreden beslissing. Verzoekster gaat niet in op de motieven ten gronde om de erkenning als vluchteling en de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus te verwerpen, behoudens wat betreft de bloedwraak. Deze laatste kritiek is echter, zoals hierna zal blijken, kennelijk ongegrond.
- Verzoekster houdt voor dat haar argumenten betreffende bloedwraak in Albanië niet zouden zijn onderzocht. In het bestreden arrest wordt in antwoord op verzoeksters argumentatie wat het gevaar voor bloedwraak betreft indien zij haar echtgenoot op de hoogte zou stellen van het misbruik van haar dochter door haar schoonvader, gesteld “dat zij zich XIV-38.218-2/3 andermaal beperkt tot het afleggen van een aantal louter hypothetische verklaringen omtrent de mogelijke reactie van haar echtgenoot en een mogelijks hierop volgende reactie van haar schoonfamilie”, minstens “dat uit de door verzoekster geciteerde algemene informatie geenszins kan worden afgeleid dat zijzelf en haar gezin in het kader van een eventuele bloedwraak en indien zij bescherming zouden pogen te verkrijgen van hun autoriteiten, van zulke bescherming verstoken zouden blijven”. Dit laatste wordt concreet toegelicht met verwijzing naar “de COI Focus van 27 juni 2018”. Verzoekster gaat tevens voorbij aan de in het bestreden arrest aangehaalde elementen op grond waarvan “de ernst en de oprechtheid van verzoeksters vrees en van de verklaring dat zij in haar land in het kader van voormelde problemen verstoken zou blijven van bescherming worden ondergraven”. Verzoekster maakt geen schending van de jurisdictionele motiveringsplicht aannemelijk wat het voorgehouden gevaar voor bloedwraak betreft.
- Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op achtentwintig januari tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.218-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.643 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div