← België

Cassatiebeschikking 14043 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 13 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.043 Rolnummer: A. 231431/XIV-38438 Zaak: Cassatiebeschikking 14043 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 13/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-15 02:16 Fiche Beschikking nr 14.043 van 13 november 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.043 van 13 november 2020 in de zaak A. 231.431/XIV-38.438 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gérald Gaspart kantoor houdend te 1060 Brussel Berckmansstraat 89 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juli 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 237.416 van 24 juni 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) specifiek aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die beslissing te nemen. Om te voldoen aan de jurisdictionele motiveringsplicht is het niet XIV-38.438-1/5 relevant of die motieven in rechte of in feite juist zijn. Wel moet de rechter expliciet of impliciet antwoorden op elke vraag, elke exceptie, elk middel en elk verweer van de partijen. Uit het bestreden arrest blijkt dat verzoeker, wat het risico van vervolging omwille van zijn seksuele geaardheid betreft, voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft aangevoerd dat het bestaan van een risico op vervolging in geval van terugkeer naar zijn land van herkomst moet worden gevoerd met de veronder- stelling dat zijn geaardheid niet geheim is en dus door iedereen is gekend. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betwist verzoekers seksuele geaardheid niet en bevestigt ook dat personen met die geaardheid “een vastgesteld verhoogd risico kunnen lopen op een onevenredige of discriminerende behandeling van een deel van de Colombiaanse maatschappij zodat ze moeten worden geacht een specifieke sociale groep te vormen […]”. Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen volstaat het echter niet louter te verwijzen naar de algemene situatie voor deze personen in Colombia om een gegronde vrees voor vervolging aan te tonen, doch dient deze vrees voor vervolging in concreto te worden aangetoond. Verder dienen de gevreesde problemen dermate systematisch en ingrijpend te zijn dat fundamentele mensenrechten worden aangetast waardoor het leven in het land van herkomst ondraaglijk wordt. Concreet merkt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op dat verzoeker, “hoewel hij algemeen stelde dat er in Colombia homofoob gedrag voorkomt, bevestigde dat hijzelf in Colombia nooit eerder enig probleem heeft ondervonden omwille van zijn geaardheid” en “aan[haalde] dat hoewel homoseksualiteit niet overal aanvaard wordt in de Colombiaanse maatschappij, hij hier zelf nooit echt mee geworsteld heeft en zich goed te voelen met zijn geaardheid”. Uit het feit dat verzoeker ter terechtzitting enerzijds verklaarde dat het een katholieke school betrof en de mentaliteit van bepaalde collega’s en meerderen niet steeds in zijn voordeel was en anderzijds verklaarde dat, hoewel sommige ouders van zijn leerlingen mogelijks niet opgezet waren met zijn geaardheid, de directie van de school waar hij lesgaf het steeds voor hem opnam, leidt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen af dat verzoekers seksuele geaardheid niet geheim was. Vermits verzoekers homoseksualiteit hem geenszins belet een volwaardig beroepsleven te leiden, zelfs in een schoolomgeving waar bij uitstek een grote variatie van maatschappelijke groepen vertegenwoordigd zijn, neemt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, in tegenstelling tot wat het verzoekschrift voorhoudt, niet aan dat verzoeker zijn homoseksuele XIV-38.438-2/5 geaardheid verborgen hield. Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijkt dit ook uit verzoekers overige verklaringen waar hij stelde dat hij heel open is en altijd toonde wie hij was of dit nu werd aanvaard of niet. Hierbij merkt de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen op dat, hoewel verzoeker later tijdens het onderhoud nuanceerde dat hij dit wel in het openbaar probeerde te vermijden en hij zich met zijn partner in het openbaar op discrete wijze vertoonde, slechts kan worden vastgesteld dat uit verzoekers verklaringen blijkt dat hij met zijn partner ook samen een gewoon leven leidde, naar de cinema ging of iets drinken, vrienden bezocht en daarnaast gaybars frequenteerde in Colombia. Voorts kon verzoeker ongehinderd zichzelf zijn zowel in al zijn essentiële contacten, ouders, zijn tante, vrienden en dichte collega’s, als ook in de ruime zin met name op de school en zijn sociale omgeving. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen overweegt dan dat verzoeker ter terechtzitting toegaf dat hij met “discretie” in het openbaar niets anders bedoelde dan de gewone maatschappelijke gedragingen van alle koppels, ook heterokoppels, en er in feite geen sprake is van een terughoudendheid in de zin van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 7 november 2013 in de zaken C-199/12 tot en met C-201/12, X., Y. en Z. tegen Duitsland, laat staan dat verzoeker een verborgen leven geleid zou hebben. Na nog te hebben vastgesteld dat verzoekers relatie met zijn familie goed is, dat verzoeker sedert zijn 16 of 17 jaar verschillende homoseksuele relaties en contacten had, ook via chat en zelfs via het werk, oordeelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat verzoekers naaste familieleden, vrienden, collega’s, leerlingen en directe baas op de hoogte waren van zijn geaardheid, minstens dat verzoeker zijn geaardheid niet verborgen hield, dat de context waarin verzoeker leefde hem niet heeft gehinderd zijn homoseksualiteit in Colombia te beleven, en dit zonder ooit noemenswaardige problemen te hebben ervaren, dat de bewering in het verzoekschrift dat verzoeker een dubbelleven had aldus geenszins kan blijken en dat verzoeker daarenboven kan terugvallen op een goed sociaal netwerk bij een terugkeer naar Colombia en tevens over voldoende (financiële) middelen beschikt om er zijn normaal leven verder te leiden. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wijst er ook op dat verzoeker in het verleden naar België en Europa reisde maar telkens terugkeerde naar Colombia, dat verzoeker, indien hij werkelijk meende dat hij zou worden vervolgd in Colombia omwille van zijn geaardheid, reeds bij een eerder bezoek aan België/Europa een verzoek om internationale bescherming had ingediend en dat verzoeker heeft nagelaten een verzoek om internationale bescherming in te dienen bij zijn laatste aankomst in België, ook toen hij illegaal op het grondgebied verbleef en zelfs toen zijn vader al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Dergelijke vaststellingen bevestigen volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat verzoeker zelf aannam dat hij geen vrees voor vervolging XIV-38.438-3/5 diende te vrezen omwille van zijn seksuele geaardheid in Colombia. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen besluit dan ook dat verzoeker er niet in slaagt zijn voorgehouden vrees voor vervolging omwille van zijn seksuele geaardheid concreet aan te tonen. Met de voornoemde overwegingen geeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen duidelijk aan dat en waarom hij van oordeel is dat verzoekers seksuele geaardheid gekend en niet geheim is, dat verzoeker deze in het verleden ook niet hoefde te verbergen en waarom hij in de toekomst ook niets te vrezen lijkt te hebben, zeker niet in de mate dat daaruit een gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin zou blijken. Daarmee is voldaan aan de jurisdictionele motiveringsplicht als vorm- vereiste. Uit de voornoemde motivering blijkt ook dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van verzoeker niet verwacht dat hij zijn seksuele geaardheid verbergt of zich terughoudend opstelt. Zoals supra reeds vermeld, stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen slechts vast dat verzoeker ter terechtzitting toegaf dat hij met “discretie” in het openbaar niets anders bedoelde dan de gewone maatschappelijke gedragingen van alle koppels, ook heterokoppels. Hieruit blijkt derhalve geen schending van artikel 48/3 van de vreemdelingenwet. Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  2. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  3. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.438-4/5 Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertien november tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.438-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.043 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.