id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.105 Rolnummer: A. 232008/XIV-38492 Zaak: Cassatiebeschikking 14105 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 15/12/2020 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-12-23 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-15 09:59 Fiche Beschikking nr 14.105 van 15 december 2020 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 14.105 van 15 december 2020 in de zaak A. 232.008/XIV-38.492 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Raf Terwingen kantoor houdend te 3630 Maasmechelen Dr. Haubenlaan 4/7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 14 oktober 2020, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 240.818 van 14 september 2020 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 18 november 2020 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Verzoeker houdt voor dat hij had verzocht om aanwezig te zijn op de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 28 augustus 2020 doch dat dit hem niet werd toegestaan. XIV-38.492-1/3 Het bestreden arrest vermeldt dat de opmerkingen van verzoeker en zijn raadsman ter terechtzitting werden gehoord. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 28 augustus 2020 vermeldt eveneens de aanwezigheid van verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman. Verzoeker maakt geen melding van een klacht wegens valsheid tegen het voornoemde proces-verbaal of het bestreden arrest, die authentieke aktes zijn. Het eerste middel is kennelijk ongegrond.
- Geen algemeen rechtsbeginsel verbiedt het bestuur een nieuwe beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten en een nieuwe beslissing tot het opleggen van een inreisverbod te nemen na de vernietiging van eerdere beslissingen in die zin door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, dit voor zover het gewijsde van het vernietigingsarrest niet wordt geschonden (zie derde middel). Het tweede middel is kennelijk ongegrond.
- Verzoeker werpt de schending op van het gewijsde van een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 21 januari 2020 waarmee een eerdere beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten en een beslissing tot het opleggen van een inreisverbod in hoofde van verzoeker werden vernietigd. Verzoeker verwijst enkel naar de overweging in het voornoemde arrest van 21 januari 2020 dat het “een raadsel [is] hoe de bestreden beslissingen tot het besluit zijn kunnen komen dat verzoeker met een regelmatig verblijf in België van 1972 tot 2014 geen bijzondere binding zou hebben met België”, doch hij gaat volledig voorbij aan de motieven dienaangaande vanaf punt 2.8 tot en met punt 2.10 van het bestreden arrest met betrekking tot de thans bestreden beslissingen. Verzoeker toont dan ook geen schending aan van het gewijsde van het meergenoemde arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het derde middel is kennelijk ongegrond. XIV-38.492-2/3
- Uit niets blijkt dat verzoeker, anders dan hij thans voorhoudt, voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een schending heeft opgeworpen van de redelijke termijn in de zin dat de aanvankelijk bestreden beslissingen van 31 maart 2020 te laat zouden zijn genomen. Verzoeker toont ook niet aan dat hij niet in de gelegenheid was om die schending op te werpen. Derhalve vermag hij dergelijke schending niet voor het eerst op te werpen in de graad van administratieve cassatie. Het vierde middel is kennelijk niet-ontvankelijk. BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op vijftien december tweeduizend twintig, door: Carlo Adams, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.492-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ORD.14.105 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div