id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.099 Rolnummer: A. 232035/XIV-38496 Zaak: Cassatiebeschikking 14099 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-23 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-15 09:57 Fiche Beschikking nr 14.099 van 15 december 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.099 van 15 december 2020 in de zaak A. 232.035/XIV-38.496 In zake :
- XXXXX
- XXXXX
- XXXXX
- XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Vincent Neerinckx kantoor houdend te 9140 Temse Akkerstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 14 oktober 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 240.955 van 15 september 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 28 oktober 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Overmacht is een van de wil van een partij onafhankelijke gebeurtenis die hij niet kon voorzien of voorkomen. XIV-38.496-1/3 Uit de enkele omstandigheid dat de advocaat van een gedetineerde verzoeker, te dezen eerste verzoeker, ter terechtzitting aanvoert dat deze laatste niet aanwezig is gezien de gevangenis weigert hem over te brengen, volgt niet dat eerste verzoeker zich kan beroepen op overmacht. In het rechtsplegingsdossier van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bevindt zich immers geen stuk waaruit dergelijke weigering blijkt.
- De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of er overmacht is. De Raad van State gaat als administratieve cassatierechter wel na of de eerste rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen. Te dezen stelt de Raad voor Vreemdelingen vast dat de advocaat van de verzoekers ter terechtzitting van 7 september 2020 vraagt de zaak uit te stellen ingevolge overmacht omdat eerste verzoeker niet aanwezig kan zijn daar de gevangenis zou weigeren hem over te brengen, dat de zaak op de zitting van 25 augustus 2020 reeds werd uitgesteld tot 7 september 2020 teneinde de verzoekers toe te laten aanwezig te zijn ter terechtzitting, dat de overige verzoekers (eerste verzoekers vrouw en twee zonen) wel aanwezig zijn, dat eerste verzoekers advocaat voorhoudt dat de gevangenis heeft geweigerd eerste verzoeker over te brengen doch geen begin van bewijs bijbrengt inzake de vraag voor transfert van de gevangenis naar de zitting en/of inzake de weigering van de gevangenis om de transfert uit te (laten) voeren, dat aldus niet concreet wordt aangetoond dat eerste verzoeker al het nodige heeft gedaan om aanwezig te zijn ter terechtzitting of dat zijn afwezigheid te wijten was aan een feit buiten zijn wil om en dat eerste verzoekers afwezigheid ter terechtzitting omwille van overmacht niet aannemelijk wordt gemaakt. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kon aldus op wettige wijze oordelen dat eerste verzoeker zich onterecht beroept op overmacht. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan doordat de verzoekers voor de eerste maal in de graad van administratieve cassatie een op 4 september 2020 gedateerd en op 5 september 2020 verstuurd faxbericht bijbrengen met de vraag van hun raadsman (na het uitstel van de zaak op 25 augustus 2020) aan de gevangenis van Turnhout om de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen opdat eerste verzoeker aanwezig zou kunnen zijn ter terechtzitting van 7 september
- XIV-38.496-2/3
- Het enige middel is kennelijk ongegrond. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 800 euro, ieder voor een vierde. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op vijftien december tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.496-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.099 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.