← België

Cassatiebeschikking 13807 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.807 Rolnummer: A. 230790/XIV-38347 Zaak: Cassatiebeschikking 13807 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-08-05 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-13 21:16 Fiche Beschikking nr 13.807 van 23 juli 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.807 van 23 juli 2020 in de zaak A. 230.790/XIV-38.347 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Dassen kantoor houdend te 2070 Burcht Pastoor Coplaan 241 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 9 april 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. é.685 van 9 maart 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 juni 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker acht artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ geschonden omdat in het bestreden arrest niet wordt geantwoord op de door verzoeker opgeworpen schending van de materiëlemotiveringsplicht, de zorgvuldigheidsplicht, het redelijkheidsbeginsel en de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. XIV-38.347-1/2 Verzoeker gaat eraan voorbij dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te dezen met hervormingsbevoegdheid uitspraak heeft gedaan, zodat hij de zaak opnieuw in haar geheel heeft onderzocht en zich niet heeft beperkt tot een loutere wettigheidscontrole. Bovendien licht verzoeker niet toe welke concrete kritiek tegen welke concrete motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing niet zou zijn beantwoord in het bestreden arrest. Verzoeker kan zich niet beperken tot een algemene verwijzing naar de in het middel aangehaalde beginselen en bepalingen. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 23 juli tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.347-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.