← België

Cassatiebeschikking 14078 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/11/2020

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 30 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.078 Rolnummer: A. 231051/XIV-38388 Zaak: Cassatiebeschikking 14078 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 30/11/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-04 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-15 02:20 Fiche Beschikking nr 14.078 van 30 november 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.078 van 30 november 2020 in de zaak A. 231.051/XIV-38.388 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter JP Lips kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 18 mei 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 234.531 van 26 maart 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 8 juli 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari

  1. Verzoeker werpt een schending op van artikel 48/3, § 5, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet), waarbij hij in het cassatiemiddel uiteenzet dat er sprake is van “vervolging door associatie die verwerende partij met betrekking tot alle aanwezigen in het huis te Panama vaststelde in toepassing van artikel 48/3, § 5, van [de vreemdelingenwet]”. XIV-38.388-1/2 In de door verzoeker geciteerde overwegingen van het bestreden arrest wordt net op concrete wijze gemotiveerd waarom in hoofde van verzoeker geen sprake is van een gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin, ondanks zijn aanwezigheid in Panama vanaf half mei
  2. Verzoeker ontwikkelt dienaangaande wel een ander standpunt ten gronde, doch de Raad van State treedt als administratieve cassatierechter niet in de beoordeling van de zaak zelf. Met zijn kritiek op de beoordeling ten gronde toont verzoeker ook niet aan dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zijn in artikel 39/2, § 1, van de vreemdelingenwet bepaalde bevoegdheid zou hebben overschreden. Het enige middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. BESLUIT:
  3. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
  4. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertig november tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.388-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.