← België

Cassatiebeschikking 13828 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/07/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.828 Rolnummer: A. 230283/XIV-38281 Zaak: Cassatiebeschikking 13828 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/07/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-08-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-13 21:23 Fiche Beschikking nr 13.828 van 27 juli 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.828 van 27 juli 2020 in de zaak A. 230.283/XIV-38.281 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thierry L’Allemand kantoor houdend te 2000 Antwerpen Britse Lei 47-49 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 18 februari 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 231.295 van 16 januari 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 1 juli 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat verzoekster in het eerste cassatiemiddel letterlijk het eerste middel herhaalt dat zij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft aangevoerd, met enkel de toevoeging dat “in tegenstelling tot hetgene bepaald in het arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel wel degelijk voldoende bewezen”. XIV-38.281-1/3 Verzoeksters kritiek tegen de aanvankelijk bestreden beslissing heeft geen betrekking op het bestreden arrest. De Raad van State is als administratieve cassatierechter niet bevoegd om in de beoordeling van de zaak zelf te treden door in de plaats van de eerste rechter na te gaan of de aanvankelijk bestreden beslissing al dan niet op zorgvuldige wijze is genomen. Het eerste middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  2. In het tweede cassatiemiddel beperkt verzoekster zich tot het herhalen van haar derde middel dat zij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft aangevoerd. Haar kritiek heeft dan ook geen betrekking op het bestreden arrest, minstens gaat zij voorbij aan de motieven van het bestreden arrest. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
  3. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft te dezen uitspraak gedaan over een beroep tot nietigverklaring tegen een beslissing van de verwerende partij houdende bevel om het grondgebied te verlaten. Met toepassing van artikel 39/2, § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) doet de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen over dergelijke beroepen uitspraak “als annulatierechter”. Artikel 39/76 van de vreemdelingenwet heeft daarentegen betrekking op de beroepen met volle rechtsmacht tegen de beslissingen van de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, waarvan te dezen geen sprake is. Het derde middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  5. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-38.281-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op zevenentwintig juli tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.281-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.828 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.