← België

Cassatiebeschikking 13940 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.940 Rolnummer: A. 231204/XIV-38411 Zaak: Cassatiebeschikking 13940 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-02 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-14 08:11 Fiche Beschikking nr 13.940 van 23 september 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.940 van 23 september 2020 in de zaak A. 231.204/XIV-38.411 In zake :

  1. XXXXX
  2. XXXXX
  3. XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pierre Robert kantoor houdend te 1000 Brussel Sint-Quentinstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 6 juli 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 235.382 van 4 juni 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 22 juli 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. In de aanvankelijk bestreden beslissing staat te lezen dat eerste verzoekster op 4 juli 2016 dreigberichten en -telefoons begon te ontvangen waarbij een som geld werd gevraagd om kogels te kunnen kopen. Die zin betreft echter het door eerste verzoekster gegeven feitenrelaas, dat zij zelf volledig kaderde in een politieke context, met name dat zij werd bedreigd omdat zij kritiek had geuit op de regering. Ook de motivering van de aanvankelijk bestreden beslissing heeft uitsluitend betrekking op de voorgehouden XIV-38.411-1/3 politieke achtergrond van de problemen, waar eerste verzoeksters verklaringen ongeloofwaardig worden bevonden wat de reden van de bedreigingen betreft, en vervolgens ook wat de bedreigingen zelf en de ernst ervan betreft. Hierbij wordt ook het gedrag van eerste verzoekster na het ontvangen van de voorgehouden bedreigingen in rekening gebracht. In de aanvankelijk bestreden beslissing betreffende eerste verzoekster is dus geen sprake van afpersing als dusdanig. Dit is slechts het geval in de aanvullende nota’s van de verzoekers van 29 januari 2020 en 13 maart
  5. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geeft in het bestreden arrest aan dat de verzoekers, naast de voorgehouden politieke achtergrond van hun relaas, ook benadrukken dat hun betere financiële positie tot grote problemen kan leiden als mogelijke slachtoffers van afpersing. Hij behandelt vervolgens de door de verzoekers in laatste instantie uitdrukkelijk als motief aangevoerde afpersing en vermocht daarbij, zonder de bewijskracht van de aanvankelijk bestreden beslissing of van de aanvullende nota’s van de verzoekers te schenden, te overwegen dat de verzoekers (voordien) op geen enkel ogenblik hebben aangegeven te vrezen voor afpersing. Het eerste middel is kennelijk ongegrond.
  6. Verzoeker werpt een schending op van artikel 8.2 van richtlijn 2011/95/EU van 13 december 2011 ‘inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming’, doch zonder daaraan een schending te koppelen van de bepalingen waarmee het voornoemde artikel is omgezet in het Belgische recht of zonder aan te voeren dat het voornoemde artikel niet of niet correct zou zijn omgezet in het Belgische recht. Het eerste onderdeel van het tweede middel is kennelijk niet- ontvankelijk.
  7. Uit niets blijkt dat de verwerende partij kennis had van informatie die geen deel uitmaakt van het administratief dossier of die niet ter kennis werd gebracht van de verzoekers. Er is dus geen sprake van een onevenwicht tussen de partijen. XIV-38.411-2/3 Het tweede onderdeel van het tweede middel is kennelijk ongegrond.
  8. Met het bestreden arrest worden de verzoekers niet erkend als vluchteling en wordt hen de subsidiaire beschermingsstatus geweigerd doch er wordt hen geen verwijderingsmaatregel opgelegd. De verzoekers kunnen zich bijgevolg niet dienstig beroepen op artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950 (hierna: het EVRM). In de mate dat de verzoekers tevens een schending opwerpen van artikel 13 van het EVRM, dient te worden vastgesteld dat zij, behalve een niet-ontvankelijk bevonden schending van artikel 3 van het EVRM, geen schending opwerpen van een ander door het EVRM beschermd recht. Derhalve kunnen zij zich niet dienstig beroepen op het voornoemde artikel
  9. Het derde onderdeel van het tweede middel is kennelijk niet- ontvankelijk. BESLUIT:
  10. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  11. De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, ieder voor een derde. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op drieëntwintig september tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.411-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.940 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.