← België

Cassatiebeschikking 13812 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.812 Rolnummer: A. 230955/XIV-38373 Zaak: Cassatiebeschikking 13812 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-08-05 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-13 21:18 Fiche Beschikking nr 13.812 van 23 juli 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.812 van 23 juli 2020 in de zaak A. 230.955/XIV-38.373 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sylvie Micholt kantoor houdend te 8000 Brugge Maria van Bourgondiëlaan 7B bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 12 mei 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 235.246 van 16 april 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 24 juni 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Algemeen bekende feiten zijn feiten die ieder ontwikkeld mens kent of uit algemeen toegankelijke bronnen kan kennen. De rechter mag dergelijke feiten steeds betrekken in zijn beslissing, doch het vormt geen schending van de jurisdictionele motiveringsplicht om zich niet ambtshalve, dus zonder dat een partij er melding van heeft gemaakt, te beroepen op dergelijke feiten. Dit daargelaten de vraag of de door verzoeker voorgehouden gevolgen van het COVID-19-virus in Syrië en/of Venezuela een feit van algemene bekendheid waren en daargelaten de vaststelling dat verzoeker zelf deze kwestie niet heeft aangehaald voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen en evenmin een XIV-38.373-1/2 heropening van het debat heeft gevraagd omwille van deze kwestie. Verzoeker vermag er zich dan ook niet voor het eerst op te beroepen in de graad van administratieve cassatie. Het eerste middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond.
  2. Uit de behandeling van het eerste middel blijkt reeds dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet verplicht was ambtshalve rekening te houden met de door verzoeker voorgehouden gevolgen van het COVID-19-virus in Syrië en Venezuela. Het tweede middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op 23 juli tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.373-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.812 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.