← België

Cassatiebeschikking 13941 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/09/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.941 Rolnummer: A. 231137/XIV-38405 Zaak: Cassatiebeschikking 13941 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 23/09/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-10-01 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-14 08:11 Fiche Beschikking nr 13.941 van 23 september 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 13.941 van 23 september 2020 in de zaak A. 231.137/XIV-38.405 In zake : de GEMEENTE RAVELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Vanherck kantoor houdend te 2380 Ravels Meiboomlaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Stappers kantoor houdend te 2300 Turnhout Fuutstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juni 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 236.018 van 26 mei 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 22 juli 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De verzoekende partij steunt de voorgehouden schending van artikel 40bis in samenhang met artikel 41 de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) uitsluitend hierop dat de wetsbepaling “zeer duidelijk” is, dat de verzoekende partij “enkel [heeft] toegepast wat er in de wetsbepaling XIV-38.405-1/3 staat” en dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in drie eerdere arresten tot een ander oordeel is gekomen. De verzoekende partij gaat volledig voorbij aan de motieven van het bestreden arrest, onder meer de verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juli 2002 in de zaak C-459/99, BRAX tegen de Belgische Staat, waarin op de tweede prejudiciële vraag wordt geantwoord dat “artikel 4 van richtlijn 68/360 en artikel 6 van richtlijn 73/148 […] aldus [moeten] worden uitgelegd, dat een lidstaat op grond van deze bepalingen niet een verblijfsvergunning kan weigeren aan een onderdaan van een derde land die het bewijs kan leveren van zijn identiteit en van zijn huwelijk met een onderdaan van een lidstaat, en hem niet van het grondgebied kan verwijderen, op de enkele grond dat hij het grondgebied van de betrokken lidstaat onregelmatig is binnengekomen”. De verzoekende partij maakt dan ook geen schending van de artikelen 40bis en 41 van de vreemdelingenwet aannemelijk. Het eerste middel is kennelijk ongegrond.
  2. Het rechtszekerheidsbeginsel, de zorgvuldigheidsplicht en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn niet van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest. Het tweede middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. XIV-38.405-2/3 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op drieëntwintig september tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.405-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.13.941 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.