← België

Cassatiebeschikking 14070 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 26/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 26 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.070 Rolnummer: A. 231881/VII-40927 Zaak: Cassatiebeschikking 14070 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 26/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-11-30 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-15 02:19 Fiche Beschikking nr 14.070 van 26 november 2020 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN CASSATIE nr. 14.070 van 26 november 2020 in de zaak A. 231.881/VII-40.927 In zake : Roger DEWITTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Degroote kantoor houdend te 8720 Wakken Markegemstraat 88 bij wie woonplaats wordt gekozen mede inzake : - het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 28 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. HHC-M-1920-0050 van het Handhavingscollege van 25 augustus 2020 in de zaak 1920-HHC-0007-M. Het dossier van de zaak is op 23 oktober 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Verzoeker roept de onregelmatigheid in van de rechtspleging met betrekking tot de termijn waarbinnen de verwerende partij haar memorie voor de bodemrechter moest indienen. Hij maakt echter niet aannemelijk dat deze onregelmatigheid de strekking van het bestreden arrest zou hebben beïnvloed. VII-40.927-1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLISSING 1. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar. 2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 20 euro. Deze beschikking is, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zesentwintig november tweeduizend twintig, door : Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier, De voorzitter, Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.927-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.070 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.